Het dode vlees

In Saoedi-Arabië werkt één op de twintig vrouwen. Maar als het aan de invloedrijke geestelijkheid ligt, worden dat er minder. Want vrouwen horen thuis de gezinswaarden in stand te houden. Intussen komt het koningshuis op voor de werkende vrouw. De kroonprins: `We nemen hier hersens in dienst, niet vrouwen.'

De eerste vrouw die in Saoedi-Arabië minister wordt kan Nouf al-Rakan zijn. Als er tenminste een vrouw minister wordt. Want nu Afghanistan door de Amerikanen is geont-Talibaniseerd, is Saoedi-Arabië het land waar de scheiding tussen man en vrouw verder is doorgevoerd dan waar ook in de islamitische wereld. Maar Nouf al-Rakan is pas 24 jaar en heeft in elk geval nog tijd genoeg.

We spreken over haar carrière achterin een BMW met chauffeur – vrouwen rijden geen auto in Saoedi-Arabië, want dat mag niet van de geestelijkheid. Die BMW is betaald door Nouf al-Rakan zoals ze ook haar chauffeur uit eigen zak betaalt. Want het eerste dat ze zichzelf had voorgenomen was financieel onafhankelijk worden van haar familie, niet omdat ze met haar ouders is gebrouilleerd – integendeel, ze heeft alle steun van haar familie – maar omdat zij nu eenmaal zo in elkaar zit.

Dat een vrouw langs zulke lijnen denkt, is niet gebruikelijk in Saoedi-Arabië. Ze mag naar school sinds koning Faisal in 1963 de eerste meisjesschool opende; ze mag sinds de jaren zeventig naar de meisjesuniversiteit, maar daarna moet ze thuis zitten om te waken over de gezinswaarden. De man draagt de financiële verantwoordelijkheid voor de familie. Zo wordt ze opgevoed en onderwezen. Want dat is de overtuiging van de geestelijkheid van de ultrapuriteinse (wahabitische) stroming van de sunnitische islam die Saoedi-Arabië sinds zijn geboorte in 1934 in een alliantie met het vorstenhuis van de Al-Sauds domineert. En de geestelijkheid dicteert de opvoeding en het onderwijs.

Nouf al-Rakan is een vrouw uit een klein groepje journalisten dat zich eerder die dag voor een gesprek had verzameld in de vrouwensectie van het Riadse hoofdkwartier van de Saoedische krant Asharq al-Awsat. Daar zaten onder anderen ook Sawsan en Mona, redacteuren van Asharq al-Awsat. Nouf al-Rakan schrijft freelance voor het Engelstalige Arab News, naast haar baan op de informatieafdeling van de Wereldgezondheidsorganisatie in Riad. De journalistiek is zo'n sector waarin steeds meer Saoedische vrouwen doordringen – op de vrouwenafdeling. Dat betekent een aparte ingang en contact met mannen louter en alleen per telefoon.

Mona staat daar achter. Volgens de islam moet de vrouw voor haar eigen bestwil worden beschermd, zegt ze, door haar van mannen af te schermen of door een mannelijk familielid of de religieuze politie te laten toezien op haar handelen. Sawsan legt zich erbij neer. Maar Nouf al-Rakan gaat er dwars tegenin: er is volgens haar geen sprake van een religieus voorschrift. ,,Als opgeleide vrouw heb ik segregatie nooit geaccepteerd'', zegt ze. ,,In de tijd van de profeet Mohammed was er geen segregatie. We hebben niet minder hersens: we zijn gelijk. Ik laat me niet als mindere behandelen. Waarom moet er een speciale sectie voor vrouwen zijn? Ik heb daar kritiek op.''

De segregatie tussen man en vrouw is niet totaal in Saoedi-Arabië. Soms wordt het religieuze vereiste om pragmatische redenen opzij gezet. Zo is de gezondheidszorg gemengd: er waren van het begin af aan te weinig vrouwelijke artsen voor twee gescheiden gezondheidssystemen. Ook de medische opleiding is gemengd, omdat er aanvankelijk evenmin vrouwelijke docenten beschikbaar waren. De andere sectoren – onderwijs, bedrijfsleven – zijn in principe gesegregeerd. De scholen, waar de invloed van de geestelijkheid zeer groot is, vormen een bolwerk van segregatie, maar in de particuliere sector wordt eraan geknaagd.

