Handen aan het stuur, Alan!

Hoewel het monetaire rijbewijs van Amerika's bankpresident Alan Greenspan donderdag werd verlengd, rijst onder sommige analisten het idee dat de wereldeconomie stuurloos is.

Economen zijn het zelden allemaal met elkaar eens, maar de laatste maanden opent zich wel een heel grote kloof in de meningsvorming over waar het op de middellange termijn naar toe gaat met de wereldeconomie. Het debat heeft grote implicaties voor de financiële markten.

Centraal staan de inflatievooruitzichten. Een jaar geleden maakte iedereen zich nog zorgen over de kans dat de lage en dalende inflatie zou omslaan in deflatie. Nu is de situatie omgekeerd. In de eurozone merkte ECB-topman Jean Claude Trichet eind vorig jaar al op dat de inflatie opmerkelijk `kleverig' was. Tegen de verwachting in dat de geldontwaarding snel zou dalen, bleef die te lang op circa 2 procent hangen, en daalde daar pas in februari van dit jaar duidelijk onder. Sindsdien is de inflatie weer scherp gestegen, tot 2,5 procent vorige maand. De hoge olie- en brandstofprijzen spelen daar een rol bij, maar verklaren de stijging niet geheel. Bij een ECB-rente die op 2 procent ligt, is er nu sprake van een negatieve reële rente.

Nu is in het traag groeiende Europa zo'n monetaire impuls misschien nog verdedigbaar, maar in de Verenigde Staten ligt dat anders. Het aantal inflatiemaatstaven is daar groot, en ze komen in allerlei varianten voor. Met voedsel en energie, of zonder. Alleen de persoonlijke consumptie, of de algemene consumptie. Woonlasten er bij of juist niet. Enzovoort. Het woud van maatstaven verleidt makkelijk tot teleologie: het enkel kiezen van het passende bewijs bij een vooraf ingenomen stelling. Dat inflatie nog steeds geen probleem is, terwijl de economie groeit met een tempo van zo'n vier procent, is te bewijzen. Alan Greenspan, de chef van de centrale bank, zei dinsdag nog in het Congres, dat twee dagen later zijn nieuwe ambtstermijn bevestigde, dat hij zich geen zorgen maakt. Ook topeconoom John Lipsky van de bank J.P.Morgan schreef in zijn nieuwsbrief deze week dat er geen reden is tot ongerustheid.

Intussen bedraagt de gewone, rechttoe-rechtaan-meting van de Amerikaanse inflatie wel meer dan drie procent over de maand mei. Greenspan hanteert een korte rentevoet van 1 procent, zodat de reële rente nu ruim 2 procent negatief is. Dat is sinds eind jaren zeventig, toen de inflatie volledig uit de hand liep, niet voorgekomen.

Een beetje monetarist zou zich daar zorgen over maken. Charles Dumas van het Britse Lombard Street Research, dat in die geest analyseert, doet dat ook. Hij stelt dat in de afgelopen zes maanden de prijzen, teruggerekend op jaarbasis, met 4,5 procent gestegen zijn, en over de afgelopen drie maanden zelfs met 5,5 procent.

Greenspan zelf maakte afgelopen dinsdag duidelijk dat de `Fed' weliswaar zijn rente zal gaan verhogen, maar slechts in kleine stapjes. Dat is, zo stelt Dumas, rijkelijk laat. Maar tegelijkertijd dreigt nu de inflatie de binnenlandse koopkracht zodanig uit te hollen, dat mag worden getwijfeld aan de houdbaarheid van Amerika's voorspoedige economische groei.

Tegenover de gangbare prognoses van een voortzetting van het gunstige economische tij in de VS, zoals woensdag nog onderstreept door een uitbundig toenemende industriële productie, staan zo steeds meer twijfels. Zakenbank Dresdner Kleinwort Benson liet deze week weten te verwachten dat het komende halfjaar tegenvalt.

Wie de mogelijkheden tegen elkaar afzet in een eenvoudige matrix, moet concluderen dat alles niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk denkbaar is. De economische groei blijft hoog, terwijl de inflatie weer terugvalt (het door productiviteitswinst gedragen ideale scenario). De groei blijft hoog, maar de inflatie ook (oververhitting door een te laks beleid van Greenspan). De groei daalt, en de inflatie daalt ook (de op één na beste uitkomst). Of de groei daalt, terwijl de inflatie oploopt (stagflatie, zoals in de jaren zeventig).

Complicerend zijn de mogelijke gevolgen van de enorme dollarcreatie die wereldwijd is ontstaan door het ultralage rentebeleid en schuldenberg van de VS. Wordt de liquiditeitvloed `opgedweild' door een langdurige periode van hoge volumegroei in de wereldeconomie. Of hebben al die dollars nu al nieuwe zeepbellen doen ontstaan, niet in de laatste plaats in de waarde van de dollar zelf?

Econoom Joachim Fels van Morgan Stanley ziet een sterke gelijkenis tussen de omstandigheden van nu, en die aan het begin van de jaren zeventig. De overheidsuitgaven lopen wereldwijd uit de hand, de inflatie rukt op, en een eenvoudig recept is niet voorhanden. Hij vreest een langdurige periode van soortgelijke economische instabiliteit als destijds.

Niet alleen analisten, maar ook de mannen van de `werkvloer' kennen hun twijfels. De Financial Times liet donderdag topbelegger Bill Gross van Pimco, een van de grootste obligatiebeleggingsfondsen ter wereld, aan het woord. Gross noemde de vooruitzichten voor de wereldeconomie ,,het meest onzeker van de afgelopen twintig tot dertig jaar''. Als een van de machtigste marktpartijen dat hardop zegt, dan wordt de huidige terughoudendheid van beleggers een stuk begrijpelijker.

    • Maarten Schinkel