Missie in Irak

Met de steun van de PvdA als hoofdprijs dreigt de Haagse discussie over de verlenging van Nederlands militaire missie in Irak zich te verengen tot de vraag of daarvoor in de Tweede Kamer alsnog een breed draagvlak wordt verworven. Dat is onverstandig.

Kabinet en Kamerleden doen er goed aan zich óók voluit rekenschap te geven van de publieke opinie. Want uitgerekend bij de uitermate riskante Irak-missie ontbreekt het aan brede steun in de samenleving.

Die situatie heeft overigens niets te maken met pacifistische of antimilitaristische neigingen, ook al worden die geregeld aan de Nederlandse bevolking toegeschreven. En ook niet met het niet kunnen accepteren van doden en gewonden, onder militairen of onder burgers. Uit opinieonderzoek van de Stichting Maatschappij en Krijgsmacht blijkt sinds jaar en dag dat tussen de tweederde en driekwart van de Nederlanders met uitschieters tot boven de 80 procent in tijden van internationale spanning het militaire apparaat noodzakelijk acht. Het is een beeld dat past in een patroon dat in de hele westerse wereld zichtbaar is. En Nederland hoeft zich ook niet meteen terug te trekken, zodra er militairen sneuvelen. Tijdens de gevechtshandelingen om Kosovo in 1999 en in 2002, ditmaal in relatie tot de militaire missie in Afghanistan, gaf rond de 70 procent van de ondervraagden het tegendeel aan: doorgaan, al vallen er slachtoffers.

Dit past eveneens in het internationale patroon. De westerse publieke opinie kan méér aan dan media en politici doorgaans denken of suggereren. Mits de betreffende militaire operatie wat betreft doel en middelen maatschappelijk breed wordt gedragen. En hiermee komen we bij de kern. Nederlands militaire aanwezigheid in Irak ontbeert een breed draagvlak in de samenleving. Kenmerkend is juist de grote mate van verdeeldheid. Uit een onlangs gehouden opinieonderzoek in het Algemeen Dagblad blijkt dat bijna 49 procent van de ondervraagden voor verlenging van de Irak-missie was en ruim 51 procent tégen.

Verwacht mag worden dat de Kamer zich er voluit rekenschap van geeft inclusief de implicaties van dit feit in het onverhoopte geval van (militaire) slachtoffers daar of een terreuraanslag hier. Natuurlijk laat dit onverlet de eigen verantwoordelijkheid die politici hebben en uiteindelijk ook dienen te nemen. Maar de discussie mag zich niet verengen tot de Haagse horizon van het al of niet meedoen van deze of gene fractie.

    • Rein Bijkerk