Shell zet stapje in de goede richting

De Koninklijke/Shell Groep kruipt eindelijk uit zijn schulp. Een dag nadat Lord Oxburgh, de topman van de Britse tak van het bedrijf, een ongebruikelijk interview gaf waarin hij zei `zeer verontrust' te zijn over de planeet, heeft het olie- en gasconcern de details bekendgemaakt van zijn hoogstnoodzakelijke bestuurlijke vernieuwing.

Die operatie, die pas in gang werd gezet na krachtige druk van beleggers, is zeker een stap in de goede richting. Het lange stilzwijgen van Shell heeft geleid tot twijfel over de vraag of het concern de bestuurlijke vernieuwing – en de zorgen van beleggers – wel serieus nam. Maar het schrappen van de preferente aandelen van Koninklijke Olie, waaraan directieleden van Koninklijke Olie speciale bevoegdheden ontleenden, is lovenswaardig. Een stevige belofte om de aandeelhouders te raadplegen over de conclusies van de commissie die de bestuurlijke vernieuwing voorbereidt, is ook een goed teken.

Toch mogen beleggers nog niet te veel hoop koesteren. De kans dat de tweeledige bedrijfsstructuur overboord gaat, is niet erg groot. Om te beginnen lijkt Shell de verkeerde mensen aan het werk te hebben gezet. De commissie bestaat niet uit een team krachtige, onafhankelijke directeuren, hetgeen van cruciaal belang is voor een bedrijf dat tot zijn nek vastzit in een bepaalde cultuur. En dat geldt zeker voor een bedrijf dat nog steeds weigert om ook maar een deel van de schuld voor het schandaal over zijn olie- en gasreserves toe te schrijven aan de bedrijfsstructuur.

Twee leden van de zeskoppige commissie zijn Shell-mensen – Jeroen van der Veer, de huidige topman van Koninklijke Olie, en Maarten van den Bergh, sinds acht jaar uitvoerend directeur. De voorzitter van de commissie – Sir John Kerr – is eerder bekend als het vroegere hoofd van de Britse diplomatieke dienst dan als vaandeldrager van de campagne voor bestuurlijk vernieuwing. Lord Oxburgh, de hoogste onafhankelijke directeur van Shell, is daarentegen opvallend afwezig. Bovendien is het, net als bij tal van andere commissies bij Shell, onduidelijk aan wie deze groep feitelijk verslag uitbrengt. Niets van dit alles voorspelt veel goeds voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de commissie, waarvan er een `het verbeteren van het effectieve leiderschap van het concern als geheel' is, een opdracht die net zo vaag is als de verslagleggingslijnen van de commissie.

Shell kan in het zicht van de aanstaande aandeelhoudersjaarvergadering zijn gezicht hebben gered door opening van zaken te geven. Maar in plaats van de verontruste beleggers van zich te hebben afgeschud, kan Shell nu verwachten dat zij zich opmaken voor het eigenlijke gevecht. Afgaand op het in het verleden gebleken onvermogen van het bedrijf om te luisteren, zal er nog heel wat moeten gebeuren voordat succes kan worden geboekt.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.