Miljoenen honden herkennen woorden en zinnen

Op de voorpagina van NRC Handelsblad van 11 juni las ik een bericht dat me met stomheid heeft geslagen: `Hond Rico snapt 200 woorden'. Toe maar, ik ben natuurlijk blij dat een dier de voorpagina haalt, maar elke liefdevolle hondenbezitter die zijn hond voor vol neemt, zal weten dat de nieuwswaarde hiervan gelijk aan nul is. Er zijn miljoenen honden zoals Rico.

Wat zijn dat voor wetenschappers die in een prestigieus blad als Science iets als `ontdekking' durven presenteren wat onder gewone mensen al eeuwen bekend is? En wat zijn dat voor wetenschapsredacties die deze zogenaamde ontdekking klakkeloos als wereldnieuws presenteren? Daar is maar één antwoord op: noch de leden van de ene noch de leden van de andere groep hebben een hond in huis. En als ze er wel een hebben, zal die hond wel weer als voetveeg, alarminstallatie, prestigeobject, woedebekoeler of speeltje voor de kinderen dienen.

Wie van zijn hond houdt, neemt hem voor vol. En wie zijn hond voor vol neemt en niet als een vod in de hoek laat liggen maar hem dagelijks toespreekt en overal in betrekt, zal spoedig ontdekken dat die hond na een paar jaar al een respectabel vocabulaire heeft opgebouwd (en dan denk ik nu niet aan brulcommando's als Lig! Zit! of Af!, omdat daarbij ook de betekenis van de intonatie meespeelt).

Alle honden waarmee ik geleefd heb, beschikten al na vijf jaar over een vocabulaire van een paar honderd woorden, adressen en eigennamen incluis. Ik heb het dan over woorden die herkend worden zonder enige begeleidende `hulp' als handgebaren, geur, klank of gezichtsuitdrukking (al is het herkennen daarvan ook niet mis). Zelfs gefluisterd werden deze woorden dadelijk begrepen. En behalve woorden werden ook hele zinnen verstaan, ook zinnen zonder concrete zelfstandige naamwoorden zoals het is gedaan (bij het beëindigen van een spelletje) of ga eens kijken wie er is. Ik heb er hele lijsten van gemaakt.

Onze huidige hond, Koert, verstaat zelfs zoveel dat mijn man en ik bepaalde zaken die hem treffen alleen nog maar in het Frans bepraten. Maar ook dat begint hij door te krijgen. Liep hij eerst alleen bij het woord dierenarts hard weg, nu maakt hij zich ook al bij het woord vétérinaire ijlings uit de voeten. We hebben duidelijk gemerkt dat hij beide woorden van toepassing acht op een en dezelfde persoon.

Hij bezit over een even grote voorraad speelgoedbeesten als Rico die hij stuk voor stuk bij de naam weet te onderscheiden en die hij ook op andere plaatsen en in winkels dadelijk herkent. Ik hoop overigens dat Rico lol in zijn spel houdt nu het zomaar in een experiment verandert.

Au fond berust de nieuwswaarde van dit krantenbericht natuurlijk op een wijdverbreide en geaccepteerde overschatting van de mens en onderschatting van het dier, zoals je die ook weerspiegeld ziet in talloze instructief bedoelde hondenboeken. Het betreft hier een consensusprobleem. Iedereen praat elkaar na. Dieren minachten is bijna democratisch. Daarom was het goed geweest als de Dierenpartij een eind aan dit soort larie had kunnen maken.