EK historie

Sommige tv-beelden van geblesseerde sporters staan op het netvlies gebrand. Onvergetelijk is de grimas van Henrik Andersen tijdens het EK in Zweden. De Deense linksback was vlak voor het toernooi met zijn ploeggenoten van de camping geplukt, na de uitsluiting van Joegoslavië dat in de zomer van 1992 in oorlog was. In de halve finale tegen Nederland kwam hij in botsing met Marco van Basten, die waarschijnlijk zonder opzet de linkerknieschijf van zijn tegenstander bijna in tweeën brak. Andersen schreeuwde het uit, voor het oog van een miljoenenpubliek en de 50.000 toeschouwers in Gotenburg. Naar verluidt hebben de supporters in het stadion de knieschijf horen kraken. Kermend van de pijn moest Andersen naar de kleedkamer; ondertussen miste Van Basten de beslissende strafschop en plaatste niet Nederland maar Denemarken zich voor de finale, waarin Duitsland zich ook verslikte in de Deense dadendrang. Andersen had toen al op de operatietafel gelegen. Vijf minuten na de finale had hij vanuit het ziekenhuis zijn feestende ploeggenoten aan de telefoonlijn. Hij zou bijna een jaar revalideren; zijn transfer van FC Köln naar Sampdoria ging niet door. Hij kreeg bloemen en brieven uit heel Europa, ook van de KNVB. Van Basten liet niets van zich horen; hij raakte zelf aan zijn enkel geblesseerd en zou net als Andersen nooit meer zijn oude niveau halen.

Dit is aflevering acht in een serie over de geschiedenis van het EK voetbal.