OM ziet af van vervolging topambtenaar

Het openbaar ministerie (OM) in Den Haag ziet af van vervolging van voormalig topambtenaar Jan Vrolijk in de zogeheten Jamby-zaak. Het OM ziet ook af van hoger beroep tegen de vrijspraak van drie lagere ambtenaren in dezelfde zaak.

Dat heeft het OM gisteren bekend gemaakt. Het besluit om Vrolijk niet te vervolgen druist in tegen de aanbeveling van de rechtbank in Den Haag. Volgens het OM is er echter onvoldoende bewijs om de zaak voor de rechter te brengen.

De Jamby-zaak draait om fraude op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in 2000 en 2001. Het ministerie betaalde toen een schadevergoeding van 495.000 euro aan het multimediabedrijf Jamby van Adam Curry omdat een grote internet-opdracht van OCW aan Jamby in een laat stadium werd geannuleerd. Europese aanbestedingsregels voor dergelijke opdrachten bleken te zijn omzeild. Om dat te verhullen ontving Jamby de schadevergoeding van OCW via vervalste facturen.

Drie OCW-ambtenaren, verdacht van valsheid in geschrifte, werden op 8 juni door de rechtbank in Den Haag vrijgesproken. In het vonnis stelt de rechtbank dat de ambtenaren handelden in opdracht van hun meerdere, toenmalig directeur-generaal hoger onderwijs Vrolijk. De rechtbank gaat er vanuit dat Vrolijk wist dat de schikking met Jamby op niet-correcte wijze zou worden getroffen, en meent dat hij hiervoor had kunnen worden vervolgd. Zijn rol werd in de eerste versie van een later aangepast rapport van de accountants Deloitte en Touche als ,,zeer dubieus'' omschreven, aldus de rechtbank op 8 juni. Vrolijk is sinds 1 juni met pensioen.

Het OM stelt nu dat het strafrechterlijk onderzoek ,,onvoldoende concreet wettig en overtuigend bewijs in zich heeft om te stellen dat de voormalige directeur-generaal zijn ambtenaren heeft aangezet om de facturen op te stellen en te voorzien van onjuiste data zoals is gebeurd''. En voegt toe: ,,Was dat bewijs aanwezig geweest dan had het OM de zaak voor de rechter gebracht.''

Ook bij het niet in beroep gaan tegen de vrijspraak van de drie ambtenaren gaat het OM voorbij aan de overwegingen van de rechtbank. Het OM ziet van hoger beroep af omdat de ambtenaren geen eigen voordeel hadden van hun frauduleuze handelen.

Minister Van der Hoeven weigerde afgelopen maandag vragen van de Tweede Kamer over de Jamby-zaak te beantwoorden, omdat de zaak toen nog onder de rechter was.