Sadr City heeft maar één passie

De held van Sadr City, de geestelijke Muqtada Al Sadr, heeft aangekondigd de politiek in te willen, maar zijn gewapende volgelingen willen daar niets van weten. Sadr City wil doorvechten tegen de Amerikaanse bezetters. ,,Wat kunnen we anders doen als ons land wordt bezet?''

De leuzen op de muren van de shi'itische wijk Sadr city worden steeds creatiever. Teksten als `Welkom Amerika in jullie graf' en `Vietnam!' sieren de muren. In de achterafstraatjes van deze arme volkswijk heeft iedereen zijn eigen interpretatie van de nieuwe vrijheid en democratie. De geitenhoeder laat zijn kudde van het straatafval grazen, de jongen in zijn nieuwe Volkswagen Golf rijdt tegen het verkeer in over een stoep en politieagent Hikmet is na werktijd soldaat in het leger van de Mahdi, de militie van Muqtada Al Sadr.

,,Zo kan ik mooi onze strijders van informatie voorzien'', legt Hikmet uit. Het Glock-pistool dat alle nieuwe agenten van de Amerikanen verkrijgen, gebruikt hij ook bij aanvallen op de gulle gevers.Hikmet en nog tien andere leden van de militie hebben zich verzameld in de woning van een militielid. Hikmet heeft zijn politie-uniform nog aan. De andere verzetsstrijders zijn bakker, monteur of werkeloos. Ze delen een gezamenlijke passie: vechten tegen het Amerikaanse leger.

Het is de tragiek van de `bevrijding' van Irak dat het juist hier is misgegaan. De circa twee miljoen inwoners van de volkswijk hebben erg geleden onder het bewind van de Ba'ath-partij. Huizen – het zijn nog net geen sloppen – zijn gebouwd door arme landarbeiders die vanaf de jaren zeventig naar Bagdad trokken. Na de verhuizing naar wat toen nog `Saddam City' heette, was het afgelopen met het beklimmen van de sociale ladder. Sadr City is een korf vol werkbijen.

,,We waren blij met de komst van de Verenigde Staten. Ze beloofden ons dat alles anders zou worden'', vertelt Hikmet. Zijn medestrijders knikken. Nu, meer dan een jaar later, is het in de kleine kamer waar ze verzamelen een soort zweethok. De airconditioning doet het niet, want er is geen elektriciteit. Al een jaar niet. Kinderen bewaaieren die ouderen met stukken karton. ,,Niemand verdient geld, behalve ik'', zegt Hikmet die circa honderdvijftig dollar per maand ontvangt voor zijn politiewerk. ,,We zouden werk krijgen, maar ik ben nog steeds aan het leerlooien'', zegt een oudere man.

`Jabar' een bebaarde man die naast hem zit, legt uit dat het een kleine stap was om de wapens op te pakken in het na-oorlogse Irak. ,,We hadden alle legerdepots al geplunderd'', zegt hij. ,,Als die Amerikaanse varkensaanbidders vervolgens op onze mensen schieten is de beslissing snel genomen.'' Op verzoek pakken de mannen er hun granaatwerpers en kalasjnikovs bij. Met hun kefiahs, geblokte doeken, om hun hoofden gebonden, lijken ze opeens op de verzetsstrijders van de televisiebeelden.

Hikmet en zijn mannen zijn geen acteurs. Iedere keer als de Amerikanen zich in hun buurt laten zien, gaan ze erop uit. ,,Er vallen tientallen Amerikaanse doden hier in Sadr City, maar de televisie laat het niet zien'', klaagt Jabar.

Vorige week beschoten ze twee Amerikaanse humvee's – terreinwagens – aan de rand van de stad met RPG's, granaatwerpers, vertelt de agent. De wagens brandden helemaal uit. ,,Er zitten vier soldaten in zo'n jeep. Er kwam niemand uit. Er moeten dus acht doden zijn'', legt Hikmet uit. ,,Wat hoor ik later op het politiebureau? Dat er één lichtgewonde is.'' Jabar zegt dat als er Amerikaanse doden zijn, die direct worden geborgen. ,,Soms halen ze de uitgebrande wagens weg met helikopters.''

Diezelfde televisiezenders schilderen de mannen ook steeds af als arme dieven die zich voor geld laten gebruiken, zo vinden de Mahdi-strijders. ,,Op de BBC hoor ik dat wij geld krijgen als we een Amerikaan doodschieten. Dat is helemaal niet waar, we doen het vrijwillig.''

Er vallen ook doden bij de vriendengroep, iets wat hun veel pijn doet. Een 29-jarige hoffotograaf van Al Sadr werd tijdens een aanval op een Amerikaanse Bradlee tank doodgeschoten. ,,Het voelt leeg als iemand uit je midden plotseling verdwijnt'', zegt Jabar.

Als `Abu Shahid', vader van de martelaar, binnenkomt, staan ze allemaal eerbiedig op. Tijdens het vrijdaggebed, eerder op de dag, waren groene velden, stromende rivieren en mooie vrouwen beloofd voor de martelaren door de gebedsleider. Abu Shahid heeft zijn twee andere zoons opgedragen om ook lid te worden van het leger. ,,Wat kunnen wij moslims anders doen als ons land wordt bezet?'', vraagt hij.

De oprichter van de militie, de shi'itische geestelijke Muqtada Al Sadr, zit al maanden in het nauw in de heilige stad Najaf. Na vele Amerikaanse aanvallen en verliezen aan de kant van het Mahdi-leger, geeft hij nu te kennen de politiek in te willen en de militie om te vormen in een politieke organisatie. Het geheel wordt gebracht als grote overwinning voor het Mahdi-leger. De gewapende vrienden van agent Hikmet willen er echter niets van weten.

,,Onze Jihad gaat door totdat de Mahdi, de shi'itische Messias, komt'', zegt Jabar. De Mahdi is voor het laatst gezien in de Iraakse stad Samarra waar hij in 874 na Christus spoorloos verdween. ,,Zolang de Amerikanen door onze wijk rijden zullen we ze aanvallen. Er is niemand die ons dat kan verbieden. Het is onze eigen keuze.''

(Hikmet en Jabar zijn schuilnamen.)