Recht achter het klankbord

Nog steeds vormt de identiteit van een getrouwde vrouw een afgeleide van die van haar echtgenoot. De emancipatie heeft weliswaar gemorreld aan deze tweede-viool-positie, maar doorgaans geven getrouwde vrouwen hun mannen nog altijd voorrang in ambitie en carrière, terwijl zij zelf het gezinsleven meer naar zich toe trekken.

De veertien echtgenotes van minister-presidenten, zoals geschetst in de bundel Getrouwd met de premier, onderscheiden zich in niets van miljoenen van zulke gewone Nederlandse vrouwen, behalve dat hun man het nog net iets drukker had. Het zijn stuk voor stuk gewone, meestal sympathieke vrouwen, kinderen van hun tijd, die zich voegden naar de verwachtingen van hun tijd. Het is opvallend hoe vaak de woorden `klankbord', `steunpilaar', `goed luisteren', en `sfeermaakster' door de portretten heen dwarrelen.

Natuurlijk zijn er verschillen in karakter. Mies Biesheuvel was onvervaard en schreef brieven naar koningin Juliana (om haar een hart onder de riem steken in de kwestie Irene) en naar Wim Kan (`Wanneer u de volgende keer weer oproept tot rebellie, wilt u dan uw helpers vragen om de ruiten niet op zondag in te gooien. Dat is zo'n vervelende dag voor een huisvrouw, weet u.') Mini Marijnen las 's avonds in bed de stukken door die haar man haar toeschoof en gaf haar bescheiden mening. Eugenie van Agt liet zich nooit zien op politieke bijeenkomsten, maar de formatie van 1977 lag wel twee dagen stil, toen Van Agt even naar Oostenrijk moest afreizen om zijn vrouws verjaardag te vieren. Ria Lubbers is een onbekommerde flapuit, die als een van de weinigen wél aardigheid heeft in aandacht van de media. Truus Cals was contemplatief van aard en had een hekel aan representatieve taken maar ze voerde ze natuurlijk wel uit. Loyaliteit aan de zaak van hun man, steun en toeverlaat, organisator van het dagelijks leven, deze kenmerken gelden voor alle premiersvrouwen, zelfs ook voor Liesbeth den Uyl, die als enige wat minder sympathiek uit de verf komt, onder andere omdat ze haar man op z'n kop gaf als hij zich weer aan de gezinsverplichtingen onttrok.

Een andere overeenkomst tussen de portretten is dat er overal een goed huwelijk doorheen schemert, ondanks, of misschien wel dankzij, het gebrek aan tijd voor echtelijk samenzijn. Gaandeweg raakt de lezer meer geïnteresseerd in de vraag `werkte dat huwelijk of werkte het niet' dan in het volgende biografietje van weer een goedwillende, ijverige vrouw achter de schermen. Er zit maar één slecht huwelijk tussen: dat van Jet Beel. Louis Beel was aanvankelijk gecharmeerd van haar moeder, die hem haar dochter min of meer in de maag splitste. Na hun trouwen trok de moeder bij het stel in tot haar dood tien jaar later, en met zijn schoonmoeder voerde Beel de gesprekken. Later had hij een secretaresse, die zich tot steun en toeverlaat ontwikkelde, volgens de bronnen in eer en deugd, maar Jet had haar twijfels en was jaloers. Bij diners op paleis Soestdijk hield Beel zijn echtgenote angstvallig onder zijn hoede, `bang dat zij tafelgenoten zou bestoken met haar recepten of met de kunst van het mazen van kapotte sokken.' Dat huwelijk moet geen vreugde zijn geweest. Ze was te dom voor hem. Een domme vrouw is het enige wat een premier moet vermijden. Verder is alles goed.

Peter Rehwinkel e.a: Getrouwd met de premier. De first lady's van Nederland in veertien portretten. Plataan, 251 blz. €16,50