Door Europa komt alles goed

Sinds 1 mei telt de Europese Unie 25 landen. Deel 19 van een serie familieportretten. Het verhaal van de familie Apeloig. ,,We zijn er nog, ondanks alles.''

In de vestibule van het huis van Ida en Marcel Apeloig hangt een grote poster. De bovenste helft is een familiefoto, die vlak voor de Tweede Wereldoorlog genomen is. Ida, geboren in 1937 in Parijs, is nog een baby. De onderste helft van de poster toont dezelfde foto, maar alleen Ida is er nog op te zien. Op de plaats van de anderen gapen grote scheuren. Boven de bovenste foto staat te lezen: ,,Leef voor ons'', boven de onderste: ,,Leef zonder ons''. Het affiche is gemaakt door Philippe, zoon van Ida en Marcel.

Ida zag het affiche voor het eerst op een van de tentoonstellingen van haar zoon. De Apeloigs hebben ook een dochter, Evelyne, die directrice is van een kleuterschool. Philippe Apeloig (42) heeft naam gemaakt in zijn vak, grafische vormgeving. Hij is aanhanger van de `minimale' traditie, waarmee hij in de jaren tachtig in aanraking kwam tijdens stages bij het Nederlandse bureau Total Design. Hij geeft in de hele wereld gastcolleges en opende onlangs nog een solotentoonstelling in Istanbul. Hij is de ontwerper van de huisstijl van veel culturele instellingen, waaronder het Louvre.

,,Het is mijn geschiedenis'', zegt Ida, wijzend naar het affiche. ,,En mijn strijd: doorgaan met leven. Laten zien: we zijn er nog, ondanks alles.''

In de salon van hun huis in de Parijse voorstad Choisy-le-Roi zetten Ida en Marcel, aan de hand van foto-albums en oude documenten, de geschiedenis van hun families uiteen. Die valt samen met die van Europa en met die van Frankrijk en Polen in het bijzonder. De grootouders van Marcel Apeloig en de ouders van Ida, geboren Rozenberg, emigreerden respectievelijk in 1904 en in 1930 van Polen naar Frankrijk.

Sinds het midden van de negentiende eeuw is Frankrijk een immigratieland. In golven vestigden zich er Duitsers, Belgen, Italianen, Portugezen, Armeniërs en Spanjaarden en, recenter, Antilianen en Noord-Afrikanen. Zonder die historische immigratie zou het land nu twaalf miljoen inwoners minder tellen. Eén op de vier Fransen heeft grootouders of ouders van buitenlandse afkomst.

De Poolse immigratie beleefde een hoogtepunt in het interbellum. Frankrijk had na de slachting van de Eerste Wereldoorlog grote behoefte aan mankracht. Ongeveer een half miljoen katholieke en joodse Polen ontvluchtten tot 1940 de armoede in hun land. De joden onder hen, 75.000 volgens recente schattingen, ontvluchtten ook het antisemitisme. Frankrijk telt, verdeeld over vier generaties, ruim een miljoen inwoners van Poolse herkomst.

Ida Apeloig: ,,Mijn vader en moeder kwamen alletwee uit orthodox-joodse families, uit Kazimierz Dolny, een plaatsje in Oost-Polen. Iedereen was houtbewerker. De armoede was zo groot, dat een zus van mijn moeder aan hongeroedeem overleed. Mijn moeder moest daarna, ondanks de spijswetten, varkensvlees eten van mijn grootvader.

,,Mijn ouders trouwden in 1929. Ter gelegenheid van haar huwelijk kreeg mijn moeder enkele loten cadeau. Daarmee won ze een fortuintje, waarvan ze een boomgaard kocht. De onderneming mislukte, niet in de laatste plaats door het antisemitisme. Van het laatste restje geld reisden mijn ouders een jaar na hun huwelijk een broer van mijn vader achterna, naar Parijs. Hun achtergebleven familieleden hebben ze nooit teruggezien: ze werden vermoord in de Duitse concentratiekampen.''

Marcel weet weinig van zijn familie. Zijn vader trouwde met een katholieke Française, reden voor de wederzijdse families niets meer met het paar te maken te willen hebben. Ofschoon Marcel, geboren in 1934, strikt genomen niet voldeed aan de criteria die iemand tot jood maken – zijn moeder en haar ouders waren immers niet-joods – bracht hij de oorlogsjaren veiligheidshalve ondergedoken door. Ook Ida was ondergedoken, in Château Meillant, in het niet-bezette zuidelijke deel van Frankrijk. Er zaten veel joodse kinderen ondergedoken: Ida beijvert zich nu voor een onderscheiding voor het dorp.

De familie Apeloig is om historische redenen `strikt niet-religieus' en communistisch. Het verzet in Frankrijk werd geleid door de communisten, die godsdienst verafschuwden. Er zaten veel joden in het verzet, ongeveer 20.000, onder wie de vaders van zowel Marcel als Ida. Marcel: ,,Wij zijn joden, maar alleen in cultureel opzicht. Het ergste kwaad voor een kind is godsdienst. Die is een bron van haat en verdeeldheid.''

