Kiezer heeft wel `Europees' gestemd

De Europese kiezer zit fout, de kiezer uit `nieuw-Europa' zit dubbel fout. Dat is voor teleurgestelde politici de gemakkelijkste verklaring voor het debacle van de Europese verkiezingen. Vooral het Midden-Europese electoraat heeft er volgens deze zienswijze een potje van gemaakt. Na zoveel jaren lijden onder de dictatuur had het toch wel enige dankbaarheid mogen tonen voor het feit dat het onlangs is toegelaten tot de op een na grootste democratie ter wereld, de Europese Unie. Maar laten we de kiezer, oud en nieuw, maar van dit schandblok afhalen en de fout zoeken bij de Unie zelf.

Waarvoor (of waartegen) stemde de Europese kiezer eigenlijk? Een deel van de kiezers stemde tegen het verenigd Europa, met uitschieters in Vlaanderen en het Verenigd Koninkrijk, en, zo men wil maar dan aan de andere zijde van het politieke spectrum, in de voormalige DDR. Dit deel heeft duidelijk stelling betrokken. De verwarring ontstaat bij het beantwoorden van de vraag wat de rest dan koos, verwarring omdat ook in die `rest' heel wat proteststemmen zijn uitgebracht, maar dan tegen de zittende regeringen in de verschillende lidstaten.

Valt daaruit iets te destilleren? Jazeker, maar pas op het tweede gezicht. Op het eerste gezicht is Europa nauwelijks linkser of rechtser geworden, omdat de enorme klappen die de kiezer regeerders heeft toegebracht, elkaar in het eindresultaat neutraliseren. Linkse verliezen in Duitsland en Groot-Brittannië worden gecompenseerd door rechts verlies in vooral Frankrijk, in Italië en in Spanje.

Helpen de uitslagen van de liberale partijen ons verder? Nauwelijks. De verliezende VVD bijvoorbeeld rekende zich rijk met liberale groei in Europa, maar bevindt zich in Brussel in gezelschap van de Britse liberalen die zich ononderbroken hebben verzet tegen het Irak-beleid van de regering-Blair, waar de VVD pal achter staat. Wie die euforie begrijpt mag het zeggen. Overigens, de Belgische liberalen die zo hun bedenkingen hadden over de invasie van het tweestromenland, leden een forse nederlaag. De Britse liberalen op hun beurt zijn gepasseerd door de anti-Europeanen.

Zo komen we terecht bij Europa op het tweede gezicht. Aan het begin moet de constatering staan dat de Europese Unie, anders dan vaak wordt verondersteld, een politiek heeft, en wel op sociaal-economisch gebied, of, misschien zuiverder, op financieel-economisch gebied, een politiek die echter in de lidstaten ingrijpende sociale gevolgen heeft. Die politiek wordt gedragen door de idee van de vrije markt, aangescherpt door een beleid van deregulering en bezuinigingen, erop gericht ruimte te scheppen voor Europese ondernemingen opdat zij de voortschrijdende globalisering zullen kunnen overleven. Fusies, overnames, afslanking, terugdringing van

regelgeving, in het bijzonder de

regels die samenhangen met de verzorgingstaat – het zijn allemaal verschijnselen die aan de orde van de dag zijn.

Deze Europese hervormingspolitiek wordt gedragen door linkse en door rechtse regeringen in de verschillende lidstaten. Op die politiek worden ook, tot verdriet van de Nederlandse minister van Financiën, regelmatig inbreuken gemaakt, eveneens door linkse en door rechtse regeringen. Gezegd zou kunnen worden dat kiezers wel degelijk `Europees' hebben gestemd: namelijk tegen deze Europese politiek. In Duitsland zijn de sociaal-democraten, in Frankrijk is de partij van Chirac daarvan het slachtoffer geworden. Vlamingen, Britten en Oost-Duitsers hebben zo bezien slechts een radicalere proteststem uitgebracht dan andere geledingen binnen het Europese electoraat.

De slotsom is dat de Europese kiezer de verzorgingsstaat zoals die is overgeleverd, niet wil opgeven. Althans, dat hij het vergezicht ontbeert waarvoor hij dat zou willen doen.

Zoals Franz Walter van de Universiteit van Göttingen het in het meinummer van Internationale Politik (thema Patient Deutschland) formuleert: ,,Het zinledige pragmatisme heeft de politiek en de partijen (SPD en CDU/JHS) de normatieve vluchtheuvels ontnomen. Niet ten laatste daarom is de `Hervormingspolitiek' van beide Volkspartijen zo impopulair, en ondervindt die politiek zo weinig steun. Want de partijen kunnen niet aangeven waarheen de reis gaat, waar het `beloofde land' aan het eind van de woestijn van spaarzaamheid, beperkingen, verlies van voorrechten, zich bevindt, hoe het er daar uitziet of alleen maar hoe het er daar zou moeten uitzien. Tenslotte zijn er in de geschiedenis weinig voorbeelden van te vinden dat zonder een positieve boodschap en zonder een fascinerend en richtinggevend idee, zonder een credo van het betere hervormende energie en scheppende kracht vrijkwamen.''

Was minister van Buitenlandse Zaken Bot door dergelijke gedachten geïnspireerd, toen hij in zijn recente rede voor de Berlijnse Humboldt Universiteit een pleidooi hield voor het sluiten van een `contrat social'? Bot: ,,Mijn stelling is namelijk dat de burgers het integratieproces alleen dan zullen blijven steunen, indien zij volwaardig partij zijn bij een Europees `contrat social', of een Europees `Gesellschaftsvertrag'. Zou Rousseau vandaag zijn `du contrat social' publiceren, dan zou daarin niet de nationale staat, maar de Europese Unie zijn voornaamste aandachtspunt zijn. En terecht, want net als op het niveau van de natie-staat moet ook op Europees niveau de wet in overeenstemming zijn met de gemeenschappelijke wil.''

Maar hoe uit zich die gemeenschappelijke wil? Kennelijk overtuigt het Europees Parlement weinigen als geschikt instrument. De voornaamste reden daarvan ligt niet in onbekendheid met het werk dat parlementariërs verzetten. Een nationaal parlement zoals we dat in de lidstaten van de EU kennen, heeft een regering tegenover zich die het kan wegsturen. De Europese Commissie, die het in zich had uit te groeien tot een Europese regering, is steeds meer verworden tot het uitvoeringsorgaan van de Europese Raad, ofwel van de belangrijkste landen die daarin zijn vertegenwoordigd. Wegsturen van de Commissie heeft geen zin, de Raad blijft gewoon zitten.

Het is daarom niet verwonderlijk dat de kiezer zijn gram haalt op de regeringen die het in de Raad voor het zeggen hebben – door op de oppositie te stemmen of door thuis te blijven. Europees gedacht eigenlijk van die kiezer. Wie weet, leidt dit tot nieuw inzicht.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.