Vlinders met nepogen

Hoe zie je hoe goed de ogen van vogels zijn? Aan de ogen van vlinders. Echt waar. Aan hun nepogen.

Veel vlinders en motten hebben knap nagemaakte ogen op hun vleugels. Die zijn bedoeld om dieren die ze op willen eten eens even goed te laten schrikken.

Vooral vogels. Die zien zo'n vlinder of mot in een boom zitten, en vegen zich de snavel af – een lekker onschuldig hapje. Maar ze happen nog niet toe, of ze worden opeens aangestaard. Door twee grote uilenogen, of zelfs kattenogen. Dan voelen zij zich opeens het hapje. Die vlinder zijn ze in één klap vergeten. Voor de zekerheid maken dat ze wegkomen.

De ogen die ze aanstaren zijn echte nepogen. Die op de vleugels. Met ingeklapte vleugels valt zo'n vlinder of mot helemaal niet op. Net zo bruin als de tak waarop hij zit. Maar vogels zien scherp. Als ze zo'n verstopte vlinder toch in het oog krijgen, heeft die nog een truc. Hij klapt zijn vleugels uit. Twee mooie vlekken, een op ieder vleugel lijken dan net ogen. Van een veel groter en gevaarlijker dier. Heel precies.

Aan die nepogen kun je mooi zien hoe goed dieren naar elkaars ogen kijken. Want die nepogen zijn zo knap nagemaakt dat ze haast echter lijken dan echt. Zomaar een zwarte ronde vlek is niet goed genoeg. Nee, er wordt een pupil nagemaakt. Een kleurige iris eromheen. En daarop dan weer een likje wit of zilverkleur – zodat het lijkt of ze glinsteren, als echte ogen. Pas dan lopen vogels erin.

Er zijn meer dieren die zo'n truc gebruiken, maar vooral vlinders zijn er goed in. Ze zijn de Rembrandts onder de dieren, zo knap schilderen ze levende ogen op hun vleugels na. Sommige vlinders hebben zulke mooie ogen, dat je er uren in kunt kijken. Zo'n vlinder komt daarmee kant-en-klaar ter wereld, die hoeft daar verder niets aan te doen. Maar hij gebruikt zijn ogen goed. Net op het goede moment laten ze die ogen zien – en heeft er weer een vogeltje bijna een hartverlamminkje. En wij vlinders maar lief en aardig vinden.

Vroeg geprobeerd is oud gedaan. Sommige beginnende vlinders, rupsen, gebruiken ook zo'n ogentruc. Boven hun kleine echte oogjes hebben ze dan vervaarlijke nepogen. Zo lijken ze meer op een slang dan op een rupsje van niks. Daar zien de meeste vogels ook niet doorheen.

Vogelogen deugen heus wel. Maar ze kunnen dus bedonderd worden. Andere rupsen doen weer iets heel anders. Er zijn er die, liggend op een blad, perfect een beetje vogelpoep imiteren – als een donkere klodder met een toefje wit. Daar kijkt een vogel natuurlijk niet van op. Dat vind ik toch wel zo mooi verzonnen – een vogelpoepje nadoen, zodat je er zelf niet in terechtkomt. Nee, vogels hebben het niet makkelijk. Dat is het nadeel van heel goede ogen. Je gaat ze geloven.