Revolutie in bridgewereld

Zondag begint in Zweden het EK bridge en voor het eerst in jaren lijkt `Team Oranje' kansrijk. Vooral dankzij de revolutionaire professionalisering van het mannenbridge in Nederland.

Het Nederlandse bridge behoort tot de wereldtop, althans wat de vrouwen betreft. De mannen zijn nog niet zover. Daar moet verandering in komen, vindt Ton Stam, tot voor kort de hoogste baas bij ArboNed. Hij lanceerde een ambitieus plan en ontketende daarmee bijna een revolutie in de anders zo gezapige Nederlandse bridgewereld.

Stam constateerde dat het Nederlandse mannenbridge na de in 1993 behaalde wereldtitel geen vooruitgang meer heeft vertoond. Integendeel, internationaal echt aansprekende resultaten bleven verder uit. Dat is vreemd, want met meer dan honderdduizend leden is de Nederlandse Bridge Bond een van de grootste bridgefederaties ter wereld. Volgens Stam, die veel affiniteit heeft met denksporten en ooit het wereldkampioenschap dammen organiseerde, richtte de bond zich te veel op de breedtesport, waardoor het topbridge een ondergeschoven kindje is gebleven.

Er was wel een commissie die zich over de nationale selecties ontfermde, maar een echte topsportcultuur, met de intentie de wereldtop te bestormen, ontbrak. Met het voorbeeld van andere sportorganisaties voor ogen, ontstond bij Stam het besef dat alleen een structuur los van de bond het mannenbridge kon redden. Stam oriënteerde zich bij een aantal topspelers en ontdekte een vruchtbare voedingsbodem.

Hij kwam in contact met oud-wereldkampioen Enri Leufkens, eveneens iemand die het wel en wee van de bridgetop na aan het hart ligt. Stam en Leufkens stippelden een koers uit voor de komende jaren, een koers die in 2007 moet leiden tot een medaille in de Bermuda Bowl, het wereldkampioenschap voor landen. Een dergelijk doel was tot voor kort een illusie, temeer daar de Nederlandse mannenploeg zich al jaren niet meer voor een WK heeft geplaatst.

Stam en Leufkens bestudeerden nauwkeurig de buitenlandse concurrentie en keken vooral naar de Verenigde Staten en Italië, twee landen die sinds mensenheugenis het wereldbridge domineren. Het viel hun op dat bijna alle belangrijke spelers uit die landen professioneel bridge spelen. Binnen de Nederlandse verhoudingen bestaat dat niet: de bridgebond mist het budget en de meeste spelers hebben een werkkring die nauwelijks ruimte laat voor intensief topbridge. Zonde, want volgens Stam en Leufkens schuilt er binnen de Nederlandse bridgegemeenschap voldoende talent.

Tot nu toe kenden die talenten echter te weinig mogelijkheden zich te ontplooien. In een poging aansluiting te vinden bij de wereldtop richtten Stam en Leufkens in de zomer van 2003 een semi-professionele kernploeg op. Vijf of zes van de beste paren van Nederland kregen de gelegenheid zich aan te melden voor een intensief trainingsschema van ongeveer een jaar. Die paren waren snel gevonden, want de nationale top besefte dat er iets wezenlijks aan het veranderen was en dat dit een unieke kans was om Nederland weer op de kaart te zetten.

Een kernploeg met alles erop en eraan ontstaat echter niet zo maar. Daar kwamen Stam en Leufkens snel achter, toen zij met hun Stichting Topbridge Nederland waren begonnen – Stam is voorzitter van de stichting. Het belangrijkste was tot overeenstemming te komen met de Nederlandse Bridge Bond. Die immers moest er in toestemmen de rechten op de samenstelling en de uitzending van het Nederlandse team over te dragen. Bijna net zo belangrijk was het op orde krijgen van de financiële huishouding.

In een periode van economische neergang stonden de sponsors niet in de rij. Stam slaagde erin het sportsponsorbureau van Bert Spaak voor zijn ideeën te winnen. Spaak, zelf een bridgeliefhebber, ontwikkelde een marketingplan waarin bedrijven kaarten uit het bridgespel kunnen kopen. De waarde van die kaarten varieert van tweeduizend euro voor klaverentwee tot vijfentwintigduizend euro voor schoppenaas. Tijdens speciale wedstrijden met de bridgetop kunnen bedrijven en vermogende particulieren deze kaarten kopen. Tot verrassing van velen werkt deze opzet. Een jaar na de oprichting heeft de stichting de beschikking over een budget van 750.000 euro.

Dat geld is hard nodig. Een grote post is het vrijkopen van spelers bij hun werkgevers voor de wekelijkse training op vrijdag. Daarnaast vormen de buitenlandse trips en de technische staf een forse aanslag op de middelen. De stichting is er in geslaagd goede afspraken te maken met de bridgebond, die, met een zetel in het stichtingsbestuur, een vinger in de pap houdt. De bond toont zijn goede wil door sponsoring in natura (speelgelegenheid en secretariaat).

Zondag begint in Zweden het EK bridge. Het is de eerste grote test voor de drie paren van Team Oranje, zoals de bridgeploeg nu officieel heet. Twee jaar eerder dan de oorspronkelijke planning maakt Nederland goede kans zich te kwalificeren voor het WK van volgend jaar. Door verschillende oorzaken verschijnen vier concurrerende landen niet in hun sterkste opstelling. Bovendien is Nederland voor het eerst sinds jaren in staat aan de start te verschijnen met drie gelijkwaardige paren van behoorlijk niveau. En dat is de grote verdienste van Stam en de zijnen.