Kappen met Kameroen

Milieugroepen slaan regelmatig alarm over de illegale houtkap in Kameroen. Het Nederlandse bedrijf Reef Hout, dat er twee houtzagerijen heeft, zegt juist dat het duurzam te werk gaat.

De steden en dorpen van Kameroen zijn vergeven van zagerijen, schaverijen en timmerwerkplaatsen. Overal sjouwen mensen met latten en planken en rijden er zware opleggers met grote boomstammen. In de zeehaven van de stad Douala staan lange rijen met verzaagd hout te wachten op verzending naar het buitenland en laden hijskranen de ene na de andere stam in een scheepsruim.

Paul Reef, directeur van Reef Hout uit de Twentse plaats Goor, moet even tussen de stapels zoeken naar het hout van zijn onderneming. Op de ene pallet liggen paaltjes waaraan scherpe punten zijn geslepen, op de andere grote, donkerrode balken die zullen worden gebruikt voor de constructie van damwanden en aanlegsteigers in Nederlandse waterwerken.

De zagerij van Reef, die op enkele kilometers van de haven ligt, is bezaaid met honderden boomstammen van het knoertharde azobehout. Een manshoge lintzaag verwerkt de stammen eerst tot grote balken voor de waterwerken. Het hout dat overschiet, wordt vervolgens benut voor kleinere producten, zoals de paaltjes, vlonders voor in de tuin, vloerdelen voor kalverboxen, latjes voor pakketvloer en gevlochten matten voor beschoeiingen.

,,Wij zijn de enige buitenlandse onderneming die het hout niet alleen in Kameroen haalt, maar ook verwerkingen hier laten uitvoeren'', zegt Reef. ,,Doordat we producten van zoveel verschillende maten leveren, benutten we de stammen maximaal.'' Gemiddeld gebruikt hij net iets meer dan de helft van een omgezaagde boom, bij andere bedrijven is dat volgens hem vaak niet meer dan eenderde. ,,Wij zijn dus duurzaam bezig'', meent hij. ,,Als je meer hout uit een boom haalt, hoeven er immers minder bomen gekapt te worden om hetzelfde bedrijfsresultaat te halen.''

Reef Hout introduceerde in de jaren negentig in Nederland samen met andere bedrijven en milieugroepen het FSC-keurmerk, een certificaat voor hout uit bossen die duurzaam worden beheerd. Zelf is Reef een van de grootste handelaars in FSC-hout in Nederland: 30 procent van zijn assortiment draagt het keurmerk. ,,In 2008 willen we alleen nog maar `schoon' hout verhandelen.'' In 2001 noemde het Wereldnatuurfonds het bedrijf een koploper in deze branche op het gebied van duurzaamheid.

Greenpeace denkt daar echter heel anders over. In april 2003 maakte ze de Twentse onderneming in een rapport uit voor `kettingzaagcrimineel' omdat ze bomen zou hebben gekapt buiten de gebieden waarvoor de overheid een vergunning had gegeven. Bovendien zou het bedrijf de lokale bevolking niet betaald hebben voor de houtwinning in de bossen, terwijl de overheid in Kameroen dat wel verplicht stelt. Behalve Reef Hout zouden ook de bedrijven CIBEC en Wijma illegaal gekapt hebben. CIBEC is intussen failliet. Wijma, een bedrijf uit Kampen, ontkent de aantijgingen van Greenpeace, maar wil niemand ontvangen op haar vestiging in Kameroen.

In een kantoortje boven de zagerij in Douala noemt Paul Reef de beschuldigingen van Greenpeace ,,pertinente leugens''. De grenzen van het gebied waar hout gewonnen mocht worden zijn volgens hem met instemming van het ministerie van Bosbouw verlegd. Bovendien zou hij netjes belasting betaald hebben om de lokale bevolking te compenseren voor de houtkap in hun gebied. Dat het geld vervolgens niet bij de dorpsbewoners is terechtgekomen, kan hij niet helpen, vindt de Twentse ondernemer.

