`Halve Shell-top wist van probleem'

De helft van de vierhonderd hoogste Shell-managers moet worden ontslagen omdat ze medeverantwoordelijk zijn voor de problemen waarin het bedrijf is terechtgekomen. Dit heeft een begin dit jaar vertrokken topmanager van de NAM, Hans Bouman, in april in een persoonlijke e-mail geadviseerd aan groepsvoorzitter Jeroen van der Veer van de Koninklijke/Shell Groep.

,,Jullie moeten zeer snel aankondigen dat vijftig procent van de top 400 wordt ontslagen. Zij wisten allemaal wat er aan de hand was en deden niets dan wachten totdat alles voorbij was'', aldus de mail. Zonder zo'n ,,dramatische'' ingreep zal ook Van der Veer ,,de huidige revolutie'' niet overleven, aldus Bouman. Bij de NAM, een gezamenlijke dochter van Shell en Exxon Mobil, was Bouman verantwoordelijk voor het Groningse gasveld. Hij heeft zo'n dertig jaar bij Shell gewerkt. Bouman en Shell weigeren commentaar.

Shell bleek dit voorjaar zijn olie- en gasreserves te hoog ingeschat te hebben en moest daarop 23 procent van zijn bewezen olie- en gasreserves schrappen. Na een extern onderzoek moesten drie topmanagers hun functie verlaten, onder wie groepsvoorzitter Sir Philip Watts. De Amerikaanse beurswaakhond SEC en justitie in de VS zijn een onderzoek begonnen.

Uit onderzoek van deze krant blijkt dat binnen Shell een kleine tien jaar terug een cultuur is ontstaan waarin hoge managers werden verleid onhaalbare beloften te doen. Alleen als ze olie- en gasprojecten te gunstig voorstelden konden ze financiering krijgen.

In interne documenten is hierover sinds 2000 alarm geslagen. Zo heeft Roelof Platenkamp, de huidige directeur van de NAM, op 26 juni 2000 als voorzitter van een interne werkgroep de directie van de belangrijkste Shell-divisie, Exploratie en Productie (EP), gewaarschuwd voor ,,overschattingen van sleutelfactoren om financiering zeker te stellen''. Hij merkte op dat ,,projecten te optimistisch [lijken] in zowel exploratie en productie''. Shell dreigde daarom terecht te komen in ,,een cyclus van te grote beloften en tegenvallende prestaties''. Platenkamp is deze week in de VS verhoord door de SEC en wilde niet reageren.

Volgens verscheidene direct-betrokkenen was Watts, EP-chef vanaf 1997 en groepsvoorzitter sinds 2001, de stuwende kracht achter de onhaalbare beloften. In de periode voordat hij in maart gedwongen werd te vertrekken, blijkt onder hoge Shell-managers indringende hatemail over hem te hebben gecirculeerd. In de berichten wordt hij uitgemaakt voor ,,leugenaar'' en wordt de hoop uitgesproken dat Watts ,,mag branden in de hel''.

Onder Watts, die al maanden onbereikbaar is, werd eind jaren negentig het Amerikaanse energiebedrijf Enron binnenskamers ten voorbeeld gesteld aan Shell. Hoge managers die Watts' ambitieuze groeiplannen steunden, vertelden sceptische collega's in interne bijeenkomsten dat Enron bewees dat een omzetgroei van zelfs tien procent mogelijk was. Later bleek in een omvangrijk boekhoudschandaal dat de groei van Enron alleen op papier bestond.

SHELL IN CRISIS pagina 21-22

WWW.NRC.NL dossier Shell