`Als het maar beter met ze gaat'

De vrije verstrekking van heroïne aan hopeloos verslaafden in een aantal steden is een succes. De proef wordt uitgebreid, besloot het kabinet gisteren. Maar het extra geld is nog veel te weinig, vinden betrokkenen.

Een zwarte schoonmaakster zwabbert langs de poten van een stalen tafel. ,,No problem'', zegt ze ,,you can stay''. Er staan vier robuuste, metalen asbakken op tafel. Dit is de rokersruimte voor heroïnegebruikers van de `Medische Suppletie Unit'. De hele kliniek ruikt naar schoonmaakmiddel, én naar heroïne. Het hoofd maatschappelijke en geestelijke gezondheidszorg van de GG&GD, Giel van Brussel, omschrijft de geur als zoetig en geparfumeerd.

De eerste twee posten in Amsterdam en Rotterdam voor de vrije verstrekking van heroïne openden in 1998. Dat gebeurde na jaren discussiëren, waarna toenmalig minister Borst (Volksgezondheid) besloot een kleinschalig experiment toe te staan voor ,,hopeloos verslaafde, ongeneeslijke gevallen'' bij wie de reguliere hulp faalde.

Na de start in de steden Amsterdam en Rotterdam werd de proef al snel uitgebreid naar Den Haag, Groningen, Heerlen en Utrecht. In totaal gaat het om driehonderd deelnemers verspreid over deze zes steden. Na een aantal positieve evaluaties adviseerde in 2002 de door het eerste kabinet Balkenende ingestelde commissie Paas, om op korte termijn ruim duizend verslaafden te voorzien van heroïne. Dit advies werd echter tot gisteren door Balkenende II genegeerd, maar nu is besloten de proef toch uit te breiden.

In de vier grote steden wilden ze al langer veel meer verslaafden opnemen in het heroïne-experiment. Op dit moment nemen er in Amsterdam 75 verslaafden deel aan de vrije verstrekking. Volgens de Amsterdamse wethouder Hannah Belliot (Zorg) komen er echter in de hoofdstad alleen al zeker vierhonderd verslaafden voor in aanmerking. Ze is daarom zwaar teleurgesteld over het maximum van duizend plaatsen over het hele land, dat het kabinet gesteld heeft. ,,Ik ben blij dat de proef uitgebreid wordt, maar met duizend plaatsen komen we er echt niet. Dan kunnen wij ongeveer honderdtwintig mensen voorzien en dat is veel te weinig.''

Dat drugsverslaving een probleem is, blijkt uit de drukte bij het metrostation Weesperplein in Amsterdam, vlakbij de MSU. Daar heeft zich een uitzonderlijke groep mensen verzameld. Een jonge jongen met lang haar vraagt mompelend hoe laat het is. Hij heeft geen enkele tand meer in zijn mond. Op de stoep zitten een paar mannen zwijgend en uitgeblust voor zich uit te staren. Een magere vrouw loopt gejaagd en schichtig voorbij. Even later nog een keer. Hun aanwezigheid duidt op het waterbed-effect, zegt Van Brussel. De politie jaagt ze weg van het Centraal Station en uit Zuidoost. ,,Dan komen ze hier.''

Om een beeld te geven van de verslavingsproblematiek in Amsterdam, circa 2.800 mensen krijgen methadon van de GG&GD, de huisarts of via de Jellinek kliniek. Zeker tweederde heeft daaraan voldoende. ,,Zo nu en dan een bolletje cocaïne en ze hoeven niet meer te jatten voor hun gebruik'', zegt Van Brussel. De rest van de heroïneverslaafden is polydrugsgebruiker en slikt, snuift of spuit ook andere drugs. Zo worden cocaïne en amfetamine gebruikt om de werking van heroïne te verdiepen en de op heroïnegebruik volgende passiviteit te doorbreken.

