Gefrustreerde SER verdeeld over WW

De Sociaal-Economische Raad kwam gisteren met een verdeeld advies over de WW. Het mislukte voorjaarsoverleg bleek een grote rol te spelen. `Een uiterst frustrerend geheel.'

,,Ik ben er van overtuigd dat, als dit advies een jaar geleden had gespeeld, we er unaniem uit waren gekomen'', zei kroonlid K. Goudswaard gisteren tijdens de maandelijkse vergadering van de Sociaal-Economische Raad (SER). ,,Maar de situatie is inmiddels veranderd en dat heeft duidelijk invloed gehad op de standpunten van de sociale partners.''

De SER vergaderde gisteren over een advies aan het kabinet over de WW. Een advies dat sinds begin dit jaar meermalen werd uitgesteld, omdat de sociale partners het in samenhang met andere dossiers, zoals de WAO en het prepensioen, wilden bezien. Met een teleurstellend resultaat: dagen voor de officiële stemming stond al vast dat de SER-leden niet tot eensgezindheid zouden komen.

De oorzaak van de verdeeldheid laat zich raden: het mislukte voorjaarsoverleg van vorige maand over de toekomst van het prepensioen. Minister Zalm (Financiën) voerde de spanning nog op met zijn uitspraak vorige week dat het kabinet niet langer op de SER moest wachten, maar snel zelf besluiten moest nemen over de WW.

,,De huidige verhoudingen tussen kabinet, vakbeweging en werkgevers hebben belemmerd dat er op dit moment een unaniem advies in de SER kan worden vastgesteld op het WW-dossier'', concludeerde K. van Popta van werkgeversorganisatie MKB-Nederland gisteren tijdens de raadsvergadering. T. Heerts van vakcentrale FNV zei dat het totstandbrengen van het advies ,,geen vreugdevolle bezigheid'' was geweest. ,,Sterker nog, het was een uiterst frustrerend geheel.''. Waarop J. van den Braak van VNO-NCW stelde dat het vooral de vakbeweging is die gefrustreerd is.

Net als bij de discussie over het prepensioen waren het de grote vakcentrales en werkgeversorganisatie VNO-NCW die het niet eens konden worden. De kroonleden, vakcentrale MHP en de kleinere werkgeversorganisaties MKB-Nederland en LTO Nederland namen een middenpositie in.

Het kabinet had de SER om advies gevraagd over maatregelen voor de versobering van de WW. Het meest omstreden is de afschaffing van de zogenoemde `kortdurende WW-uitkering' van zes maanden, voor werknemers die geen WW krijgen omdat ze nog geen vier jaar hebben gewerkt, maar die wel tenminste 26 weken hebben gewerkt.

Het kabinet wil daarnaast de aanspraak op de reguliere WW-uitkering (70 procent van het laatstverdiende loon) beperken. Werknemers moeten het jaar voorafgaand aan hun werkloosheid 39 weken hebben gewerkt, in plaats van 26 uit 39 weken.

De vakcentrales FNV en CNV verwierpen alle voorstellen van het kabinet. ,,Jarenlang is de werkgelegenheidssituatie zo gunstig geweest dat de WW zo'n beetje leegstroomde. En op het moment dat de werkloosheid oploopt, komt de regering meteen maar met voorstellen om de WW voor de meeste mensen onbereikbaar te maken'', zei T. Heerts van FNV. ,,Vinden ze het in Nederland nou echt normaal dat je vier jaar en dan ook nog eens 39 weken gewerkt moet hebben om ook maar enig recht op WW te hebben? En dat jongeren bijna niets aan die verzekering hebben?''

Volgens VNO-NCW, dat de kabinetsvoorstellen als enige volmondig steunde moet de aanscherping van de toetredingsvoorwaarden niet worden gedramatiseerd. ,,In sommige andere landen krijg je alleen een werkloosheidsuitkering als je fulltime werkt'', zegt directeur sociale zaken J. van den Braak. ,,Hier volstaat het om 39 weken per jaar één uur per dag te werken.''

De overige SER-leden steunen alleen de versobering van de reguliere WW. A. Verhoeven van de vakcentrale MHP: ,,Wij betreuren het dat dit advies zo verdeeld is, maar gaan ervan uit dat er ook nog verstandige mensen in dit kabinet zitten, die wel de moeite nemen om dit advies serieus te nemen.''