...de krant antwoordt

Deze brief bereikte de krant maandag; dinsdag is in de rubriek Correcties en Aanvullingen een verantwoording van de gebruikte bronnen voor het artikel verschenen. In het artikel over de doop van Amalia had beter meteen vermeld kunnen worden uit welke bron geput was – het desbetreffende handboek over liturgie en nog twee boeken. Maar is er ook onoirbaar geparafraseerd, zoals de schrijver van het geraadpleegde hoofdstuk vindt? Zijn er ook ideeën geciteerd of naverteld, is andermans gedachtegang overgenomen als waren het eigen ideeën of gedachten? Wie zo'n brief binnenkrijgt, schrikt zich een hoedje. Plagiaat staat in ons stijlboek aangeduid als ,,journalistieke hoofdzonde die het aanblijven als redacteur automatisch op het spel zet''. Het is ongeveer het ergste verwijt dat de reputatie van een journalist kan treffen.In dit geval heb ik dan ook nader contact gezocht met de briefschrijver (en uiteraard met de redacteur). Ik heb het hele artikel nagelopen op ,,originele formuleringen of exclusieve uitspraken''. Deze moeten namelijk altijd met bron worden vermeld. De vuistregel luidt dat ,,het gebruik van algemeen bekende informatie uit andere media is toegestaan''. Journalisten zijn heel vaak gewoon doorgeefluik: wij brengen kennis over van anderen, letterlijk als verslaggever. Journalisten hoeven niet zo oorspronkelijk te zijn als wetenschappers.

Afgelopen weekeinde werd prinses Amalia gedoopt. Wat was ook alweer de achtergrond van dit kerkelijke ritueel, zo was de journalistieke opdracht voor de schrijver. Een redacteur put dan uit eigen kennis, klikt z'n database aan, raadpleegt de boekenkast en ,,tikt een stukje''. Een deskundige journalist kan dat binnen een uur. In dit geval werd gekozen voor een kerkhistorisch stukje, chronologisch opgebouwd, toegeschreven (uiteraard) naar de kinderdoop en het Huis van Oranje. Had nu de redacteur in dit geval correct gebruikgemaakt van algemeen bekende informatie, namelijk uit een handboek?

En was dat handboek wel voldoende algemeen bekend om ongenoemd te kunnen blijven?

Ook bij nauwkeurig onderzoek kom ik geen enkel letterlijk citaat uit het handboek tegen. Wel komen er een paar termen overeen: initiatieritueel, ,,midden van de gemeente'', klassiek-gereformeerd doopformulier. Het krantenartikel biedt vooral historische feiten, eigenlijk geen interpretaties en dus ook geen exclusieve. Wie de geschiedenis van de doop in een gezaghebbend handboek vastlegt, is daarmee uiteraard geen eigenaar van die feiten geworden. Toch kan ik me wel voorstellen dat de briefschrijver meer herkende in de krant dan alleen het onderwerp, de doop. Het hoofdstuk in het handboek kiest eenzelfde chronologische benadering, zij het aan de hand van eigen voorbeelden. Dat zowel de krant als het handboek, maar dan in een veel langer bestek, refereert aan de opvatting van Karl Barth, kan geen toeval zijn. En dat was het ook niet. Ja, dit boek heeft naast de tekstverwerker gelegen. Maar op een gepaste manier, namelijk als controlemiddel, geheugensteun en feitenbron. Wetenschappelijke boeken, zeker handboeken, worden geschreven om te worden gebruikt. Zo verwerven ze ook gezag.

Ik vind niet dat de intellectuele eigendom van de auteur is geschonden. Het krantenstuk leunt nergens letterlijk op oorspronkelijke formuleringen van de briefschrijver. De identieke begrippen zie ik aan voor jargon of vaktermen, die makkelijk `overwaaien'. Wel kun je je afvragen of het doophoofdstuk in het handboek `De weg van de liturgie' wel beschouwd kan worden als `algemeen bekende informatie'. Voor mij was het een echt gesloten boek, dat de redacteur voor mij opende. Daarom was vermelding van deze bron in het stuk zelf beter geweest. Ook vermijden we zo de schijn van een grotere geleerdheid dan waarover we zelf beschikken. Ons handboek zegt ook: ,,geen verstoppertje spelen met de lezer.''