Nouf al-Rakan gaat gewoon bij de redactie van Arab News langs als ze iets te bespreken heeft – gehuld in de tot de grond reikende zwarte abaya en hoofddoek die in Saoedi-Arabië voor iedere vrouw het verplichte uniform vormen. Als je iets te melden hebt, zegt ze, kan je dat afdwingen. Zo kwam ze ook na haar afstuderen als eerste vrouw te werken op de pr-afdeling van de medische faculteit. Haar chef vond het niet prettig dat ze kwam. ,,Maar als je harder werkt dan de anderen, dwing je respect af. Veel meisjes hier zijn lui omdat ze in weelde baden. Nu ben ik gevraagd om de functie van mijn toenmalige chef over te nemen.'' Nouf al-Rakans uitdrukkelijke doel en streven is zo ver mogelijk te komen in haar carrière.

Er zijn meer vrouwen die net als Nouf al-Rakan zeggen vijf keer zo hard als mannen te werken om hogerop te komen. Het zijn vrouwen die in het buitenland hebben gestudeerd – Nouf al-Rakan heeft haar mastertitel in business administration in Texas gehaald. Maar zij zijn nog steeds uitzonderingen.

,,Dat komt doordat vrouwen hier worden opgevoed met de gedachte dat ze zwak zijn'', zegt dr. Hatoon Ajwad al-Fassi, universitair docente geschiedenis. ,,Het onderwijs en de opvoeding zorgen ervoor dat vrouwen zich zwak en afhankelijk voelen en dat ze een voogd, een mentor, de religieuze politie nodig hebben om hen te gidsen door het leven. Sommige vrouwen kiezen de kant van hun onderdrukkers. Die vragen om nog méér restricties.''

Nachtclubs

De grootmoeder van Hatoon Ajwad al-Fassi groeide in andere tijden op. ,,Op het platteland werkten de vrouwen mee. Op de boerderijen moesten ze koeien melken en op het land werken, naar de markt gaan. De vrouwen waren sterk, ook als ze alleen thuis waren. Mijn grootmoeder had er geen moeite mee om mannelijke gasten binnen te laten. Ze was sterk, vol vertrouwen. Dat was een weerspiegeling van hoe de maatschappij naar vrouwen keek.''

Dat was niet alleen zo op het platteland; veel Saoedische gesprekspartners herinneren zich grootmoeders die zich veel zelfstandiger gedroegen dan ,,het dode vlees'' zoals een psychologe de meeste vrouwen van nu betitelt. Ze groeiden op in een andere atmosfeer. Kranten adverteerden voor nachtclubs in Jeddah (dat als veel liberaler geldt dan het conservatieve Riad, maar zich tegenwoordig geen nachtclubs meer kan veroorloven). Er werd zelfs een operagebouw in Riad gebouwd.

Maar een opera werd er nooit opgevoerd, want 1979 bracht verandering. Het was het jaar van de islamitische revolutie in het shi'itische buurland Iran, van de invasie van de Sovjet-Unie in Afghanistan en van de bezetting van de Grote Moskee in Mekka door een groep fanatici die zich teweer stelden tegen `de verloedering van de islamitische normen': Weg met de Al-Sauds! De regering encanailleerde zich met ongelovige bondgenoten! Dat was volstrekt in strijd met het wahabisme dat juist was ontstaan als beweging om de islam te zuiveren van allerlei heidense uitwassen.

De bezetting van de Grote Moskee werd met bloedig geweld neergeslagen, maar de regering voerde een eigen islamitische revolutie door om haar aangetaste gezag te herstellen. Het is een van de factoren die hebben bijgedragen tot het ontstaan van het gewelddadig extremisme dat op dit moment Saoedi-Arabië teistert. Tegelijkertijd lag het aan de basis van een scherpe verstrakking van de publieke normen.

,,We ontdekten dat dingen beetje bij beetje verboden raakten'', zegt Hatoon al-Fassi. ,,We hoorden over beperkende maatregelen, en vervolgens merkten we dat die werden geïnstitutionaliseerd. Restaurants zijn een goed voorbeeld. In de jaren zeventig waren de restaurants nog gewoon open voor iedereen. Maar toen begonnen ze aparte ruimten af te scheiden voor families. We hoorden dat vrouwen soms niet meer binnen mochten. Eerst vertelden ze het, later zagen we bordjes op de deur. Tegen de jaren negentig moesten nieuwe restaurants een aparte sectie hebben voor vrouwen, een soort cabines, cellen. Dit werd de norm. Met als gevolg dat nu de religieuze politie, de muttawa, eerst de bouwplannen inspecteert.''

