Verwarring tussen realiteit en oefening

De `911'-commissie heeft vastgesteld dat de chaos na het bekend worden van de kapingen op 11 september compleet was. De bevelsstructuur functioneerde niet.

De onmiddellijke reactie op de kaping van vier Amerikaanse commerciële toestellen in de vroege morgen van 11 september 2001 verliep zo chaotisch, dat de toestemming van vice-president Dick Cheney persoonlijk, voor het neerhalen van de gekaapte toestellen, de Amerikaanse gevechtsvliegtuigen in de lucht nooit heeft bereikt.

,,Terwijl de leiders van mening waren dat de vliegtuigen die boven hen cirkelden de opdracht hadden gekregen vijandelijke vliegtuigen `uit te schakelen', hadden de piloten het bevel doorgekregen tot `identificatie en achtervolging'', aldus het commissierapport.

De commissie van het Congres dat de aanslagen en hetgeen eraan vooraf is gegaan onderzoekt, heeft met de vaststelling van dat feit opnieuw aangetoond hoe uitgesproken onvoorbereid de Verenigde Staten waren op de aanslagen van 11 september. Uit het onderzoek, dat talloze gesprekken, bewijsstukken, geluidsfragmenten en ander materiaal omvat, blijkt dat het Amerikaanse overheidsapparaat zo goed als machteloos stond tegenover het dreigend geweld.

Desondanks hebben de commissieleden gisteren op de tweede en laatste dag van hun hoorzittingen ook hun waardering en begrip uitgesproken voor de dikwijls zware beslissingen die soms binnen enkele seconden werden genomen.

De meeste kritiek kreeg de Amerikaanse luchtvaartautoriteit, de FAA, te verduren. Commissielid John Lehman sprak van een ,,compleet en onontkoombaar falen''. Hij wees daarbij met name op het feit dat de FAA niet meer dan negen minuten voordat het eerste toestel te pletter sloeg in staat was het leger te alarmeren. Andere fouten die de FAA en anderen zijn aangerekend waren de volgenden:

Het eerste telefoontje van de FAA aan het leger resulteerde in de vraag: ,,Is dit real-world of een oefening?''

Eén gekaapt vliegtuig bleek zich in een zone te bevinden die niet zichtbaar was op de radarschermen van de FAA.

Eén enkele functionaris van de luchtleiding had op het zelfde moment de verantwoordelijkheid over de communicatie met twee gekaapte toestellen.

De FAA heeft het leger niet op de hoogte gebracht van de kaping van een vierde toestel.

De FAA heeft het leger foutief gemeld dat het eerste toestel, dat zich inmiddels al in het WTC had geboord, zich nog in de lucht bevond.

De commissie betwijfelt óf de toestellen uit de lucht hadden kunnen worden genomen. ,,Hoewel functionarissen van NORAD (North American Air Defense Command) hebben gezegd dat ze United Airlines Vlucht 93 uit de lucht hadden kunnen schieten, zijn wij daar niet zo zeker van'', aldus het tussentijdse rapport van de commissie. Vlucht 93 stortte neer in Pennsylvania, nog voordat dat het vermoedelijke doel, het Capitool in Washington, werd bereikt.

Volgens generaal Ralph Eberhart, de commandant van NORAD, is de luchtmacht als gevolg van een efficiëntere richtlijnen inmiddels volledig in staat gekaapte toestellen aan te vallen, mits NORAD maar op tijd door de FAA wordt gewaarschuwd.

Op 11 september viel de verwarring niet alleen de FAA en NORAD ten deel. Ook onder de Witte Huis-top heerste onzekerheid en chaos. Zo blijkt het contact tussen Bush, die zich op dat moment in Florida bevond, en vice-president Dick Cheney in Washington, aanvankelijk uiterst moeizaam te verlopen. De commissie ontdekte ook dat om 10:39 Cheney vanuit de bunker onder het Witte Huis contact had met minister van Defensie Donald Rumsfeld en hem vertelde dat twee gekaapte toestellen onderweg waren naar Washington. ,,Overeenkomstig de instructies van de president heb ik toestemming gegeven ze neer te halen'', zei Cheney. Hij voegde daaraan toe dat ,,voor zover ik heb begrepen, ze [de luchtmacht] al twee toestellen hebben uitgeschakeld''.

De uitspraken van Cheney, die zijn gebaseerd op notities en gesprekken met Bush, Rumsfeld en hemzelf, zouden al gauw worden ontkracht door de aanslag op het Pentagon, het ministerie van Defensie, die daarop volgde.