`Ik maak me kleiner dan ik ben'

Sjeng Schalken zit na een maandenlange zoektocht naar de juiste vorm weer goed in zijn vel. De 27-jarige tennisser wil op Wimbledon laten zien dat hij terug is. `Ik voelde me de laatste tijd een nietsnut die zich nog niet kon meten met de top-500.'

Het heeft Sjeng Schalken nooit veel kunnen schelen hoe de buitenwacht over hem denkt. Vanaf het moment dat hij in 1994 proftennisser werd, trekt de Limburger zijn eigen plan. Daarbij vertrouwt hij slechts op een klein groepje intimi, onder wie zijn vrouw, zijn coach en zijn fysiotherapeut. Dit voorjaar raakte Schalken verzeild in een hevige vormcrisis. Via via hoorde Nederlands beste tennisser van de kritiek op zijn houding en zijn werkwijze. ,,Wat moet ik daar mee? Op het moment dat ik het goed doe, loopt iedereen met me weg. Maar als het even wat minder gaat komen de verhalen dat ik niet goed bezig zou zijn. Ik werk dan echt niet anders'', zegt Schalken in de lobby van het hotel in Eindhoven.

De mening van de mensen die dagelijks naast hem staan, vindt de tennisser belangrijk. Hoe anderen over hem oordelen, kan Schalken gestolen worden. ,,Ik lig niet wakker van kritiek, maar ik heb ook geen zin in hosanna-gedoe. Mijn voordeel is dat ik bijna geen kranten lees en nauwelijks onder de mensen kom. We wonen wat dat betreft in Monaco heerlijk rustig. Rond mijn persoon zal nooit een grote hype ontstaan zoals bij andere sporters in Nederland wel is gebeurd. Daar zal ik gewoon niet aan meewerken. Stel dat ik over twee weken Wimbledon win, dan moet je echt niet denken dat ik ergens op een huifkar ga staan. Geen denken aan!''

Schalken houdt van rust en regelmaat. In een wereld waarin veel collega's zich voortdurend groter willen maken dan ze zijn, beweegt hij zich het liefst in de anonimiteit. Hij stelt zijn doelen altijd bescheiden vast, met veel gevoel voor realiteit. ,,Dit jaar zal ik echt niet zeggen dat ik outsider ben op Wimbledon'', stelt Schalken, die in de eerste ronde de Brit Lee Childs treft. ,,Daarvoor zitten er veel te veel gevaarlijke spelers in het schema. Pas vanaf het moment dat ik de vierde ronde haal, zal ik het gevoel krijgen dat ik ver kan komen. Eerder niet. Ik wil mezelf geen onnodige druk opleggen. Ik ga geen teksten van de toren blazen als `hier komt Sjeng Schalken'. Zo ben ik niet. Ik houd niet van bluf. Dat past niet bij mij. Misschien maak ik me bewust wel wat kleiner dan ik ben. Daar voel ik me prettig bij. Ik irriteer me wel eens aan het `geblaas' van anderen. Ik houd dan mijn mond, maar ze voelen het wel als ze tegenover me staan. `Laat nu maar eens zien hoe sterk je bent', denk ik dan. Als ze me willen verslaan moeten ze minimaal een zwaar gevecht leveren.''

