Athene blijkt een oxer te ver voor De Sjiem

Het moest en zou in Rotterdam gaan gebeuren. Maar na in eenzaamheid de teleurstelling te hebben verwerkt, kwam Jeroen Dubbeldam gisteren tot de conclusie dat het boek van zijn olympische droom met een doffe dreun is gesloten.

Na twee gewonnen landenwedstrijden in het kader van de Super League ging Nederland als torenhoge favoriet van start bij het CHIO in Rotterdam. Maar het Nederlandse kwartet faalde voor eigen publiek, werd zevende en voldeed vooralsnog niet aan de olympische kwalificatie-eis van NOC*NSF om in Kralingen bij de eerste zes te eindigen.

Voor het eerst dit seizoen moest een barrage uitkomst brengen wie zich als winnaar mocht laten huldigen. Frankrijk won, voor de Belgen, die de kortgeleden zelfstandig geworden Jos Lansink in hun midden hadden. Nederland zakte vreselijk door het ijs in een bijna uitverkocht ruiterstadion, dat grotendeels oranje was gekleurd.

Het werd ook de wedstrijd waarin duidelijk werd dat De Sjiem zijn in Sydney veroverde olympische titel niet in Athene gaat verdedigen, en springruiter Jeroen Dubbeldam straks dus ontbreekt in de Griekse hoofdstad. Want: ,,Op deze manier heeft het geen zin.''

Het schitterende lijf van `De Schimmel' (De Sjiem), dat zich rekte en strekte over oxers en steilsprongen, wil niet meer. Na het olympische goud (2000) en de gewonnen Grote Prijs van Aken een jaar later begon de perfecte springmachine die De Sjiem was tijdens de wereldkampioenschappen in het Spaanse Jerez (2002) te haperen.

Vorig jaar in Sankt Gallen tekende het verval zich al af. De Sjiem staakte de strijd. Een operatie aan een onwillige rugspier volgde en na een zorgvuldige revalidatie wist de combinatie zich te plaatsen voor de wereldbekerfinale in april van dit jaar in Milaan. In de hoeven, die duizenden landingen hebben verwerkt, trad daar een lichte blessure op.

Dubbeldam bleef hopen op het `herstellende vermogen' van zijn troeteldier. In Rome sprong De Sjiem weer een landenwedstrijd, maar hij miste daar de flitsende afzet en de spankracht die hem vroeger als het ware over de obstakels liet vliegen. En Dubbeldam bleef nog steeds hopen, misschien wel tegen beter weten in. Als je regerend olympisch kampioen bent, wil je graag je titel verdedigen. Heel gericht werd De Sjiem voorbereid op `Rotterdam'. In die landenwedstrijd moest het paard bewijzen dat het een faire keuze zou zijn om hem nog eens naar de Olympische Spelen af te vaardigen. Fair ook tegenover de andere Nederlandse ruiters voor wie olympische deelname eveneens het hoogste doel is.

In de eerste omloop van de Super League wedstrijd faalde De Sjiem op een manier die je een groot paard niet toewenst. ,,Ik ben echt afgegaan'', zo vatte Dubbeldam zijn verdriet samen. Na een fout op de sloot vielen twee balken en weigerde de schimmel eenmaal. In de tweede ronde vielen weer een paar balken en daarop besloot Dubbeldam de cap af te nemen, en gaf daarmee aan zijn strijd om in Athene te komen te staken. Deelnemen heeft geen zin, luidde de trieste slotsom.

De ruiter uit Ootmarsum stapte op het voorterrein zijn paard uit en bracht hem naar de stal. Daar, in eenzaamheid, verwerkte hij zijn teleurstelling. Maar springruiters kunnen ongelooflijk relativeren. Zij weten dat hun succes afhangt van hun paard. Zij kennen de teleurstelling dat, als er iets is met hun paard, successen uitblijven. Daarom ook kon Dubbeldam zeggen: ,,Voor mij dus het concours in Geesteren en geen Athene. Maar Geesteren is ook een mooi concours.'' Geen spoor van cynisme, alleen maar berusting en aanvaarding van zijn lot. ,,Ik wist dat ik vandaag de bondscoach moest overtuigen en dat is mij niet gelukt. Mijn wereld stortte even in, maar ik aanvaard dat ik en De Sjiem niet goed genoeg in vorm zijn om over drie weken in Aken topprestaties neer te zetten.''

Onmiddellijk nam Dubbeldam zijn paard in bescherming, zoals het een goed ruiter betaamt. ,,Ik neem het hem niets kwalijk. De Sjiem is altijd voor mij door het vuur gegaan, en ook nu heeft hij mij niet laten stikken. Ik moet thuis maar eens gaan uitzoeken wat er nu hapert.''