Wow, wat ben ik verliefd!

Janine Brogt schreef het libretto voor de opera `Raaff' die woensdag in wereldpremière gaat. ,,Je stelt jezelf de vraag hoe je het verhaal het beste kunt vertellen.''

Ze is er inmiddels wel aan gewend; haar beroep roept vragen op. ,,Ik moet al dertig jaar uitleggen wat een dramaturg precies doet'', lacht Janine Brogt. ,,Dat blijft lastig. In het algemeen kun je zeggen dat de dramaturg ervoor zorgt dat het verhaal in een voorstelling zo effectief mogelijk wordt verteld, met behulp van alle theatrale middelen die daarvoor in aanmerking komen. Beeld, acteren, taal, geluid, beweging, noem maar op. Bij een operadramaturg zullen de accenten iets anders liggen dan bij een toneeldramaturg, maar de essentie is hetzelfde. Ik zie mijzelf als de waakhond van de droom van een voorstelling.''

Deze maand is Brogt even dramaturg in ruste. Ze schreef het libretto voor de opera Raaff van componist Robin de Raaff, die woensdag in het Holland Festival in première gaat. De voorstelling, een coproductie met de Nederlandse Opera, wordt gespeeld in de Amsterdamse Gashouder en geregisseerd door Pierre Audi, die in de totstandkoming van de opera een doorslaggevende rol speelde.

Als artistiek directeur van de Nederlandse Opera maakte Audi in 1995 kennis met Robin de Raaff (1968). De Raaff putte uit een succesvolle compositieworkshop bij Pierre Boulez moed om zijn idee voor een opera te presenteren. Audi bracht hem in contact met Janine Brogt als kandidaat-librettist. ,,Een voorbeeld van de menselijke intuïtie die Audi ook als regisseur typeert'', vindt Brogt (1947). ,,Gedurende tien jaar hadden Robin de Raaff en ik veel plezier in Raaff als work-in-progress. Hij is vaak mee geweest naar mijn toneelvoorstellingen. Dat leidde dan weer tot gesprekken over wat theater eigenlijk doet en is. Het hielp de opera weer een stukje vooruit. Omdat de samenwerking zo leuk was, ontmoedigde het ons minder dat er lange tijd geen enkele garantie bestond over een mogelijke opvoering.''

Raaff is niet Brogts eerste libretto. In 1995 schreef zij ook al de tekst voor de opera Persians van Boudewijn Tarenskeen. Als vertaler realiseerde ze kernachtige en compacte Nederlandse versies van onder meer Shakespeares Macbeth, Racines Bérénice, Pinters Ashes to Ashes. En ook in haar nu ongeveer vijfentwintigjarige samenwerking met regisseur Gerardjan Rijnders en Toneelgroep Amsterdam speelden tekst en taal altijd een hoofdrol.

,,Alles wat ik doe is terug te voeren op mijn liefde voor taal'', zegt Brogt. ,,Een goed libretto kent een zorgvuldige dramatische opbouw. Je stelt jezelf de vraag hoe je het verhaal het beste kunt vertellen, en het belangrijkste middel dat je daarbij tot je beschikking hebt is de taal. Librettist, dramaturg of vertaler; je bent steeds bezig met taal als uiting van klank, ritme en betekenis. Mijn ervaringen als dramaturg en vertaler hebben me als librettist geholpen.''

Doodsvogel

In de geschiedenis van de opera is Robin de Raaff de eerste componist die een opera naar zichzelf heeft vernoemd. Althans, zo lijkt het. In werkelijkheid verwijst Raaff naar de vermaarde Nederlandse tenor Anton Raaff (1714-1797), die in 1781 de opdracht verleende voor Mozarts opera Idomeneo en bij de wereldpremière de titelrol zong. Of Robin de Raaff daadwerkelijk afstamt van Anton Raaff, is onduidelijk. ,,Niettemin vond hij het ontzettend gênant om de opera Raaff te noemen'', zegt Brogt. ,,Maar ik heb hem overtuigd. `Raaff' is niet alleen een mooi en intrigerend woord, ook de associatie met de raaf als doodsvogel is passend.''

