Heroïne als medicijn

Het kabinet breidt het experiment met het onder toezicht verstrekken van heroïne aan uitbehandelde verslaafden uit van driehonderd tot duizend plaatsen. Naast de zes huidige behandeleenheden (in Amsterdam, Den Haag, Groningen, Heerlen, Rotterdam en Utrecht) komen er maximaal negen bij, is gisteren besloten.

Eerder had het kabinet er al voor gekozen het experiment een permanent karakter te geven. Dit kan pas gebeuren als verstrekking van heroïne als `farmaceutisch produkt' mogelijk is. Tot dan mag het middel alleen in het kader van een wetenschapelijk onderzoek verstrekt worden, zo lieten de ministers Hoogervorst (Volksgezondheid), Donner (Justitie) en De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing) gisteren de Tweede Kamer weten.

Ook als heroïne als `medicijn' is geregistreerd, kan het niet zomaar worden voorgeschreven. De huidige strikte voorwaarden voor de gecontroleerde toediening blijven gelden. Verslaafden moeten ouder zijn dan 35 jaar, meer dan vijf jaar chronisch zijn verslaafd, zonder succes met methadon zijn behandeld en in een slechte lichamelijke of geestelijke gezondheid verkeren.

De kosten van het lopende experiment met driehonderd plaatsen, vijf miljoen euro per jaar, worden uit de begroting van Volksgezondheid gefinancierd. Voor de uitbreiding stelt het kabinet vanaf 1 januari gedurende vier jaar een miljoen euro jaarlijks beschikbaar. Gemeenten moeten de rest van het benodigde geld uit de eigen begroting financieren. Volgens het kabinet kan dit onder meer uit de extra bijdrage die de (grote) steden hebben gekregen voor de bestrijding van de criminaliteit en vergroting van de veiligheid. Het is nog niet bekend welke gemeenten buiten de zes die meedoen aan het experiment in aanmerking willen komen voor een behandelunit.