Museumbezoek

Altijd goed weer eens een Schwitters te zien, een Mondriaan, Malevitsj, Beckmann. Dat kan. Ze hangen in het SMCS, het tijdelijk onderkomen van het Stedelijk Museum in de buurt van het Centraal Station. Naast het station is te veel gezegd.

Hoe zou het komen dat kunst uit een periode die je zelf niet hebt meegemaakt, je toch zoveel goed kan doen? Ik bedoel nu de jaren twintig, de Eerste Wereldoorlog en de avant-garde van de Russen, de Italianen en de Fransen. Omdat je er nog met één been in staat. Je vader en moeder waren toen jong, ze vertellen erover. De bewijzen zijn nog vers. Niet in de zichzelf genererende chaos van de verstrijkende jaren ten onder gegaan. De getuigen zijn springlevend, het papier is niet vergeeld. Gelooft u in de handverzwagering? Ik wel. Via Arthur Lehning ben ik één handdruk van de hele avant-garde van de jaren twintig af. Geeft u mij een hand, dan bent u er ook een beetje dichter bij.

Het kijken naar die `hoogtepunten uit de collectie' van het Stedelijk in het SMCS is een onverdeeld plezier, hoe provisorisch ook de omgeving. You make me feel so young, zong Frank Sinatra. Ergens op een muur worden daar zwart-wit films zonder geluid vertoond. Ik dacht Marlene Dietrich te herkennen, terwijl ze bezig was aan het Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt. Een medebezoeker wist me dat te bevestigen. In stilte benevelde ik me verder aan het oude kunstgenot, waarbij het me opviel dat negen van de tien werken uit deze selectie Duitse of Franse namen hebben.

En toen hoorde ik in de verte zware klappen van metaal op metaal. Dat kon haast niet waar zijn! Ook nog een machine van Jean Tinguely? Het was niet waar. Het lawaai kwam uit de enorme bouwput naast het museum, waaruit de nieuwe bibliotheek en het conservatorium moeten komen. Maar het opende wel het volgende traject in mijn geheugen voorzover dat over het Stedelijk gaat. Nooit zal ik de openbaring van 1961 vergeten, de tentoonstelling Bewogen Beweging, met een grote verzameling machines van Tinguely. En daarna de kennismaking met Edward Kienholz en mijn diepe tevredenheid over de aankoop van The Beanery, de kroeg in Los Angeles, met muziek, en de gasten die in plaats van een hoofd een klok op hun schouders hebben. Nadat The Beanery een poosje weg was geweest, kwam hij in 1998 terug, verdween toen weer. Het zal mij benieuwen waar hij nu is. Hierbij vraag ik directeur Hans van Beers, in de volgende selectie uit de collectie The Beanery en een machine van Tinguely op te nemen.

Een bezoek aan het SMCS is om meer redenen niet te versmaden. Het uitzicht dat de elfde verdieping, die van het restaurant, biedt, is al veel geroemd. Er komt een tijd dat de mensen naar het museum gaan wegens het uitzicht van het restaurant. Maar ik bedoel de weg erheen. Je begint op het Stationsplein. Je hebt dan nog geen notie van waar je het doel van de reis moet zoeken. Er zijn geen pijlen of wegwijzertjes. In de verte staat een hoog gebouw met een soort banier die modern beletterd is. Daar moet je zijn. Je neemt een paar niet ongevaarlijke oversteekplaatsen, gaat dan over een mooi voetpad langs het water, met aan de overkant de De Ruyterkade, en na een minuut of tien ben je er. Met de lift naar de tweede verdieping, acht euro neerleggen. Je mag naar binnen. Wat je daar kan overkomen, staat hierboven.

Maar nu de weg terug. Ik had geluk. De hemel was strak blauw. En daar ligt dan deze bouwput waaruit het lied van de arbeid klinkt. Ik heb in mijn leven al heel wat bouwputten gezien, maar mooier dan deze? Nee. Om te beginnen is het een geweldige ruimte. Dan de damwand aan de noordkant waarop je het volle uitzicht hebt. Gemaakt van ijzer dat door weer en wind een magnifieke schakering van roestkleuren heeft aangenomen. Had een werk van Richard Serra kunnen zijn. In de grijsbruine diepte wroeten de graafwerktuigen als dieren uit een film van Paul Verhoeven. (Ik dacht aan Starship Troopers). De horizon ongeveer in het zuidwesten wordt begrensd door de boogvormige, in de zon blauw-achtig weerschijnende overkappingen van het Centraal Station. En dan verschijnt uit het donker daaronder de helgele sliert van een trein, van deze afstand een geluidloze worm op wielen.

Nu op de terugweg aan de linkerkant hebben we aan het einde van de weg langs het water nog iets dat de moeite waard is: een woonbootje met daaraan vast, op een soort ponton een terrasje waarop de eigenaar een dusdanige hoeveelheid spullen bij elkaar heeft gesmeten dat je denkt: dit is een meesterwerk van een kunstenaar uit de jaren negentig van de vorige eeuw, iemand van Britart, een stuk uit de collectie van Charles Saatchi. En dan, als apotheose, staat daar in de zon, bij de uiterste zuidwestelijke in/uitgang van het CS de klarinettist uit Servië of Montenegro, met zijn repertoire van wilde vrijheid uit de Balkan. Die man kan spelen! En dat allemaal in Amsterdam.