De restanten van Miss Aruba

Vorig jaar bracht Ger Thijs een toneelvoorstelling op de planken onder de titel `Het licht in de ogen'. Hij schreef het stuk voor Annet Nieuwenhuijzen en Hans Croiset, ter gelegenheid van hun vijftigjarige toneelloopbaan. Het stuk ging over oudgeworden, uitgebluste acteurs, die nooit meer voor een rolletje worden gevraagd en elkaar het licht in de ogen niet gunden. Ironisch genoeg werd het stuk gespeeld door Nieuwenhuijzen en Croiset zelf, die daarmee meteen het tegendeel bewezen: bejaarde acteurs waren nog wel degelijk in staat tot een goede acteerprestatie.

Op dit stramien borduurt Thijs voort in Amazone, zijn nieuwe roman. In de eerste scène maken we kennis met een Nederlandse regisseur op leeftijd en een bejaarde vrouw, een Arubaanse actrice, die samen blijken te spelen in een film, `Het Licht in de Ogen'. Ze kijken terug op hun huwelijk dat verzand is in gemopper, geruzie en onvervulde dromen. Hij maakt films die bijna niemand wil zien en zij is aan de drank en wordt nooit meer gevraagd voor een rol. Na deze filmische opmaat ontrolt zich dan het eigenlijke verhaal over, alweer, een Nederlandse regisseur en een Arubaanse actrice, die twintig jaar nadat ze uit elkaar zijn gegaan, de kennismaking vernieuwen. De aanleiding vormt bovengenoemde film die Lodewijk (61) heeft gemaakt over hun voorbije liefde. Zij, Grace (70), is aanvankelijk beledigd omdat zij er niet zelf de hoofdrol in te vervullen kreeg. Maar later is ze toch ook wel gevleid. Hun liefde was blijkbaar zo belangrijk voor hem dat hij er een film over heeft willen maken, ook al laat die film vooral ontluistering en aftakeling zien.

Samen kijken de twee voormalige minnaars terug op wat in de ondertitel van de roman `een turbulente liefdesgeschiedenis' wordt genoemd. Waaruit bestaat die turbulentie? Uit het heen en weer reizen van de geliefden tussen Nederland en Aruba? Uit de vele woordenwisselingen en ruzies? Uit de geringe stabiliteit van de relatie die regelmatig uit is en dan weer aan? Van onstuimige liefde in engere zin, van wild kloppende harten of blinde passie, is in elk geval weinig te merken. Daar wringt ook meteen de schoen.

Amazone is een roman van de terugblik, geschreven in een toon die ons bekend voorkomt van Een sterke afgang (2003), de vorige roman van Thijs. Laconiek, onderhoudend, geamuseerd, luchtig over de feiten heenscherend. We worden, lichtjes gnuivend, ingelicht over de eerste ontmoeting tussen de toen nog beeldschone Grace met haar bruine huid en lichtblauwe ogen en Lo, met zijn bleke, pokdalige gezicht. We zien, mild ironisch, de eerste schreden van Lo op het regisseurspad, bij opnames van een Pipo de Clownfilm met een acteur die de echte Pipo niet is en die zich aanvankelijk het artistieke recht voorbehoudt om `sapperdeflap' te zeggen op geheel eigen wijze. Om haar mee te lokken naar Nederland zien we de regisseur-in-opleiding hooggestemde beloften doen aan de al iets oudere actrice, die hij niet zal waarmaken omdat hij zich schaamt voor haar frivole, Arubaanse manier van doen.

Thijs weet alles heel amusant te brengen, tot aan de ontmanteling van de liefde en de lichamelijke aftakeling toe. Het blijft steeds maar ontspannen plaatjes kijken, leuk gepresenteerd, met een kwinkslag hier en een sappig anekdotetje daar. De `kouwe kikker uit de polder' en de `honingkleurige schone' willen daardoor maar geen romanfiguren worden om van te houden – of juist niet van te houden. Daarvoor zijn ze te vlinderachtig geportretteerd, te schematisch gekarakteriseerd ook. Grace houdt van calypsomuziek, gezelligheid en van carnaval. Zij is onbeschaamd en kan geen maat houden. Lo is ingehouden en afgemeten, huiverig voor kritiek, een echte zoon van zijn benepen, bange ouders. Alles geheel volgens het sjabloon van de warmbloedige tropen en het kille land van hebzuchtige kolonialen.

Zo laat zich ook de intensiteit van de liefdesgeschiedenis maar moeilijk navoelen. Er is nooit echte liefde geweest, zo lijkt het, maar wel eindeloos veel gepraat en geredeneer achteraf, altijd maar weer in die half grappende sfeer. Als Lo aan Grace uitlegt hoe hij zich voelde toen hij het tien of twintig jaar geleden uitmaakte, dan heeft hij het over de `periodieke afstomping' en de `tijdsbeperkte debilisering' waartoe hij indertijd zijn toevlucht zou hebben genomen. Bij Een sterke afgang, een sleutelroman waarin Thijs ook zichzelf, als voormalig directeur van het Nationale Toneel, portretteerde, werkte die ironische toon heel goed. Het gaf precies de juiste, luchtige toets aan het verhaal waarin alles en iedereen in de toneelwereld aan een scherp onderzoek werd onderworpen. In Amazone slaat al die ironie, die geinige saus over alles, het verhaal plat. Veel ruimte wordt ingenomen door een paar dikke tantes die aan voodoo doen, door de controverse tussen filmacademie en toneelschool, door verwikkelingen met de vriendinnen Elsemieke en Geertje, door uiteenlopende troebelen op de Antillen, door poes Frodo die heet te kunnen praten.

Met enige moeite ontwaren we tussen dit alles nog een man en een vrouw die ooit verliefd op elkaar raakten, al wordt nergens duidelijk waarom. Hij was onder de indruk van haar blauwe ogen, zij hoopte op een mooie toekomst als hoofdrolspeelster in zijn films. Als filmdiva kwam ze niet ver, maar je zou kunnen zeggen dat Thijs een poging heeft gedaan om haar te vereeuwigen door haar tot tragikomische heldin te maken van zijn roman. Haar carrière is mislukt. Van de schoonheidskoningin van weleer zijn alleen de blauwe ogen nog over. Haar lichaam is opgezwollen door de drank, haar haar is grijs geworden en toen ze kanker kreeg, moest ze ook nog een borst missen. Dit is haar levensloop in een notendop: van veelbelovende Miss Aruba tot verlepte amazone. Een dramatisch verhaal, maar te vederlicht uit de doeken gedaan.

Ger Thijs: Amazone. De Geus. 158 blz. €14,50.

    • Janet Luis