Rel over `besmette' collectie

Aan de kunstverzameling van Friedrich Christian Flick kleeft volgens sommigen een smet. De collectie, die meesterwerken van Mondriaan, Schwitters, Nauman en Polke bevat, is door Flick voor zeven jaar uitgeleend aan Berlijn en hangt vanaf eind september in een loods naast het museum voor moderne kunst Hamburger Bahnhof.

Flick heeft een belaste familiegeschiedenis. Zijn grootvader werd rijk van wapenleveranties aan het Derde Rijk, was een vriend van Himmler en sponsor van Hitler. Hij werd veroordeeld tot zeven jaar wegens oorlogsmisdaden. Een deel van zijn bezit raakte hij kwijt, een ander deel bleef in de familie. Met dat kapitaal heeft zijn kleinzoon kunst gekocht.

Vooraanstaande leden van de Centrale Joodse Raad stellen nu dat de jonge Flick met de expositie de naam van zijn familie alsnog probeert te redden, en zij dringen aan op een verbod. Vice-voorzitter Salomon Korn schrijft in een open brief dat Flick het ,,bloedgeld'' van zijn grootvader wilde ,,schoonwassen''. De stichting Preussischer Kulturbesitz, dat de collectie zal beheren, stelde daarop dat men kunst niet kan stigmatiseren en dat nazaten niet voortdurend gestraft kunnen worden voor de misdaden van eerdere generaties. Korn antwoordde dat er volgens die logica in Berlijn ook plaats zou zijn voor een Göring-collectie.

Flick kreeg steun van Michael Blumenthal, directeur van het Joods Museum, en van de 90-jarige kunsthandelaar Heinz Berggruen, die zijn eigen collectie aan Berlijn heeft geschonken. De stichting die de omstreden gedenkplaats voor de slachtoffers van de Holocaust bouwt, steunt daarentegen Korn en wil in september een tentoonstelling over de familie Flick openen. Eind jaren '90 probeerde Flick zijn kunst al eens onder te brengen in Zürich. De Zwitsers hebben dat initiatief toen op het allerlaatste moment gedwarsboomd.