Klikken tegen de klippen op

Op maandag 14 februari 2000 was Paul van Buitenen de Europese `klokkenluider' die tegen vele klippen op fraude en onregelmatigheden aan de kaak had gesteld als ervaringsdeskundige uitgenodigd op een bijeenkomst van eurocommissaris Neil Kinnock en de ambtenarenbonden. ,,Klokkenluiden mag natuurlijk nooit de bedoeling hebben om krantenverkopen te verhogen of om lopend onderzoek te bemoeilijken'', sprak Kinnock met een strenge blik. Van Buitenen begreep direct dat deze op hem was gericht en bedoeld was hem onschadelijk te maken, zo schrijft hij in In de loopgraven van Brussel, een boek over zijn ervaringen dat meteen bedoeld was om zijn verkiezingscampagne voor het Europees Parlement te lanceren.

Van Buitenen kan nu zijn gram gaan halen met maar liefst twee zetels in het nieuwe Europees Parlement. Het waren Nederlandse kiezers die hem daaraan hielpen. Hoe staat het er hier te lande voor? ,,Klokkenluiders hebben recht op bescherming'', zei minister Van der Hoeven (Onderwijs) onlangs in het tv-programma Buitenhof. Dat klopt. Er bestaat sinds 2001 een speciale procedure die in 2003 wettelijk werd verankerd. Nu de praktijk. Aanleiding voor het tv-optreden van de bewindsvrouw was dat de ambtelijke top van haar departement in opspraak is gekomen wegens `graaigedrag'. De klachten kwamen naar buiten via een anoniem geschrift van (lagere) medewerkers niet via de officiële meldingsprocedure.

Franck van Uden, thans bedrijfsjurist in Brussel, heeft het al voorspeld in Whistleblowers en klokkenluiders, dat hij schreef op basis van een bekroonde doctoraalscriptie: `Het ziet er niet naar uit dat de ambtelijke klokkenluidersregeling zich tot een reëel alternatief voor lekken ontpopt'. De procedure waarop Van der Hoeven zich beriep `wekt de indruk dat eventuele vuile was tot elke prijs moet worden binnengehouden'. Dit is overigens niet uniek voor de overheid. Ook het bedrijfsleven loopt niet warm voor klokkenluiders, signaleert het blad Security & Integrity News van de accountants Ernst & Young. De forensische specialisten vinden dat kortzichtig: klokkenluiders zijn goed voor de ontdekking van meer dan de helft van alle fraudes. Daarom is een goede klokkenluidersregeling `een van de goedkoopste opsporingsmaatregelen binnen een organisatie'.

Handelen klokkenluiders dan niet vaak uit eigenbelang? Het antwoord van de accountants is simpel: het eigenbelang is tegelijk ook het belang van de organisatie, voortzetting van het werk in een betere, eerlijke omgeving. Met name in Groot-Brittannië is het juridisch uitgangspunt dat het motief van de klokkenluider niet ter zake doet, tenzij er sprake is van uitwassen, aldus Van Uden. De Nederlandse rechtspraak heeft volgens de auteur van oudsher de neiging om klokkenluiders te zien als `amokmakers'. Zo verklaarde de advocaat-generaal bij de Hoge Raad in een zaak die betrekking had op scheepswerf De Schelde er begrip voor te hebben ,,dat de leiding whistleblowing probeert de kop in te drukken''.

Dat was in 1990. Nu deed minister Van der Hoeven op de tv een klemmend beroep op de anonieme klagers om zich in belang van het onderzoek bij haar te melden. De bewindsvrouw stelde zich persoonlijk garant dat zij geen nadeel zouden ondervinden. Of die belofte veel helpt is de vraag, afgaande op een rapport van het Tilburgse onderzoeksbureau IVA over het bedrijfsleven (2002). Vijf procent van de klokkenluiders werd ontslagen en zestien procent nam zelf ontslag, tien procent maakte geen promotie meer en zes procent werd overgeplaatst naar een lager niveau. Negen procent zat ziek thuis.

De officiële signalen blijven op zijn zachtst gezegd gemengd. In het debat over publieke moraal en integriteit dat het kabinet-Balkenende op de politieke agenda heeft gezet, verklaarde de premier dat de belemmeringen voor klokkenluiders moeten worden aangepakt. Het laatste wat van hem is vernomen, is dat hij een financiële tegemoetkoming weigert voor boekhouder Bos die de bouwfraude in de openbaarheid bracht en zegt daar ernstig door benadeeld te zijn. De bruuske weigering van de premier is geen aanmoediging voor insiders om hun burgerplicht serieus te nemen.

Ook het beeld van de rechtspraak over klokkenluiders in de particuliere sector is weinig consistent, zo blijkt uit het boek van Van Uden. In het ene geval wordt een klokkenluider die naar de arbeidsinspectie stapt afgestraft, maar in een andere geval billijkt de rechter dat een klokkenluider meteen de media benadert. Lastig is ook de zuinige erkenning van de vrijheid van meningsuiting van werknemers in het Nederlandse arbeidsrecht. Aan klokkenluiden zijn allerlei mitsen en maren inherent. De harde kern is echter duidelijk, namelijk of de betrokkene een misstand aankaart met het oog op beëindiging daarvan. Het probleem is de grens te trekken tussen een echte misstand en kritiek op bepaalde beleidskeuzes van de leiding.

Na de ambtelijke klokkenluidersregeling zijn er nu ook voorstellen iets te doen aan klokkenluiders in de particuliere sector. Zeker voor Nederlandse ondernemingen die ook aan de Amerikaanse beurs zijn genoteerd heeft dat een speciale reden: met ingang van volgend jaar is een klokkenluidersregeling daar verplicht. De commissie-Tabaksblat voor `Corporate Governance' heeft een aanbeveling gedaan en de Stichting voor de Arbeid heeft een gedragscode opgesteld. Beide zijn volgens Van Uden een stap in de goede richting maar hebben de handicap dat ze niet bindend zijn. GroenLinks heeft een initiatief-wetsvoorstel ingediend. Op zichzelf verdient een wettelijke regeling volgens Van Uden de voorkeur, maar het gepresenteerde initiatief is volgens hem innerlijk tegenstrijdig.

Het grote knelpunt blijkt telkens weer het vereiste van interne melding. Het is ook billijk dat een organisatie, of het nu een bedrijf is of een overheidsinstantie, een eerlijke kans krijgt zelf zaken recht te zetten. Hoe mooi de regeling ook is, interne melding blijft riskant voor een werknemer of ambtenaar met een onaangename boodschap. Om het gat tussen intern spitsroeden lopen en de gang naar de media enigszins te overbruggen verdient melding aan een externe vertrouwenspersoon aandacht. Deze kan dienen als een buffer. Het zou ook helpen als er minder krampachtig wordt omgesprongen met de vrijheid van meningsuiting dan bijvoorbeeld minister Donner (Justitie) nog onlangs deed in het geval van een oneerbiedige gevangenisdirecteur.

Paul van Buitenen: In de loopgraven van Brussel. De slag om een transparant Europa. Ten Have, 271 blz. €19,90 F.C. van Uden: Whistleblowers en klokkenluiders. De rechtspositie van werknemers en ambtenaren in de VS, het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Sdu, 287 blz. €29,00.