In de Amsterdamse Arena organiseren de hogepriesters van de collectieve emotie voetbal zonder voetballers

Het gaat bij voetbal niet om sport, maar om het opwekken van momenten van massa-extase, vindt Maarten Huygen.

Extase is allang geen zaak meer van religie, maar van vrijetijdsbesteding. Iedere zichzelf respecterende stad bouwt zijn vrijetijdsparadijsje, zijn Duomo, de een nog imposanter dan de ander. Amsterdam viert het voetbal onder het hoge glazen gewelf van de Arena, het belangrijkste herkenningspunt van de Bijlmer. Daar werd afgelopen dinsdag voetbal tot zijn essentie teruggebracht, niet als sport maar als massale verrukking.

De Arena had een feest georganiseerd voor de achterblijvers die niet naar Portugal gingen om de wedstrijd Nederland-Duitsland te zien. Voor 15 euro kon je op de tribune kijken naar feestvierende voetbalfans. Waar normaal voetballers spelen, stond het opeengepakte oranjepubliek in het middelpunt op een platform boven het voetbalveld. Alles bij elkaar bijna 20.000 mensen, jong en oud. Het ging hun niet om het spel, want dat kon op die afgelegen beeldschermen en met al dat lawaai slechter worden gevolgd dan thuis. Het ging om de extase, die heftiger wordt als je die en masse beleeft. De uitzinnigheid, dat herinneren mensen zich. Waar was jij toen Nederland scoorde? De volksfeesten zijn niet meer Kerstmis en Pasen, dat zijn EK, WK en Champion's League, en die slokken zeeën van tijd op. Sommigen raken ervan in de stress.

Voetbal is de ideale massasport. In tegenstelling tot het snelle en spectaculaire tennis is voetbal saai, traag en begrijpelijk voor iemand zonder voorkennis of intelligentie. Analyses zijn overbodig. Wat Johan Cruijff of Jack van Gelder doet, kan iedereen thuis of bij de kapper ook. Er gebeurt zelden iets belangrijks, zodat mensenmassa's de tijd krijgen om hun vervoering op te bouwen voor de enkele keer dat er wordt gescoord.

In de Arena werken de architecten van de massa-extase. Het is de kunst om de tienduizenden klanten tegen betaling op te hitsen tot een gecontroleerde emotionele kernreactie met de juiste doses bassende stampgeluiden, power drinks, experimentenbier en veiligheidsagenten die met oortelefoontjes vanachter de bewakingsschermen worden gecoördineerd. Er kleven risico's aan zo'n stadion met 50.000 plaatsen. De emotionele storm kan een orkaan worden. Niet voor niets ziet de Arena er van buiten uit als een hogedrukpan waarvan het glazen deksel met grote klemmen vastzit.

Het sterkste saamhorigheidsgevoel ontstaat door vernielen en vechten met supporters van de tegenstanders. Na de afschaffing van de dienstplicht werd dat vechten populair. Maar bij het homogene oranjepubliek in de Arena valt geen vijand te bekennen. De grootste baldadigheid die ik zag, was bij de ingang waar een paar vijftig-plus-mannen onder gegier van blond geverfde vrouwen een oranje hokje optilden waarin een andere vrouw uit het gezelschap zat te plassen.

Eerst is er de fase van de bestraling van het publiek met hard geluid. Toen ik de tribune op ging, nadat ik was gefouilleerd op meegebrachte etenswaar, werd ik al overdonderd door een berg basklanken die werd gericht op de oranje massa mensen in het midden. Op een afgelegen podium zag ik een nietig mensje dansen en springen. Als de tovenaar van Oz werd dat mensje op hangende beeldschermen en zware door de buik dreunende megabassen tot reuzenproporties uitvergroot.

De tweede fase is de massale verbroedering. Al die mensen in dezelfde oranje klederdracht gingen kolken, ritmisch springen, waves doen. Zolang je de gemoederen blijft omscheppen met geluid en scheutjes alcohol, koeken de mensen als brokken oranje roerei aan elkaar. Het wordt besmettelijk en de emoties spatten op langs de randen tot en met de tribune zelf, waar ik ook elementen samen zag smelten en in beweging zag komen en het kolkte omhoog tot de rand van de skyboxen, waar de koele hogepriesters zitten die aan de

extase verdienen.

Een in oranje gehulde vijftiger voor me zat tussen een veld lege stoelen met het hoofd tussen de handen naar de menigte te staren, terwijl zijn echtgenote verveeld meeklapte. Plotseling stond hij op en stak hij zijn armen spontaan in de lucht om mee te zingen en te klappen met onvergetelijke deuntjes van Frans Bauer of Lee Towers: Kan ik je wat vragen? Ohééjo of het tragere You never walk alone. Om nooit meer alleen te wandelen, had het oudere tweetal achterop de oranje T-shirts de aanmoediging geschreven U ook?

Op de geluidsbestraling en verbroedering volgt uiteindelijk het spel zelf. Dat vormt voor de leiding van Arena het enige onvoorspelbare element. Nederland kan winnen, verliezen of gelijkspel spelen, en alle drie de resultaten leveren weer hun eigen massaal beleefde emoties op. Je moet toch alle reserves op standby houden. Die onvoorspelbaarheid maakt het juist zo aantrekkelijk voor het publiek. In een echt stadion kun je de partijen nog proberen te beinvloeden door boe te schreeuwen, te fluiten, te zingen of te toeteren, maar met de spelers op het beeldscherm is er geen contact.

Het is of je met zijn allen aan de fruitautomaat zit te trekken. Aan de uitslag is dus niets te doen. Het gaat wel om winnen. Als er niet wordt gescoord, vertonen mensen de ontwenningsverschijnselen van een verslaafde, kribbigheid, wrevel, lichtgeraaktheid, soms neigingen tot geweld.

Even raakte de menigte uitzinnig, toen aan het begin Ruud van Nistelrooij van de wedstrijdzenuwen zomaar een bal in het Duitse doel dreigde te trappen. Daarna zakte de stemming. Ik zag ontgoochelde blikken. Je hoorde nog wel stijgende uitroepen, maar die eindigden altijd in het óéóéóéhh van de gemiste kans, net als in een echt stadion.

Toen de Duitsers hun eerste doelpunt scoorden, vloeide alle energie uit de Arena weg. Het dreigde een verloren avond te worden, als niet Van Nistelrooij de tweede keer bofte en raak trapte. Monden vielen als vanzelf open, mensen stonden massaal op, dansten en schreeuwden.

Een halve minuut begeestering waar zelfs ik als voetbalhater door werd meegesleept, beter dan house of dance en zeker aangenamer dan met zijn vijven in de huiskamer. Hoe meer mensen eraan meedoen, des te lekkerder het is. Duizend, tienduizend, honderdduizend mensen, het wordt steeds beter. Voor die vervoering dient voetbal, voor niets anders en daar is veel geld mee gemoeid.