Ida is actief in joodse verenigingen op niet-religieuze basis. ,,Ik vind het noodzakelijk onze doden te herdenken en de herinnering levend te houden aan het kwaad waarvan zij slachtoffer werden.'' Verwijzend naar de talrijke schendingen van joodse graven en aanslagen op synagoges in het huidige Frankrijk, zegt ze: ,,Mijn drijfveer is louter politiek, niet godsdienstig.'' Ze zegt de hoop te hebben dat het antisemitsme slechts `incidenteel' is.

Ook zoon Philippe gelooft niet in `Frans' antisemitisme. Recente Israëlische oproepen aan Franse joden naar Israël te komen, zijn aan hem niet besteed: ,,Israel heeft zijn eigen ideaal, joden een veilige plek bieden, vernietigd. Nergens zijn joden zo onveilig. Er zijn incidenten, maar in Frankrijk heerst geen `staats-antisemitisme'. Talloze joden bekleden hoge posten.''

Voor Philippe, die wekelijks naar een psychiater gaat, was zijn godsdienstloze jeugd `problematisch'. In zijn Parijse atelier zegt hij: ,,Ik heb nooit geweten wie ik was, waar ik vandaan kwam. We waren `anders', maar ik wist niet waarom. Hoewel ik even fel gekant ben tegen godsdienst als mijn ouders, denk ik: godsdienst zou veel verduidelijkt hebben. We waren onbestemd `joods' en om die vage reden was er een even vaag tragisch verleden. Dat verleden is juist daardoor een belangrijk deel van mijn leven geworden, van mijn persoon.''

De verwarring werd nog vergroot door de afwezigheid van familie van vaders zijde, en door de aanwezigheid van de overlevenden van moeders zijde. Philippe: ,,Ze woonden bij ons. Ik was dol op ze, vooral op mijn opa. Maar ze spraken, net als mijn moeder, jiddisch, en ook Duits en Pools. En Frans met een zwaar accent. Ze hadden andere gewoontes, ze gedroegen zich niet `Frans', aten anders, dronken hun thee met een schijfje citroen. Ik begreep het niet.''

De ouders Apeloig hebben ervoor gewaakt hun kinderen met het verleden te belasten. Marcel grapt: ,,Het leed moet geen handel worden.'' Philippe spreekt van `een erfenis zonder overdracht'. Evelyne (44) zegt: ,,Het zinderde mee in het niet-zeggen en in het onverklaarde waarom. Hard werken, slagen, dat was het belangrijkste volgens mijn ouders. Uit angst voor de antwoorden stelden we ook geen vragen.'' Ida: ,,Ik ben trots op wat de kinderen hebben bereikt.''

Philippe ging onlangs voor het eerst, op uitnodiging, naar Polen, als lid van een vormgevers-jury. Hij bezocht Auschwitz, Birkenau, Warschau, Kraków en het geboortedorp van zijn moeders familie. Hij stuurde een ansichtkaart: ,,Dit prachtige dorp verlaten: de dingen moeten wel erg slecht zijn gegaan in 1930 voor mijn grootouders en zoveel andere joden die `geluk' hebben gehad''.

Terug in Frankrijk zegt hij: ,,In Kazimierz Dolny drinkt men thee met een schijfje citroen. Het was als het Madeleine-koekje van Proust: het voerde me `terug' naar een verleden dat niet het mijne is maar dat een schok van herkenning teweegbracht. Ik logeerde bij een familie, die ik vertelde dat mijn grootouders uit hun dorp kwamen. Ze reageerden niet. Toen ik later in een taxi wegreed en omkeek naar het dorp, barstte ik in huilen uit, om datzelfde laatste beeld dat mijn grootouders moet zijn bijgebleven.''

Dochter Evelyne heeft zich naar eigen zeggen altijd minder met het verleden beziggehouden dan haar broer. Toch is ze tradtioneel-joods door een rabijn getrouwd met een Franse jood van Poolse herkomst. Haar kinderen heten Sarah en Sacha. ,,Ik ben niet gelovig. Het is cultureel. Ik ben even door en door Frans als joods. Het verleden bindt. Mijn kinderen ontkomen er evenmin aan.''

Het verleden haalt de Apeloigs ook op een andere wijze in, met de toetreding van Polen. Ida en Marcel zijn er `dolblij' mee. Ruim tien jaar geleden bezocht Ida Polen voor het eerst, voor de herdenking van de opstand van het getto van Warschau. ,,Oud-president Lech Walesa liet het woord `joden' niet één keer vallen. Tijdens de ceremonie zei iemand: `We staan hier te blauwbekken voor joden' en de juffrouw aan de hotelbalie liet zich ontvallen: `Die komen zeker het familiegoud ophalen'.'' Ida laat een album zien, vol foto's van anti-joodse graffiti. Ze zegt: ,,We zijn onlangs, bij de zestigste herdenking van de opstand, weer geweest. Het was een wereld van verschil. De nieuwe Poolse president hield een respectvolle toespraak en we hebben niets gemerkt van enig antisemitisme.''

Dank zij Europa. Daar zijn Ida en Marcel van overtuigd. Philippe stuitte bij zijn solotentoonstelling in Istanbul op een `inshalah'-houding die hem ergerde, maar zijn ouders `kunnen niet wachten tot ook Turkije toetreedt'. ,,Door Europa'', zo verzekeren ze, ,,komt alles goed.''

Eerdere afleveringen zijn te lezen op www.nrc.nl/europa