Mannenromantiek, `best belangrijk'

Ik ben trots op het Nederlandse leger: we blijken een Nederlandse elite-eenheid te hebben! Met echte mannen als Erik O. die op geheime missies gaan waar ze ingrijpen in situaties die kennelijk op een normale manier niet meer op te lossen zijn. Met echt geweld! Mijn jongenshart sloeg weer, afgelopen week. Zie je wel dat onze jongens het kunnen!

Onbegrijpelijk dat ze dat al die tijd voor ons geheim hebben gehouden. Hele slechte PR. Want tot het nieuws over de geheime missies werd gelekt, was het Nederlandse leger vooral bekend om zijn logistieke kwaliteiten, met als specialisatie het vlot scheiden en naar bussen begeleiden van moslimmannen en -vrouwen. Maar nu is het eruit: Nederland telt wél mee, want we hebben onze eigen SAS.

Ah! De Special Air Service, het meest tot de verbeelding sprekende Britse legeronderdeel. Bron van heldenverhalen, zoals van de man die met zijn eenheid in de eerste Golfoorlog diep in Irak gedropt werd, de helikopter terug miste, en om uit handen van de Iraki's te blijven weet ik hoeveel dagen alleen door de woestijn sjouwde, terug naar Koeweit. Of hoe in het begin van de Bosnië-oorlog SAS-ers op geheime patrouille een locale Servische militie tegenkwamen die ze binnen een paar seconden uitschakelden. (Dat dit nooit een rel geworden is komt omdat er, zeker in het begin, in de praktijk geen sprake was van een centraal Servisch commando.)

Hoe komt het dat ik dit soort dingen weet? Omdat de Britten regelmatig documentaires maken over de smerige klusjes die de SAS opknapt, en oudgedienden boeken uitbrengen met hun belevenissen. Of neem de SAS Survival Guide, die ik net uit de kast gepakt heb. Als je ooit nog eens in de middle of nowhere neerstort met een vliegtuig, en je was slim genoeg om dit compacte boekje in je handbagage te stoppen, dan ben je gered: eetbare planten, zelf wapens maken, hoe overleef je een tornado, drinkwater distilleren uit zeewater of urine, hoe je het beste wormen kunt bereiden – alles staat erin.

Met andere woorden: er is brede en voortdurende publiciteit rond dit legeronderdeel, dat daardoor in de publieke opinie een magisch aura krijgt: onverzettelijke mannen `die het toch maar even doen, allemaal'. Dat is nog eens wat anders dan een debat over of het wel democratisch is als de kamer niet meebeslist over elk schot dat afgevuurd wordt. Soldaten zijn er om geweld met geweld te bestrijden, ik kan er ook niets aan doen.

Natuurlijk, ik zou ook liever in een wereld leven waar legers overbodig zijn, maar laten we tot die tijd wel praktisch blijven, en ons er niet te veel mee bemoeien. Dus ook niet met Erik O. Iedereen schrijft maar over hem, terwijl we niet eens weten wat er gebeurd is! Misschien schoot hij terecht, misschien kon hij er niets aan doen, misschien heeft hij een tragische fout gemaakt, en misschien stootte hij zijn maatje aan en zei hij: `wedden dat ik die ene met die blauwe broek van hier voor zijn flikker kan schieten?'. Kan allemaal, maar dat wordt dus nu onderzocht. Zo nodig zal hij worden gestraft, en tot die tijd moet iedereen gewoon zijn grote mond dicht houden.

Het leger heeft het al moeilijk genoeg. Ze zijn al decennia lang non-stop aan het bezuinigen, en toch altijd weer te porren voor een volgende internationale missie. Een pijnlijke spagaat: aan de ene kant willen ze bewijzen wat ze kunnen, wat echter aan de andere kant lijkt aan te tonen dat er best nog meer bezuinigd kan worden, het leger blijft immers slagvaardig genoeg om elke klus aan te pakken. Het is hoog tijd dat ze een keer nee zeggen, of voorwaarden stellen aan het inwilligen van de volgende militaire wensen van de kamer.

Zelf vind ik het verontrustend, al die bezuinigingen op het leger. Zolang het goed gaat maakt het natuurlijk niet uit, maar het lijkt me erg belangrijk om een bepaalde hoeveelheid manschappen voorhanden te hebben. Al was het maar voor als er een ramp of een aanslag plaatsvindt.

En laten we niet vergeten dat het leger de laatste jaren weer helemaal terug is als instrument in de internationale politiek. Geen fraaie ontwikkeling, maar wel de realiteit. Aangezien geen van de Europese landen goed voor zijn leger zorgt, zijn alleen de Amerikanen in staat om een vuist te maken en maken zij de dienst uit als puntje bij paaltje komt. Daar kunnen we als Nederland natuurlijk niets aan veranderen, maar in EU-verband wel. Dat lijkt mij nou `best belangrijk': een goedgeorganiseerd en slagvaardig gezamenlijk Europees leger, zodat we niet voor elk probleem bij de Amerikanen hoeven aan te kloppen, om ons vervolgens te beklagen dat ze de boel op hun eigen voorwaarden oplossen. En nou geen vage afspraken tussen de EU-landen; gewoon een paraat leger met één duidelijke commandostructuur.

Het lijkt me dan slim als elk land zich op een bepaald onderdeel toelegt. En als dat dan inhoudt dat we de marine kwijt raken, mogen we dan tenminste die mannen houden die gevaarlijke geheime missies uitvoeren? Gewoon, omdat een samenleving ook mannenromantiek nodig heeft.

    • Bastiaan Geleijnse