Intussen had de geestelijkheid de meisjesscholen al onder haar hoede – dat was het compromis waarmee koning Faisal meisjesonderwijs aan de geestelijkheid had kunnen verkopen. Via de scholen werden de strakke kledingregels van het hartland van het wahabisme – de Nejd waarvan Riad de hoofdstad is – verspreid, de abaya met hoofddoek en liefst ook gezichtssluier of alleen de ogen vrij. Critici noemen dat laatste voorschrift helemaal niet islamitisch, maar typisch traditioneel van de Nejd. Maar in pamfletten die vandaag de dag op vrouwenbijeenkomsten worden verspreid staat dat vrouwen die buitenshuis meer laten zien dan alleen hun ogen naar de hel gaan en door God worden verbrand. `Vrouwen in het vuur', staat erboven, `de meerderheid van de vrouwen belandt uiteindelijk in de hel'.

Ook de muttawa veranderde in die tijd van karakter. ,,Veertig jaar geleden vertegenwoordigde de religieuze politie een redder in de nood'', zegt de sociologe Munira al-Naheth. ,,Nu zijn de jongeren zo bang voor de muttawa dat ze beginnen te trillen als zij hen tegenkomen. Ze vertegenwoordigen sinds 1979 het tegenovergestelde van veiligheid.''

Een nieuw keerpunt vormde vorig jaar de zware zelfmoordaanslag door Al-Qaeda in Riad waarbij 35 mensen omkwamen. Het was geen optie voor de regering om net als in 1979 dóór te islamiseren, zoals de extremisten achter de terreurcampagne van Al-Qaeda eisen. Het koningshuis is namelijk zelf ook doelwit van de terroristen, en afgezien daarvan kan het niet voorbijgaan aan de zware internationale politieke en economische druk om te moderniseren.

De tot dusverre doorgevoerde hervormingen blijven oppervlakkig, maar er is wel sprake van een nieuwe openheid, zolang die niet leidt tot kritiek op het koningshuis zelf. Kranten drukken artikelen af over vroegere taboe-onderwerpen zoals geweld tegen vrouwen – een zaak die tot dusverre niet kon bestaan in een islamitische samenleving. Arab News publiceerde vorige maand een harde klacht van een Saoedische vrouw over de kwaliteit van het leven als `brief van de dag'. ,,Ik zou moeten autorijden, stemmen en mijn eigen beslissingen nemen'', schreef ze. ,,Waarom wordt de Saoedische vrouw gemarginaliseerd? Mijn grondrechten worden mij ontzegd. De staat en zijn systeem zijn zo achterlijk.''

Modernisering

`Vrouwen, hun rechten en plichten' was eind vorige en begin deze week in Medina het onderwerp van de derde aflevering van de Nationale Dialoog, een vorig jaar begonnen debat onder auspiciën van kroonprins Abdullah tussen vertegenwoordigers van verschillende sectoren van de maatschappij, voorlopig overigens zonder beleidsconsequenties. Het was dit keer een pittige discussie, aldus Arab News. Een groep van 32 vrome vrouwen eiste onder andere dat het rijverbod voor vrouwen wordt gehandhaafd, dat zorgvuldig de hand wordt gehouden aan segregatie en dat voorrang wordt gegeven aan familie- en huwelijkskwesties boven zaken ,,die geen prioriteit hebben''. Daartegenover stonden vrouwen en ook mannen die juist afschaffing van het rijverbod en van de segregatie eisten, dat laatste te beginnen tijdens deze ronde van de dialoog. Een deelnemer, aldus Arab News, vroeg zich af waarom de ,,ontwikkelde elite'' van de maatschappij niet in staat zou zijn om de grenzen niet te overschrijden als de bijeenkomst gemengd zou zijn. En een geestelijke wekte grote ophef met zijn uitspraak dat vrouwen méér rechten hebben verworven dan waarop ze recht hebben en dat vrouwelijke docenten die in het buitenland hebben gestudeerd ,,westerse feministische ideeën'' onder hun studenten verspreiden.

De actie van de geestelijke was meer dan een nabrander van een slecht verliezer. De geestelijkheid vreest haar vaste greep op de maatschappij te verliezen. ,,Modernisering breekt de macht van de geestelijken om de zaken te controleren'', aldus de socioloog dr. Abdullah al-Fauzan. ,,Neem vrouwen met een eigen telefoon, die worden onafhankelijker. Zelf gebruiken de geestelijken een microfoon, maar ze zijn tegen modernisering van de maatschappij. Modernisering bedreigt hun macht. Ze gebruiken de godsdienst om de mensen tegen hervorming en vernieuwing op te zetten.''

Daarom viel de hoogste Saoedische geestelijke, groot-mufti sjeik Abdulaziz al-Sheikh, in januari ook zo hard uit tegen de zakenvrouwen die zich tijdens het economische forum van Jeddah hadden gemengd onder de mannelijke aanwezigen. Hij bepaalde in een fatwa, een islamitisch decreet, dat mannen en vrouwen zich niet met elkaar in één ruimte mogen bevinden. ,,Dat is zeer strafbaar en de wortel van elk kwaad en elke catastrofe.''

