Het stuitervermogen van de Roteiro

Voor het EK voetbal heeft Adidas de Roteiro ontwikkeld. De klachten over de bal waarvan de vijf- en zeshoeken in de buitenste laag van de buitenbal thermisch zijn verlijmd, zijn verstomd.

Het is een kinderbal, een volleybal, een strandbal. 't Is net een baksteen, hij is te zwaar, te hard, hij stuitert niet. Hij is niet onder controle te krijgen, het is net een vliegende schotel. Hij is nog erger dan de vorige bal.

Tot een dag of tien geleden was er niets aardigs te horen over de nieuwe voetbal `Roteiro' die Adidas speciaal voor het EK ontwierp. Maar sinds het begin van de competitie zijn geen klachten meer vernomen. Zo gaat het altijd, zegt de woordvoerder van Adidas Benelux. Bij elke nieuwe bal regent het klachten en na een paar dagen hoor je niets meer.

De bal `Fevernova' die in 2002 op het WK werd gebruikt zou juist te licht zijn en in de vlucht `fladderen'. Ook die klachten verstomden, zeker toen duidelijk werd dat de bal niet veel verschilde van de bal die twee jaar eerder voor het EK was gebruikt. De afgelopen weken had Adidas net zo'n troef achter de hand: ook de Roteiro blijkt al een half jaar in roulatie zonder dat iemand iets verkeerds was opgevallen. Het zijn de nerveuze, bijgelovige competitiespelers die altijd met klachten komen.

In feite geven de eisen die de FIFA sinds januari 1996 stelt aan ballen die worden gebruikt in internationale competities zoals WK en EK de fabrikant maar weinig speelruimte. Rondheid, gewicht (420 à 445 gram) en diameter (22 centimeter) zijn tot op een paar procent nauwkeurig vastgelegd. De luchtdruk binnen de bal mag na tweeduizend rake standaardtrappen niet meer dan 0,1 bar gedaald zijn; niet verder dan van 1,8 bar naar 1,7 bar.

Het soepelst zijn nog de eisen die worden gesteld aan vochtabsorbtie en stuitergedrag. Gemiddeld mogen de EK- en WK-ballen door het opnemem van vocht uit bedauwd gras of regen wel tien procent zwaarder worden. Het Zwitserse onderzoeksinstituut EMPA in Dübendorf gebruikt een tank met een bodempje water om vast te stellen of hieraan wordt voldaan. Maar sinds in 1986 het ouderwetse leer door kunststof werd vervangen en ook de dekkende coatings steeds beter werden, is vochtabsorbtie nog nauwelijks een probleem. De bal `Tricolore' die voor het EK van 1998 werd gebruikt hield de absorbtie in de EMPA-test op zes procent. De nieuwe Roteiro-bal blijft daar waarschijnlijk onder omdat de buitenlaag van de buitenbal niet langer meer wordt gestikt maar verlijmd. Het waren altijd de stiknaden waarlangs het meeste vocht de bal inging. De FIFA zou best strengere eisen kunnen stelllen.

Ingewikkelder ligt het met de stuitereigenschappen van de bal. De FIFA eist dat een bal die op 1,8 bar luchtdruk (0,8 bar overdruk) is gebracht en die van twee meter hoog op een massief stalen plaat valt bij twintig graden Celsius minstens 120 en hoogstens 165 centimeter terugstuit. Een `rebound' van 120 à 165 centimeter, heet dat. Dat is een merkwaardig ruime marge, de ene bal verliest maar liefst veertig procent van zijn energie per stuitering, de tweede nog geen achttien procent. Dat zijn twee totaal verschillende ballen. Als voetballers verschillen opmerken tussen ballen, dan moet het vooral in deze variabele zijn.

Wat de stuiterprestaties van de Roteiro-bal zijn is niet bekend, want Adidas viel er niet toe te bewegen de resultaten van de EMPA-test bekend te maken. De bal Questra die in het WK van 1994 werd gebruikt kwam op 145 centimeter, de Tricolore van 1998 op 148. Daarmee lijkt de fabrikant tegemoet te willen komen aan het verlangen naar een snelle bal: naar explosive rebound en aan vormherstel na het trappen (waarbij de bal indeukt). Maar zulke ballen zijn hard aan de voet en vooral hard bij het koppen. Niet voor niets stelt de FIFA ook een maximum aan het stuitervermogen van de ballen.

De wat vage technische informatie die Adidas verspreidt wekt de indruk dat de wonderbaarlijke vereniging van twee onverenigbare eisen (grote rebound, zacht aan de voet) mogelijk werd door gebruik van een laagje syntactic foam tussen de buitenste en binnenste laag van de Roteiro-buitenbal. (De buitenbal heeft een typische sandwichstructuur.) Syntactic foams zijn plasticschuimen, zoals PUR-schuim, die zijn gevuld met gasgevulde holle microbolletjes. Het klinkt geavanceerder dan het is: ze bestaan al een halve eeuw. De schuimen die Adidas gebruikt komen van Bayer, in de Tricolore (1998) heette het Dualite, in de Fevernova (2002) en de Roteiro is het Impranil. Het valt nog te bezien of de syntactic foam veel toevoegt aan het gewone bolletjesloze polyetheen-schuim dat al in 1994 werd toegepast, de literatuur weet niet zo veel bijzonders over de schuimen te melden.

De opvallendste nieuwe eigenschap van de Roteiro-bal is de toepassing van thermische verlijming voor de verbinding van de vijf- en zeshoeken in de buitenste laag van de buitenbal. Tot voor kort werden die tweeëndertig panelen aan elkaar gestikt. Dankzij de thermal bonding is de bal nu iets gladder dan voorheen en daardoor zou hij ook stabieler in zijn baan komen te liggen, is de suggestie. Maar van dat laatste wordt geen enkel testresultaat getoond, terwijl de test zo eenvoudig zou zijn: laat de ballen in windstille omgeving vallen van bijvoorbeeld achttien meter hoogte en kijk of ze terechtkomen op een stip die precies loodrecht onder de bal op de vloer is aangebracht. De meeste gewone ballen blijken vèr naast de stip te belanden.

Er komt nog bij dat gladde ballen in principe juist wat aan de trage kant zijn. Gladde ballen moet veel harder worden weggetrapt om in de lucht rond de bal die typische turbulentie op te wekken waarbij de luchtweerstand plotseling sterk afneemt. Over deze eigenschap heeft Adidas evenmin informatie verstrekt. Ook de FIFA laat deze twee aspecten in zijn eisen buiten beschouwing, zoals vreemd genoeg ook niet geëist wordt dat het zwaartepunt van de bal precies in het midden ligt. Dat is iets waar Adidas wel veel zorg aan besteedt: tegenover het ventiel is een klein contra-gewicht aangebracht.

Alledaagse wetenschap: pagina 47