Kijk de wereld aan

De boeken van dubbele Griffelwinnaar Hans Hagen gaan niet over de liefde, maar over de benadering, de setting, de locatie daarvan. ,,Het slechte, dat is plat en hard.''

Kinderboekenschrijver Hans Hagen (1955) werd vorige week maandag bekroond met zowel de Gouden als een Zilveren Griffel. Alleen Paul Biegel (in 1972) en Toon Tellegen (in 1994) overkwam dat eerder. Hagens De dans van de drummers is volgens de jury het beste Nederlandstalige kinderboek van het afgelopen jaar. Zwaantje en Lolly Londen werd bekroond met een Zilveren Griffel. Deze dubbelslag meegeteld, bezet Hagen voorlopig de éénentwintigste plek op de ranglijst aller tijden van griffel- en penseelwinnaars.

Hagen heeft sinds zijn debuut in 1980 ruim dertig boeken gepubliceerd, waaronder dichtbundels, historische jeugdromans en de succesvolle reeks Jubelientje. Het oeuvre omvat zowel boeken voor kleuters van vier als kinderromans voor pubers vanaf een jaar of twaalf. Drie van die boeken werden eerder bekroond met een Zilveren Griffel: de historische jeugdroman Het gouden oog (1992), het sprookje Het is nacht, we gaan op jacht (1992) en het verhaal De kat en de adelaar (1998). Van de dichtbundel Jij bent de liefste (2000), die hij schreef samen met zijn vrouw Monique Hagen – tevens bekend van Het Klokhuis –, zijn inmiddels meer dan honderdduizend exemplaren verkocht. Het bekendste gedicht uit deze bundel, getiteld Liefste (`ik zoek een woord/ een heel nieuw woord/ een woord dat niemand kent/ ik zoek een woord/ dat zeggen wil/ dat jij de liefste bent'), verschijnt regelmatig op geboorte- en huwelijkskaarten, in rouwadvertenties en op grafzerken. ,,Het is mooi als zoveel mensen er iets mee hebben'', zegt Hagen daarover.

Meesterdrummer

Het nu gelauwerde boek De dans van de drummers speelt zich af in één Afrikaanse nacht, waarin zes kinderen onder leiding van meesterdrummer Dudu Addi hun familieverhalen aan elkaar vertellen. Het is eerder een lied dan een prozaverhaal. De zinnen zijn kort en vaak op rijm, de tekst is opgemaakt als een gedicht. Hagen: ,,Ik wilde dat het verhaal door zoveel mogelijk mensen gelezen kon worden. Vandaar die korte zinnen. Dat er zoveel rijm in zit, gebeurde onbewust tijdens het schrijven. Later zie ik pas dat bepaalde klanken terugkomen. Spelen met woorden vind ik geweldig. Het gevaar met korte zinnen is wel dat het te veel gaat horten en stoten. Dat wilde ik voorkomen. Daarom lees ik mijn teksten heel vaak over.''

Hagen kwam op het idee voor De dans van de drummers toen hij met muzikant Erik Karsemeijer in Ghana voor scholieren optrad met een muzikale bewerking van een van zijn boeken. Een mislukt bezoek aan een drumschool – de school was gesloten – liet hem niet meer los, zo vertelt Hagen in het nawoord van zijn boek. De tekeningen in De dans van de drummers zijn van Philip Hopman, die ruim de helft van Hagens boeken illustreerde. Vaak werkte Hopman op basis van foto's die Hagen maakte, maar voor dit boek reisden Hagen en Hopman samen naar Ghana. ,,We hebben alle locaties bezocht die in het verhaal voorkomen'', vertelt Hagen.

Wanneer een leraar Nederlands en Geschiedenis – want dat is Hagen van origine – kinderboeken gaat schrijven, zou het kunnen dat er didactische impulsen doorsijpelen in zijn werk. ,,Voorzover mijn boeken een boodschap hebben, is die: kijk de wereld aan, wees niet bang, doe, doe vooral. Dat lees je door de regels heen.'' De oorsprong van die houding ligt in de jeugd van Hagen, een schuchtere jongen die opgroeide in 's Graveland, waar zijn vriendjes hem voor `professor' uitmaakten omdat hij naar de mulo in Hilversum ging. ,,Die school was een vergaarbak van leerlingen die waren blijven zitten. Ik was heel bangig en hield mijn mond. De mores bij mij thuis waren: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Mijn vader las nooit romans en mijn moeder viel boven de krant in slaap. Later lazen ze mijn boeken wel, maar vooralomdat ze het gevoel hadden dat het moest.''

Uit Hagens werk spreekt een grote liefde voor de mens. Veel verhalen hebben een moraal, al wordt die er niet duimendik opgelegd. Is Hagen een geëngageerd schrijver, de Karel Glastra van Loon van de kinderboekenauteurs? Of om de vergelijking wat dichter bij huis te zoeken: voelt hij zich verwant met collega-auteur en journaallezer Gijs Wanders, die het politieke engagement dat hij bij het Journaal niet kwijt kon, in kinderboeken verwerkte? Hagen vindt van niet: ,,Ik vermijd juist om het politiek te benoemen.''

Wat hij zijn personages probeert mee te geven, is vertrouwen, zoals Jubelientje dat in de gelijknamige reeks van haar oma krijgt. ,,Vertrouwen is waar het om draait. Je hebt het nodig, want uit wantrouwen ontstaat niets positiefs, alleen ellende. Als mensen geen basis van vertrouwen hebben, zoals bijvoorbeeld de onvoorwaardelijke steun van hun ouders, dan gaan ze gekke dingen doen, voelen ze zich afgewezen, raken ze steeds meer in een isolement.'' Hagen heeft niet de pretentie zijn lezers dat vertrouwen te kunnen geven. ,,Wat de rest van de wereld met mijn verhalen doet, moet iedereen zelf maar weten.''

