Een treffen met klassieke emoties

Gastland Portugal en Spanje treffen elkaar morgen in het cruciale duel van groep A bij het EK voetbal. Over de complexe en hardnekkige rivaliteit tussen twee buurlanden.

Wie gaat er winnen? Vraag het in Spanje aan de willekeurige man in de straat en het antwoord laat geen twijfel. ,,Wij gaan winnen. Ons team is simpelweg sterker'', aldus een voorbijganger voor de ingang van een café in Madrid. Bel met een vriend in Portugal en er volgt een lang betoog over het Spaanse team dat weliswaar veel sterspelers bevat, maar niet verder komt dan een gelijkspel (1-1) tegen Griekenland. ,,Tegen Griekenland! Dat was een ramp! Wij spelen thuis, wij zijn de gastheer, wij gaan winnen!''

Rotsvaste overtuiging van de superioriteit versus de goede hoop van de underdog: daarmee is de toon tussen deze twee landen wel aardig mee gezet. De rivaliteit tussen het `kleine' Portugal en zijn `grote' buur op het Iberisch schiereiland leidt zelden tot een rechtstreekse confrontatie, maar is niettemin hardnekkig. Een complexe verhouding die alleen oppervlakkig gezien iets wegheeft van het luidruchtige minderwaardigheidscomplex dat Nederland koestert ten aanzien van zijn Duitse oosterbuur.

De geschiedenis tussen deze twee voetbalgekke naties laat zich lezen als de bloederige variant van een UEFA-Cuptoernooi. Het verdrag van Tordesillas (1494) waarin Portugal en Spanje gezamenlijk de juist ontdekte nieuwe wereld onderling verdeelden, was de laatste keer dat het resultaat iets had van een verdiend gelijkspel.

Daarna werden de krachtmetingen minder overzichtelijk. Nadat de jonge Portugese koning Sebastio in een vlaag van overmoed of waanzin aldus sommige historici besloot Marokko aan te vallen en spoorloos verdween in de slag bij El-Ksar, lijfde Philips de Tweede Portugal in bij Spanje. Zestig jaar later maakte een opstand een einde aan die situatie.

In 1801 besloot Spanje andermaal tot een aanval (de zogeheten Sinaasappeloorlog), maar het land was inmiddels zelf dermate verzwakt dat dit vooral een algehele chaos tot gevolg had. Engeland en Frankrijk vochten de oorlog uit op Portugese grond. Eén-nul voor Engeland, waarbij het team van Napoleon het aflegde tegen de guerrillatactiek van de Duke of Wellington.

Omdat Spanje niet graag wordt herinnerd aan zijn nederlagen, vormt Portugal sindsdien een blinde vlek in het geheugen. Men gaat als het zo uitkomt met plezier een weekend naar Lissabon, maar voor het overige trekken toch Frankrijk en Duitsland de meeste aandacht. Portugal is een land waar nog meer bosbranden voor te schijnen komen dan thuis, en voorts zou een hogesnelheidstrein tussen Madrid en Lissabon wel handig zijn. Portugezen zijn misschien wat zwaar op de hand, maar verder hartelijk welkom. Vooral als ze in Spanje wonen of werken, zoals de schrijver José Saramago of de architect Alvaro Siza.

Aan de andere kant van de grens leeft een gevoel dat het midden houdt tussen bewondering en beleefde wrevel voor de oosterburen. Spanjaarden praten luid in restaurants waar fado wordt gespeeld. Zwaarmoedig wordt vastgesteld dat beide landen lang zuchtten onder een dictatuur met een economie van armoedzaaiers, maar dat Spanje er op een of andere manier beter in is geslaagd zich hier aan te ontworstelen. Dat drukt des te meer in de laatste jaren, nu het erop lijkt dat Portugal de grootste moeite heeft om mee te komen in de gemeenschappelijke markt. Spaanse bedrijven hebben op grote schaal in het land geïnvesteerd in overnames. Symbool van dit economisch imperialisme is El Corte Inglés, Spanjes nationale warenhuisketen die in Lissabon zijn enige buitenlandse vestiging kent.

,,Het spreekwoord luidt: uit Spanje waait geen goede wind en komt geen goed huwelijk'', zo verklaart een Portugees het onderliggend wantrouwen. Gretig wordt gewezen op de internationale talenkennis van de gemiddelde Spanjaard, die nihil is. De bezoekende Spanjaarden weigeren ook maar een poging te ondernemen iets van het Portugees te praten, terwijl Portugezen altijd wel een mondje Spaans machtig zijn.

Portugal mag zichzelf in voetbaltermen graag zien als het `Brazilië van Europa'. Dat er in de afgelopen decennia weinig belangrijke overwinningen zijn behaald, laat staan op Spanje, doet hier niets aan af. ,,Het is net als met Real Madrid: ook een sterrenteam kan verliezen'', aldus een van de commentaren. ,,We gaan door'', kopte Spanje's voetblad Marca op zijn beurt met vanzelfsprekend zelfvertrouwen. Een ontmoeting met klassieke emoties.