Dr. Nahed Taher was een van de vier Saoedische zakenvrouwen die tijdens het forum van Jeddah voor een gehoor van mannen een toespraak hielden. Zij sprak over de arbeidsmarkt. Het was een unicum. Vorig jaar waren er ook vrouwelijke deelnemers aan het forum, maar het aandeel van de Saoedische vrouwen bleef beperkt tot aanwezigheid op de vrouwendag. Buitenlandse vrouwen spraken tot de mannelijke deelnemers.

,,Dit jaar besloten de organisatoren dat ook Saoedische vrouwen tot mannen zouden kunnen spreken. Het was een fantastische ervaring. Op de voorste rijen zaten ministers, belangrijke zakenlieden, het was een groot succes'', aldus Nahed Taher. ,,De mensen zouden er trots op moeten zijn carrièrevrouwen te horen spreken over belangrijke economische ontwikkelingen. Ze zouden dat moeten steunen in plaats van kritiek te oefenen.'' De boodschap van de regering was volgens haar: ga zo door. ,,Kroonprins Abdullah zei: vrouwen moeten op de juiste plaats zitten.''

Nahed Taher – die twee buitenlandse masterstitels bezit en is gepromoveerd – was tweeëneenhalf jaar geleden de eerste vrouw die kwam werken bij de National Commercial Bank in Jeddah, gewoon tussen de mannen. ,,Nu zijn er een stuk of twintig. Ook in Riad zijn er vrouwen die bij banken werken, maar die worden meer verstopt gehouden; daar ligt het nog gevoelig. In Jeddah ligt het heel anders.''

Volgens Taher komt overal in het koninkrijk meer steun voor vrouwen die in de economie werken. ,,Kroonprins Abdullah en prins Abdel-Majid hier in Jeddah zeggen: we nemen hersens in dienst, niet vrouwen.'' En politieke steun is onontbeerlijk: ,,Je moet steun hebben op het politieke niveau om iets te bereiken. Als ik de wil heb, maar geen steun, werkt het niet.''

Ook zij wijst erop dat de islam toestaat dat vrouwen in één ruimte met mannen werken. ,,We kennen het begrip helwa, dat het ongeoorloofd is als één vrouw en één man zich samen in één gesloten ruimte bevinden. We geloven daarin. Maar verder is er niets dat zich tegen afschaffing van de segregatie verzet. Sinds lang werken werken mannen en vrouwen samen in de gezondheidszorg, dus waarom niet elders? Waarom mogen alleen mannen verkopers zijn in winkels? Het is veel prettiger als je je ondergoed van vrouwen zou kopen.''

Taher vertaalt de situatie van de vrouwen naar de economische realiteit. Nog steeds maken vrouwen maar 5 procent van de beroepsbevolking uit, hoewel ze meer dan de helft van de studenten op de universiteiten uitmaken. Ze bezitten 30 à 40 procent van het onroerend goed. Maar hoewel vrouwen de facto een belangrijke rol spelen in de economie, krijgen ze geen vergunning om als investeerder op te treden; ze moeten via een sponsor opereren. In bedrijven kunnen ze sinds twee weken wel zonder sponsor actief zijn.

De economische situatie van het koninkrijk eist volgens haar dat veel meer vrouwen gaan werken. Ze moeten het gezinsinkomen op peil houden; het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking is gedaald van van 16.000 dollar eind jaren tachtig naar 8.000 dollar nu. Het is volgens haar ook een economische noodzaak dat het autorijverbod voor vrouwen wordt opgeheven. De vrouwen hebben nu buitenlandse chauffeurs in dienst. ,,Er zijn een miljoen buitenlandse chauffeurs die 1.000 riyal per maand verdienen. Dat betekent dat er 12 miljard riyal per jaar aan wordt uitgegeven. Dat is een reusachtige verspilling. Als vrouwen zelf nog een kwart van de gastarbeiders zouden vervangen, zou dat 60 miljard riyal per jaar schelen, 10 procent van het BNP.''

Taher zegt: ,,We willen moderniseren binnen onze islamitische en Arabische identiteit. De islam is niet, zoals de perceptie is, heel erg restrictief. De islam is heel goed en flexibel en geeft vrouwen alle steun.''

Maar verandering zal veel tijd vergen, denkt ze. Niet alleen wegens tegenwerking van de geestelijkheid, ook van veel vrouwen zelf. ,,De conservatieven hebben dit verkeerde idee: dat vrouwen thuis moeten zitten. Daardoor is een cultuur ontstaan dat dit juist zou zijn. Veel vrouwen gaan gewoon niet werken. Ze zijn erin opgevoed dat werk verboden is.''

    • Carolien Roelants