Centraal in Hagens boeken, maar ook in zijn leven, staat dat je als mens alle paden moet uitproberen. ,,In De dans van de drummers gebruik ik het spreekwoord `Met een dichte mond vang je geen vliegen'. Dat is mijn leidraad. Zonder enig vooroordeel naar de wereld kijken, een blik zonder achterdocht. Maar je moet wel binnen je eigen grenzen blijven. Als je te ver boven je macht gaat, dan werkt dat weer tegen je.''

Hagens open houding leidde bij hemzelf tot grote reislust en nieuwsgierigheid naar het verleden, waardoor veel van zijn verhalen zich afspelen in verre landen of in lang vervlogen tijden. ,,Als je in een ver land bent, moet je zelf een omschakeling maken. Mijn eerste reis buiten Europa was naar India. Ik liep er dagen achterdochtig rond, totdat ik besloot me aan een drukke weg door een oude man te laten masseren. Ik gaf me over, legde mijn lijf in zijn handen. Toen ik die stap had genomen, was de reis verder een groot feest.''

Vertrouwen

Dat onvoorwaardelijke vertrouwen in de medemens is er natuurlijk wel in de grote mensenwereld, maar er staan ook veel negatieve zaken tegenover: desillusies, verbittering, slechtheid. Zaken die in het werk van Hagen geen prominente plek krijgen. ,,Het slechte, dat is plat en hard. Ik vind het heel vervelend als er in boeken of films op de angst wordt gespeeld, bijvoorbeeld om spanning te creëren. Het is niet nodig om langs gruwelijke wegen te gaan. Als ik de gruwelijkheid aan de kaak zou stellen, zou ik het interessanter vinden om de effecten ervan te beschrijven, die zachter en alledaagser binnensluipen.''

Een opvallend grote rol in het werk van Hagen is weggelegd voor de dood. ,,In het Letterkundig Museum in Den Haag staat een kabinetje over de dood. Daarin ben ik behoorlijk goed vertegenwoordigd. Het leven speelt zich nu eenmaal af langs ankers van grote vreugde en groot verdriet. De dood is veel in mijn nabijheid geweest.'' Op 23-jarige leeftijd verloor Hagen zijn oudere broer. ,,Zijn dood is heel ingrijpend voor mij geweest'', vertelt Hagen. ,,Toen ben ik gaan schrijven, in eerste instantie om mijn jeugdherinneringen op papier te zetten.''

Ouders

In de dichtbundel Salto natale (1994) staat een reeks gedichten over de dood van zijn broer. De jeugdroman Rec.Play (1999) leunt sterk op diezelfde ervaring. ,,Ik heb me afgevraagd wat het nut van zulke gebeurtenissen voor mijzelf kan zijn. Dat is volgens mij dat je ontdekt hoe je je tot anderen verhoudt. Ik hoor mezelf soms ineens uitdrukkingen of intonaties gebruiken van mijn ouders, of van andere mensen die ik gekend heb.'' In de dichtbundel Ik schilder je in woorden (2001) schrijft Hagen daarover: `ik herken de zinnen van mijn moeder/ soms klinkt door mij hetzelfde woord// is mijn leven het herhalen/ van wat al eerder is gehoord'.

Voor Hagen is schrijven niet zozeer het verzinnen van nieuwe verhalen. ,,Elk verhaal is al verteld. Het gaat altijd over de liefde of het ontbreken daarvan. Waar het om gaat is mijn benadering van dat gegeven, de setting, de locatie.'' Voor Hagen begint het schrijven van een roman dan ook met een uitgebreid onderzoek naar de achtergrond, het decor waartegen zijn verhaal zich afspeelt. ,,Een boek is voor mij een studie, juist als ik ga lezen kom ik op prachtige dingen. Zo las ik ergens dat een smid in Mesopotamië, tegenwoordig Irak, in een boot de dorpen langsging. Zo'n smid is door zijn beweeglijkheid natuurlijk een heel bruikbaar personage.'' De korte zinnen uit De dans van de drummers zijn een indicatie voor Hagens zorgvuldige wijze van uitdrukken. ,,Ik heb een tijd bij Malmberg gewerkt en daar korte gebruiksaanwijzingen voor spelletjes geschreven. Dat is de beste oefening om helder te leren schrijven.''

Zoals veel schrijvers, wisselde Hagen onlangs van uitgever: hij vertrok na 19 jaar bij Van Goor, dat valt onder Perscombinatie Meulenhoff (PCM), en ging naar Querido, onderdeel van de Weekbladpersgroep (WPG). ,,Je kunt zeggen dat ik Van Goor heb verlaten, maar in mijn visie is de uitgeverij juist bij mij weggegaan.'' Nadat Van Goor in 2001 bij Prometheus werd ondergebracht, hield zowel de uitgever als de redacteur – met wie Hagen al jaren samenwerkte – het na een tijdje voor gezien. Terwijl een goede redacteur voor een perfectionist als Hagen van groot belang is. ,,Ik lever pas iets in als ik klaar ben en als Monique het van kanttekeningen heeft voorzien. Toch is een redacteur daarna vaak nog heel waardevol. Zo heb ik het einde van De dans van de drummers op advies van mijn redacteur gewijzigd.''

Samen met zijn vrouw werkt Hagen nu aan zijn eerste non-fictiewerk, een reportageboek over paarden, dat volgend jaar in de informatieve `IQ'-reeks van Querido zal verschijnen. Hagen: ,,Bij een roman begint het met een idee en gaandeweg ontvouwt het verhaal zich. Bij een informatief boek begin je met een vat vol feiten, waar dan het juiste residu moet uitdruppelen. Ik zal blij zijn als dit boek af is.''