De strijdbare toon van Schalken verraadt dat het weer goed met hem gaat. Dat was de afgelopen maanden wel anders. Het hele voorjaar heeft hij niet eens aan winnen gedacht. In een bijna hopeloze zoektocht naar `de juiste vorm' verloor hij ook zijn goede zin. De glimlach op zijn gezicht was weg. ,,Als ik nu terugkijk op die periode was het een grote nachtmerrie'', zegt de 27-jarige tennisser. ,,Mijn spel hangt af van mijn forehand en mijn backhand, mijn voetenwerk en mijn servicepercentage. Als één van die pijlers van mijn spel wegvalt, ben ik nergens meer. Dan verlies ik gewoon van Jan en alleman. Dat gebeurde ook. Na een goed begin van het seizoen ging het in februari mis toen ik een virus opliep. Mijn slagen liepen niet meer. Ik kon niet meer aanzetten. Op het toernooi van Rotterdam verloor ik op dramatische wijze van Raemon Sluiter. Na afloop dacht ik: `wat is dit nu?' Toen begon het denkproces. Je gaat dan zoeken naar de fouten. Eerst dacht ik dat ik oververmoeid was. Ik nam rust, maar ook dat hielp niet. Ik werd weggeslagen door spelers van wie ik nooit verloor. Op het toernooi van Miami kreeg ik na een dramatische periode tegen Guillermo Cañas eindelijk weer een beetje het gevoel dat het goed ging, maar ik werd niet beloond voor mijn goede spel. Op een stand van 6-1 en 3-0 werd ik gediskwalificeerd (Schalken riep `Fuck you!' naar de scheidsrechter, red.) na een uitbarsting waarin ook de frustraties van een moeilijke tijd zaten. Tja, toen kon ik mijn spullen pakken en moest ik dat ook nog eens verwerken. Dit had ik nog niet eerder meegemaakt.''

Schalken houdt even stil. Hij drinkt zijn glas melk leeg, neemt een hap van zijn broodje ham en vervolgt – hij laat de voorbije periode als een film aan zich voorbijtrekken. ,,Het gravelseizoen was niet veel beter. Ik merkte bij de Davis-Cupontmoeting op Mallorca tegen Spanje dat mijn forehand niet liep. Ik heb uren en uren getraind met Tjerk Bogtstra en Sluiter. Het wilde maar niet lukken. Elke forehand die ik sloeg ging een halve meter uit. Dat had ik nog nooit gehad. Ik bleef maar denken, maar kwam er niet uit. Ik heb toen tegen Tjerk gezegd dat het beter was om me niet in te zetten. Je moet eerlijk zijn. Er zat geen verbetering in. Ik had zo nooit van Carlos Moyá gewonnen. In de laatste partij die nergens meer om ging ben ik er vol voor gegaan. Ik wilde me testen tegen Moyá. Ik kon geen bal goed over het net krijgen. Pijnlijk.''

Na de Davis-Cupontmoeting besloot Schalken met zijn coaches Henk van Hulst en diens zoon Willem-Jan keihard te gaan trainen. ,,Urenlang heb ik op de baan gestaan. Net zo lang doorgaan totdat de slagen goed aan voelden. Zo ben ik. Keihard werken. Ik beulde mezelf volledig af. Ik was helemaal kapot. Elke training die ik afwerkte was een `afbraaktraining'. Maar het ging niet beter. Ik wist niet waarom. Op de toernooien voelde ik me een nietsnut. `Wat sta je hier nu te doen man?', riep ik vertwijfeld tegen mezelf. Ik was echt de beste loting die iemand zich kon wensen. Normaal gesproken voelden ze het altijd als Schalken tegenover ze stond. Nu niet. Ze waren blij als ze mij troffen. Dat was nog nooit zo geweest. Ik had nog niet eens het niveau van een top-500 speler. Daar kwam nog eens bij dat we in Rome aan de dood ontsnapten bij een hotelbrand. Het was de moeilijkste periode uit mijn loopbaan. Ricky (zijn vrouw, red.) had het daar erg moeilijk mee. Die moest ik ondersteunen. Als niets loopt, kost alles enorm veel kracht.''

Bijna ten einde raad riep Schalken op het toernooi van Hamburg de hulp in van zijn fysiotherapeut André van Alphen. Die zag direct dat het helemaal mis was met het lichaam van de voormalige nummer elf van de wereld. ,,Het bleek een fenomeen waarmee ik nog niet eerder te maken had gehad. André had met mij een fysiek wrak in handen. Mijn benen bleken helmaal vast te zitten. Het hele spierstelsel was aangetast. Ik had mezelf gewoon kapot getraind, mezelf de soep in gedraaid. In mijn lichaam zat niets meer. Er zat geen spanning meer op de spieren. Ik had een lichaam van iemand die de hele dag achter een bureau zit. Al snel werd me duidelijk dat dit niet in één of twee weken op te lossen was. Maar de opluchting was ontzettend groot dat ik nu wist wat er aan de hand was.''