In Raaff is niet alleen de titel dubbelzinnig. Raaff is een opera over opera, zowel tekstueel als muzikaal. Zangers arriveren uit alle windstreken voor de repetities van de wereldpremière van Idomeneo, die door de oude tenor Raaff en festivaldirecteur Victoria Vorst is besteld bij de jonge componist M.– die we als publiek niet met Mozart mogen verwarren want het gaat niet om zijn Idomeneo, maar om een nieuwe gelijknamige opera.

In de muziek hangen de rollen die de zangers vóór Idomeneo hebben gezongen nog als nevels om ze heen. In de typering van Dorothea, de veel jongere minnares van de oude Raaff, klinken flarden uit Gershwins Porgy and Bess. Aan de Italiaanse diva Frida Parmigiani kleven nog wat sporen van Strauss' Salome. De festivaldirectrice vertoont soms een voorzichtige gelijkenis met Erda uit Wagners Der Ring des Nibelungen. ,,Het idee daarvoor kwam voort uit een grondgedachte voor het personage Raaff'', vertelt Robin de Raaff. ,,Raaff komt op met een aria die verwijst naar Mozarts Idomeneo. Dat hoor je vooral aan de grote terts: van oudsher een opgewonden, geil interval. Terwijl Raaff zijn jongere minnares verliest aan de jonge componist, schrompelt ook dat interval inéén. Janine was zeer specifiek in de karakterisering van de rollen. Door alle personages een extra schaduwidentiteit te geven heb ik die karakterisering in mijn muziek nog verder doorgetrokken.''

Het bedrijf waarin de zangers kennismaken is vol van actie en uitbundigheid, en opgezet als een pastiche van de achttiende-eeuwse nummeropera. ,,Dat betekent niet dat ik een kopie van een Mozart-opera heb willen maken'', nuanceert Brogt. ,,Dat zou oninteressant zijn. Maar het ritme van de opera's van Mozart is me wel zeer vertrouwd. Mozart en zijn librettist Lorenzo da Ponte zijn voor mij de hogeschool van de opera. Nergens anders vind je zo'n geniaal samengaan van tekst en muziek. Wat in het libretto gebeurt en wat in de muziek gebeurt is volkomen op elkaar afgestemd, maar gaat nooit samen. Dat is ook mijn ideaal.''

Het ook overdrachtelijk `lichte' dagdeel contrasteert scherp met het duistere `nacht'-deel, waarin de personages op zichzelf zijn teruggeworpen en hun problemen overpeinzen. Samen met de handeling, klinkt hier ook de puls van de tekst gedragener, minder `wakker'. ,,Het `nacht'-deel is een `stream of consciousness''', vertelt Brogt. ,,Een gedachte als `wat is er eigenlijk met mij aan de hand' heeft een slepend ritme en eist dus ook bredere muziek. Het karakter van de taal is in die zin zeer bepalend. Maar het mag ook weer niet te dwingend zijn.''

Componist Robin de Raaff heeft de wakkere én de dromerige teksten voorzien van passende muziek. ,,In het dagdeel zorgen houten percussie-instrumenten voor reële, korte klanken. In het nachtdeel klinkt ook de percussie meer `uitgesmeerd' door instrumenten als de vibrafoon'', legt hij uit.

,,Contrastwerking was een van onze hoofduitgangspunten voor Raaff.''

Zo is er de generatiekloof tussen de vijftiger Raaff en de dertiger M., en is zelfs de voertaal van Raaff een poel van contrasten en babylonische spraakverwarringen. De Nederlandse tenor Raaff brabbelt half-Duits met de Duitse bas Marcello Ludwig en Engels met zijn Afro-Amerikaanse minnares Dorothea, en dan zijn er nog de Italiaanse diva Frida Parmigiani en de Koreaanse castraat Kendo King. ,,Dat is een zwijgende rol; de castraat is snipverkouden'', lacht Janine Brogt. ,,Ik heb erg genoten van het bedenken van de personages.''

Midlife-energie

Raaff begint in medias res. De oude tenor Raaff stuift bruisend van midlife-energie het podium op. ,,Hier ben ik dan! Bravo, mannen. Planken, passie. Prachtig, mannen. Zwoegen, zweten. (...) Wij dienen de schoonheid.''

