Marjoleine de Vos

Eind dit jaar wordt de verkiezing van een nieuwe Dichter des Vaderlands georganiseerd. Het Cultureel Supplement publiceert wekelijks een gedicht om te helpen de gedachten te bepalen.

Sneeuwwitje tot de jager

Ik ken die grote eik en deze bocht in de rivier

die hier zo haastig stroomt. Achter ons weet ik

een dode beukenstam vol oesterzwam en ook

toon ik als u dat wilt een cantharellenplek.

Ik kom hier elke dag dus alles is van mij.

Dat zand bakt poffertjes, spaart sporen soms

van ree of zwijn. U moet de jager zijn,

die bloedgeur uit uw tas, ben ik konijn

jaagt u mij op of weg, waarheen, ook terug?

Als u mij uit dit landschap haalt –

wat ben ik dan geweest, zo kort, wie ben ik nog.

Mijn hand frommelt een zakdoek tot een prop

mijn oog knipt steeds weer plaatjes, ik hoor

de wind, een roodborst, ruik het dode blad.

In mijn hoofd zie ik mijn kamer, mama's handen,

ik zie de Aa, die maar blijft stromen

in deze bocht met daar de eik.

Dat heb ik, dat ben ik, voor altijd.

Uit: Marjoleine de Vos, Kat van sneeuw (uitg. G.A. van Oorschot, 2003)

`Marjoleine de Vos zet de zintuigen wijd open' luidde de kop boven de bespreking van`Kat van sneeuw' in deze krant. De recensent prees het `aangenaam parlando' van De Vos' tweede bundel en concludeerde: `Ondervinding en belezenheid zijn [in deze gedichten] met voelen, kijken, horen, ruiken en proeven gepaard.' De Vos (1957), die als redacteur van `NRC Handelsblad' onder meer een maandelijkse kookrubriek schrijft, is een liefhebster van culinaire verwijzingen en metaforen; het sensuele gedicht `Kooklust', uit haar debuut `Zeehond graag', werd drie jaar geleden uitgeroepen tot een van de beste gedichten van 2000. Meer informatie op www.kb.nl/dichters