Naast Greenpeace slaan NGO's uit de Verenigde Staten en Europa regelmatig alarm over de in hun ogen ongebreidelde houtkap in Kameroen, een van de grootste exporteurs van tropisch hout. Buitenlandse bedrijven zouden ver buiten hun kapconcessies bomen zagen, terwijl omgekochte regeringsfunctionarissen de andere kant opkijken. Niet alleen de bossen zelf worden door deze praktijken bedreigd, maar ook hun bewoners, de chimpansees en gorilla's. Jagers op bushmeat trekken over de wegen van de houtvesters het bos in om de mensapen te doden.

Onder druk van de Europese Unie en de Wereldbank treedt de regering van Kameroen de laatste jaren harder op tegen de stroperij en corruptie. De minister van Bosbouw Tanye Mbianor windt zich dan ook behoorlijk op over de aanhoudende kritiek van milieuclubs. ,,Ze doen alsof wij hier allemaal criminelen zijn'', briest hij in zijn werkkamer in zijn ministerie in de hoofdstad Yaounde. Vooral de bewering van enkele organisaties dat 50 procent van het hout uit Kameroen illegaal gekapt is, maakt hem woedend. Hij laat een hoge ambtenaar voorrekenen dat er vorig jaar niet meer hout is uitgevoerd dan waarvoor een kapvergunning is verstrekt.

,,We hebben hier een Boswet en iedereen moet zich daaraan houden'', verklaart de minister. Zijn ambtenaar wappert met een dik boekwerk. ,,Buitenlandse bedrijven die hier willen kappen, zullen daarbij alle regels van duurzaam bosbeheer in acht moeten nemen'', aldus de bewindsman.

De houtwinning in Kameroen vindt vooral plaats in het zuidoosten van het land. Buitenlandse bedrijven krijgen er concessies voor tienduizenden hectaren oerwoud. Jaarlijks mogen zij echter alleen in een klein gebied oogsten, dat zij vervolgens dertig jaar weer ongemoeid moeten laten. Hierdoor krijgt het bos de kans te herstellen.

Het Belgische bedrijf Decolvenaere wint voor de Nederlandse markt in twee concessies in het zuidoosten sapellihout, een Afrikaanse mahoniesoort die veel in de woningbouw wordt gebruikt. Directeur Jules Esquenet vertelt dat het bedrijf binnenkort hoopt het FSC-certificaat voor het product te kunnen voeren. Om het keurmerk te kunnen bemachtigen, mag het bedrijf slechts een beperkte hoeveelheid bomen vellen en moet het maatregelen treffen tegen de stroperij in de bossen waar het kapt. Bovendien moet het ervoor zorgen dat ook de lokale bevolking profiteert van de houtwinning.

Makkelijk is het niet om aan alle vereisten voor het FSC-certificaat te voldoen, verzucht Esquenet. Maar ja, de markt vraagt erom. Houthandelaren willen kunnen aantonen dat zij zich in Kameroen niet inlaten met onoorbare praktijken. De Belg laat een fax van een Nederlands houtbedrijf zien over de acties van Greenpeace tegen de illegale houtkap in het Afrikaanse land. Wanneer het FSC-keurmerk voor het sapellihout rond is, wil de afnemer van Decolvenaere weten.

Ook Paul Reef zou voor zijn producten uit Kameroen dolgraag het certificaat willen hebben. ,,Wij halen gecertificeerd hout uit Brazilië, Zuid-Afrika en Hongarije, maar Kameroen blijft voor ons een groot probleem'', klaagt hij. Reef Hout probeert al enkele jaren een concessie te bemachtigen voor een groot bosgebied, waar het genoeg ruimte heeft om op een duurzame wijze hout te winnen. Tot nu toe gaan andere buitenlandse bedrijven steeds met die concessies aan de haal. Omkoping? Reef laat zich er niet over uit.

Reefs bedrijf betrekt de laatste jaren al steeds minder hout uit Kameroen, zegt hij. ,,Onze groei halen wij uit landen als Brazilië en Zuid-Afrika. Het aandeel van Kameroen in ons assortiment is daardoor al gedaald van 80 naar 40 procent. Het is jammer voor de zeshonderd werknemers die we hier hebben, maar als de zaken niet veranderen, sluiten we binnen twee à drie jaar onze vestigingen hier.''