,,Ik wilde graag dat de opera op een hoogtepunt zou beginnen'', zegt Brogt. ,,Wow! Wat ben ik verliefd, wat had ik een fantastische nacht en wat gaan we een fantastische opera doen! Raaff is extatisch.''

Robin de Raaff: ,,Veel hedendaagse opera's beginnen vanuit stilstand, waarna zich dan heel langzaam het drama ontvouwt. Wij beginnen met een knal. Met die openingsscène ben ik heel blij.''

,,Gelukkig ook maar'', reageert Brogt. ,,Ik heb een libretto geschreven, geen geniaal autonoom dichtwerk. Als Robin met een tekst niet uit de weg kon, heb ik die zonder morren omgegooid. Daar moet je als librettist dienstbaar en niet rigide in zijn.

,,Een goed libretto maakt ruimte voor de muziek. Je moet niet alles in woorden willen vertellen. Maar de tekst moet wel zo evocatief zijn dat ze de componist inspireert. Dat bereik je alleen door veel `wit' in de tekst. Woorden die er niet staan, en de muziek ruimte geven om de dramatische inhoud te schetsen. Wat feitelijk wordt gezongen is uiteindelijk niet meer dan een residu. Juist daarom werkt eenvoud in een operalibretto soms fantastisch. In de derde scène van het tweede bedrijf zingt Dorothea: `See me, hear me!'. Dat zijn doodsimpele woorden, maar in klank sluiten ze perfect aan bij iemand die om aandacht schreeuwt. Meer dan vier woordjes is dan niet nodig. Taal is meer dan betekenis; zij is ook ritme en klank. Daar heb ik in Raaff bewust mee gespeeld.''

Als dramaturge is Brogt gewend nauw bij het maakproces betrokken te zijn. ,,Dat vind ik leuk en daarin ligt ook mijn kracht. In het repetitieproces zie ik de structuur van de voorstelling groeien en kan dan bijsturen of ingrijpen als de ontwikkeling niet effectief is of totaal afwijkt van wat er met de uiteindelijke voorstelling wordt beoogd.''

Ook bij de repetities voor Raaff is Brogt aanwezig, maar nu slaat zij regisseur Pierre Audi gade zonder in te grijpen. ,,Daar heb ik absoluut geen moeite mee. Bij mijn eigen tekst vind ik het juist wel prettig. Het ei is gelegd, en ik kan uit een hoekje kijken wat het wordt.''

Het afstaan van de verantwoordelijkheid voor het eindresultaat betekent niet dat Brogt niet ziet hoe de productie vordert. In een pauze tussen twee repetities geniet ze ervan de voorstelling samen met De Raaff uitvoerig door te spreken, te analyseren wat er gebeurt en waarom. ,,De regie voegt weer een extra laag toe aan de voorstelling, dat is leuk om te observeren, om te zien hoe ideeën komen en gaan totdat er iets werkt. Het bijzondere aan Audi is dat hij in staat is het innerlijk van de personages subtiel zichtbaar te maken. Als er eens een keer iets niet werkt, analyseert hij pijlsnel waarom. En bedenkt dan meteen hoe het verder moet, en welke aspecten juist wél moeten blijven.''

,,Het resultaat is anders geworden dan ik verwachtte toen de partituur gereed was'', vult Robin de Raaff aan. ,,Wat een regisseur ervan maakt is per definitie in conflict met wat wij ons ervan hadden voorgesteld, denk ik. Maar dat maakt het interessant. Om uiteindelijk een voorstelling te verkrijgen waarin alles loopt, springt Pierre heel flexibel van het ene naar het andere idee. Hoe kom je erop, vraag ik me vaak af. Maar hij kan altijd verklaren wat hij doet. En uiteindelijk werkt het – minuut na minuut.''

`Raaff' van Janine Brogt (tekst) en Robin de Raaff (muziek) door solisten, vocaal ensemble en het Nieuw Ensemble o.l.v. Lawrence Renes is te zien op 23, 24, 26, 29 en 30/6 in de Gashouder op het Westergasfabriek-terrein in Amsterdam. Radio 4: 26 juni 20 uur. Inl.: www.hf.nl of www.dno.nl, res.: 020-6255455