Iedereen is blij

Wiegertje Postma (17) bezoekt de EO-Jongerendag en schudt voorzichtig haar heupen. De jongerencolumn van www.spunk.nl

Wat zijn ze hip. Die constatering raakt me als een ferme tik in het gezicht, als ik tussen de duizenden jongeren op het station van Arnhem sta. Hippe jongeren. En allemaal in de Heer. In de voorafgaande maanden had ik me voorgenomen om een mooie geruite kuitrok en een berentrui aan te schaffen, en mijn haar degelijk in te vlechten, maar nu ben ik dankbaar dat iets me daarvan weerhouden heeft. Honend gelach zou mijn deel geweest zijn. Men zou direct door mijn vrome façade heen geprikt hebben. Niemand heeft een rok aan.

De pendelbussen naar Gelredome stromen gestaag vol. Als Joris en ik ons – beschaafd – naar binnen hebben gewurmd, klamp ik me wat onwennig vast aan een buspaal. Als ik tijdens mijn conversatie per ongeluk een hartgrondig ,,Jezus''laat vallen, kijk ik betrapt om me heen. Niemand in de bus kijkt op. Alleen Joris kijkt me bestraffend aan. De greep van mijn hand om de buspaal wordt een tikje losser.

Wat brengt een hardnekkig heiden en haar homoseksuele collega naar een EO-jongerendag? In ieder geval niet de religieuze overtuiging: het enige moment dat ik werkelijk trots was op mijn katholieke wortels, was toen ik een paar maanden geleden de paus in zijn aangepaste jeep zag wegrijden van het Sint Pietersplein. Direct was hij een van mijn lievelingsopa's. En nog nooit had ik ergens zo graag bij willen horen, hoe kortstondig dit moment van plots gevonden spiritualiteit ook was. Johannes Paulus komt er echter op een dag als deze niet aan te pas.

En toch zitten we daar, op de tribune. Dertigduizend christelijke jongeren houden ons gezelschap. Een grote klok op het scherm voor ons telt de minuten af tot het moment dat het geheel losbarst, en er geen weg terug meer is. Dertigduizend christelijke jongeren brullen uitgelaten als er weer een minuut voorbij is. Muziek als uit een film, waarin een Amerikaanse held in de verre toekomst de planeet redt en tegelijkertijd een bloedmooie vrouw aan de haak slaat, weerklinkt om de spanning wat op te bouwen. Niet zonder uitwerking. Ik knap bijna van opwinding.

En dan. De climax. Bert van Leeuwen stormt begeleid door vuurwerk het podium op. Bert van Leeuwen. Bert, de ideale EO-huisvader, waar ik spastische neigingen van krijg als ik hem op televisie zie. Geduldig wacht ik op de eerste ongecontroleerde spiersamentrekkingen in mijn gezicht. Ze blijven uit. En gek genoeg heb ik ook niet de behoefte om heel hard weg te rennen. Ik mag hem wel, zoals hij daar op het podium een applaussalvo van dertigduizend jongeren staat te innen. Bert is blij, ik ben blij, de aardige meisjes naast ons zijn blij, iedereen is blij.

Als er vervolgens een salsaband begint te spelen, lijkt niets meer een innige overgave van mij aan de EO-jongerendag in de weg te staan. Maar zodra de frisse voorman begint te zingen en tegelijkertijd de ondertiteling op het grote scherm aanschiet, als ware het zondagochtend-karaoke, weet ik waar het hier ook alweer om ging. De jongen bezingt zijn innige liefde voor de Heer. Er is geen ontkennen aan. Geen enkele metafoor, geen enkele verbloeming geeft mij houvast om ongegeneerd luidkeels mee te brullen. Hij prijst, hij looft en hij heft zijn handen ten hemel. Meer dan wat lichtjes heupwiegen zit er niet in voor mij. Ik had het natuurlijk al ver van tevoren kunnen zien aankomen, maar nu ik er zo direct mee geconfronteerd word, steekt het toch een beetje. Ik hoor er niet echt bij. Hoe stralend de aardige meisjes naast ons me ook aankijken en hoe enthousiast ik ook mee juich. Zou ik als heiden door de mand vallen?

Zodra we na afloop een voet buiten de Gelredome zetten, pakken donkere wolken zich samen boven ons hoofd. Luttele minuten later barst er een stortregen los, zoals er waarschijnlijk na de zondvloed zelden meer heeft plaatsgevonden. Het galmende onweer is veelzeggend. Een brandend braambos zou niet duidelijker geweest zijn.