Ongeveer vijfenzeventig drugsverslaafden krijgen heroïne. Dat gebeurt in een kleine kliniek aan de rand van de binnenstad. Daar is een wachtruimte, met tv en koffieapparaat. Achter de balie staat een methadonapparaat, het lijkt sterk op een espressoapparaat. Er zijn twee gebruikersruimten. Eén voor de mensen die hun portie oproken, de ander is voor de spuiters. In de spuitruimte liggen keurig op naam geordend de zogeheten stuwbandjes waarmee de 20 procent spuiters hun favoriete ader kunnen uitzoeken.

'sOchtends, 'smiddags en 'savonds, zeven dagen in de week, kunnen de heroïneverslaafden hier hun roesmiddel afhalen en onder streng toezicht gebruiken. Camera's aan het plafond en spiegels langs de muren moeten voorkomen dat de dope stiekem naar buiten wordt gebracht. Een Bac-meter (bloed-alcohol meter) bij het toelatingsloket moet voorkomen dat een beschonken gebruiker heroïne krijgt.

Waar de heroïne vandaan komt, mag Van Brussel niet zeggen. Het middel zit verborgen in een grote kast achter een stalen deur die alleen open mag als er twee mensen bij zijn. ,,Het beveiligingsniveau is te vergelijken met dat voor een grote hoeveelheid goud en diamanten'', zegt Van Brussel.

De verslaafden krijgen meer dan alleen goede heroïne. ,,Rust is misschien wel het belangrijkste wat we met dit programma de gebruikers kunnen bieden'', zegt Van Brussel. ,,Het cocaïnegebruik raakt op de achtergrond en de slaapproblemen gaan weg. Oplossen doe je het probleem van de verslaving niet'', zegt hij. Maar door die dagelijkse routine kunnen ze zich beter aanpassen aan het dag- en nachtritme van de gewone burgerman. Wat ze tussen de driemaal daagse heroïne uitgifte door doen, weet Van Brussel niet. ,,Bezigheden thuis'' vermoedt hij. ,,Tot ze zich gaan vervelen en een enkeling zelfs aan werk toe is. Maar je moet je doelstellingen niet te hoog opschroeven. Het hoeft niet goed met ze te gaan, als het maar beter gaat.''

Van Brussel legt de nadruk op beperkte doelstellingen per cliënt: rust en een betere lichamelijke en geestelijke verzorging. Een bijkomend en zeer welkom effect is dat de klanten van de MSU beduidend minder overlast plegen dan de onbehandelde verslaafden. Volgens Van Brussel moet je ook niet proberen de verslaafden coûte que coûte gedwongen te laten afkicken, zoals sommige tegenstanders van drugsgebruik propageren. ,,De meeste verslaafden zullen hun dope zo missen, dat ze weer zouden gaan inbreken, roven of fietsen stelen om eraan te komen.''

Volgens Belliot werd het tijd dat de overheid liet zien dat het ernst is met de aanpak van overlast. ,,De politici uit Den Haag komen op bezoek, zijn enthousiast over het project en willen de overlast van verslaafden aanpakken en steden veiliger maken. Maar daar moet je dan ook middelen tegenover stellen.''

De commissie Paas becijferde dat de behandeling van duizend patiënten zou uitkomen op ongeveerd 15 miljoen euro. Maar het kabinet besloot gisteren dat ze niet meer dan één miljoen euro gaat betalen van de uitbreiding, bovenop de 5 miljoen die ze al betaalt voor het lopende experiment. De negen miljoen die overblijft moeten gemeentes zelf financieren.

Volgens Belliot is dat belachelijk. Het is een ,,bovengemeentelijk'' probleem, stelt zij, waarvoor het Rijk moet betalen. Van Brussel zegt dat ,,het na psychoanalyse de meest intensieve behandeling'' is.

Volgens hem moet in ieder geval een deel van het geld dat nodig is voor uitbreiding van het project komen uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. ,,Want als iets een bijzondere ziekte is dan is het deze verslaving wel''.