Halverwege de maand mei begon Schalken eindelijk aan de weg, die hem terug moet brengen naar de internationale (sub)top. Een week lang werd zijn lichaam op de massagetafel van Van Alphen eerst volledig gesloopt om het daarna weer op te bouwen. Tijdens de World Team Cup in Düsseldorf speelde Schalken tegen de Argentijn Juan Igancio Chela voor het eerst sinds maanden een goede wedstrijd. ,,Ik bewoog me weer zoals ik gewend was. De slagen liepen weer. Dat gevoel was fantastisch. Maar daarna volgde net zo snel de terugslag in de aanloop naar Roland Garros. In Parijs kreeg ik de rekening gepresenteerd. Het ging niet. Zowel fysiek als mentaal was ik leeg. Zoals ik me toen voelde, had ik geen set gewonnen. Het had geen zin om mee te doen. Ik ben te goed om in drie sets te verliezen van zomaar iemand. Het past niet bij mij om daar te gaan staan en mijn geld te pakken'', zegt Schalken die daarvoor 35 grandslamtoernooien op rij had gespeeld.

Terwijl zijn collega's op het gravel van Roland Garros streden, trok Schalken zich met zijn vrouw terug in zijn woonplaats Monaco. In het prinsdom werkte hij bijna twee weken achtereen aan de opbouw van zijn lichaam. ,,De eerste dagen sliepen we alleen maar. Van tien uur 's avonds tot één uur 's middags. Daarna ontbijten en naar het strand waar we tot zes uur sliepen. In de avonduren ging ik naar een verlaten stationnetje in Roquebrun. Daar deed ik op het perron mijn conditietraining. Naast het klotsende water van de Middellandse zee: heerlijk rustig. Af en toe was daar een andere eenling, of een verliefd stelletje. Maar als ik daar met mijn oefeningen begon, waren die snel verdwenen. In Monaco was ik helemaal weg van het tennis. Na een dag of tien kreeg ik weer goede zin en heb ik mijn racket opgepakt. `Ik ga naar Queen's', zei ik op een dag tegen Ricky. Dat was een goede beslissing. Ik verloor daar op het gras weliswaar in de derde ronde van Hyung-taik Lee, maar ik werd niet weggeslagen. Net zomin als deze week tegen Mario Ancic op Rosmalen. Langzaam voel ik me weer een speler uit de toptwintig. De radertjes zitten nu goed in elkaar al moeten ze nog wel een beetje gevijld worden. Dat zal tijdens de wedstrijden moeten gebeuren. Ik steek goed in mijn vel. Mijn goede zin en de lach zijn weer terug.''

Met een positief gevoel vertrok Schalken gisteren dan ook naar Londen, waar hij net als de voorgaande jaren verblijft in een hotel in de buurt van het mondaine Chelsea. Elke avond eet hij in hetzelfde Italiaanse restaurant. Wimbledon is zijn favoriete grandslamtoernooi. ,,Daar voel ik me thuis. Het klopt allemaal. En als iets goed is, moet je dat zo laten. Zo is het ook met mijn tennis en met mijn vrouw'', zegt Schalken lachend. Hij zou nog graag een jaar of zes door willen gaan als profspeler voordat hij met zijn gezin een teruggetrokken bestaan gaat leiden in de natuur van Limburg.

Hoewel hij nu al tevreden is met zijn prestaties van de voorbije jaren is zijn honger naar succes nog niet gestild. ,,De drang naar prestatie is enorm. Ik zou graag mijn tiende toernooizege halen. En het zou toch prachtig zijn als ik aan het einde van het jaar in de topdertig sta. Daar droom ik van, dat zit heel diep. Het gevoel van winnen is fantastisch. Maar uiteindelijk is dat maar van korte duur. Daarom zal op de lange termijn mijn relatie met Ricky me nog meer voldoening schenken. We hebben het goed samen, en hopen in de toekomst kinderen te krijgen. We waren in Rome dicht bij de dood. Maar ik wil nog niet sterven. Daarvoor wil ik nog te veel dingen doen. Ik ben nog niet klaar. Ik ben op dit moment zo gelukkig dat ik wel oneindig zou willen leven.''