De non-conformist heeft nog steeds toekomst 1

In Opinie & Debat van 12 juni doet H.J. Schoo een aanval op de `mythe' van het non-conformisme in Nederland. In tegenstelling tot het heersende beeld, zou Nederland na de jaren '60 juist conformistischer zijn geworden. Toen de mens zijn vaste maatschappelijke kaders van religie en zuil had verloren, zou hij ten prooi gevallen zijn aan `outer-directedness', hij zou zich voortdurend conformeren aan de sociale waarheid van het moment.

In het conservatieve commentaar van de heer Schoo vallen direct twee zaken op: in de eerste plaats neemt hij de gedachte van de jaren '60 als volledige breuk met de voorgaande jaren over van de vermaledijde progressieve bejubelaars. Ten tweede legt hij de nadruk op de (in zijn ogen) negatieve kanten van deze `breuk'.

In zijn haast om zijn punt te maken, geeft hij echter geen ruimte aan alternatieve overwegingen. Wellicht heeft tussen de jaren '60 en de periode ervoor meer continuïteit plaatsgevonden in het gedrag van Nederlanders dan discontinuïteit. De jaren '60 bood nieuwe mogelijkheden tot non-conformisme, maar dat non-conformisme werd niet door iedereen aangegrepen. In plaats daarvan kwam de zojuist van zijn zuil bevrijde Nederlander in de grijpgrage armen terecht van de vrije markt en het consumentisme, die hem tot een nieuw conformisme dwongen. Een conformisme dat hij maar al te goed kende. Diezelfde markt die (neo)conservatieven vaak zo hoog achten, heeft de revolutie van de jaren '60 voortijdig de das omgedaan. De jaren '60 hebben ons echter zeker wel de mogelijkheid gelaten om af te wijken van de eigen zuil of sociale gemeenschap.

Is dit nu een reden om de `innerdirected' mens van de jaren '50 weer op een voetstuk te plaatsen? Integendeel. Waarom zouden wij de ene conformist, de consumptiemens, inwisselen voor een andere conformist, de aloude verzuilde gemeenschapsmens? De non-conformist heeft nog steeds toekomst. De Amerikaan Richard Florida schrijft in zijn boek The rise of the creative class over de opkomst van een nieuwe klasse van individualisten die de voorkeur geven aan een vrije, artistieke moraal en tegelijk de economische toekomst van de natie vorm zullen geven. Hun moraal is een combinatie van de protestant work ethic, ooit beschreven door de socioloog Max Weber, en de bohemien ethic, de in de jaren '60 gepopulariseerde antiburgerlijke moraal van de bohémien.

Deze groep, de managers, de IT-professionals, de kenniswerkers van de toekomst, voelt zich thuis in een vrije samenleving waarin non-conformisme niet onmiddellijk wordt afgestraft. Het is daarom lovenswaardig dat Dick Pels in zijn manifest juist dit aspect, dat overigens door Jacques de Kadt al ruim vóór de jaren '60 was uitgewerkt, tot uitgangspunt heeft genomen voor een nieuwe progressieve beweging.