De nachtmerrie heeft lipstick op

De titel, Love, is ironisch – cynisch zelfs. Toni Morrison, winnares van de Nobelprijs 1993 en boegbeeld van de Afro-Amerikaanse literatuur, is gespecialiseerd in de schaduwkanten van de liefde. In haar bekendste roman, Beloved (1987), vermoordt een vrouw haar dochtertje om het voor hernieuwde slavernij te behoeden. In Jazz (1992) draait het om een crime passionnel, terwijl in Paradise (1998) beschreven wordt hoe liefde kan verkeren in haat. De lezer hoeft er dus niet van op te kijken dat Morrisons nieuwe boek over de liefde onder meer gaat over pedofilie, verkrachting, prostitutie en sadomasochisme.

En over de geschiedenis van zwart Amerika natuurlijk. Love speelt zich af in een badplaats aan de oostkust van het Zuiden, waar in de hoogtijdagen van de segregatie de zwarte middenklasse vertier zocht in het luxe uitgaanscentrum van Bill Cosey. Anno 2002 is de succesvolle ondernemer bijna dertig jaar dood; zijn hotel-restaurant leidde daarvoor al een kwijnend bestaan, overbodig als het was geworden door de opheffing van de rassenscheiding. Veel oudere bewoners van Sooker Bay denken nostalgisch terug aan de tijd dat Cosey's Resort een vakantieparadijs vir swartes was – en het is wegens dit ongebruikelijke perspectief (en het gescheld van sommige personages op de Burgerrechtenbeweging van de jaren zestig) dat Toni Morrison door criticasters van politieke incorrectheid is beschuldigd.

Maar het is Morrison niet echt te doen om het herschrijven van Black History; haar interesse geldt – net als in Beloved en Song of Solomon (1977) – de manier waarop mensen worden bepaald en achtervolgd door het verleden. In Love zijn dat met name Christine en Heed, twee jeugdvriendinnen die ooit wreed van elkaar gescheiden werden toen Heed het kindbruidje werd van de vijftig jaar oudere Cosey. Nu wonen ze weer bij elkaar en vechten ze een loopgravenoorlog uit in een oude villa – met als inzet de erfenis van de testamentloos gestorven Cosey. Door het aantrekken van een dienstmeisje, de van seks bezeten Junior, hoopt Heed een handlanger te krijgen bij haar machinaties om de claims van Christine nietig te laten verklaren.

Morrisons achtste roman wemelt van de raadsels, die stukje bij beetje worden opgelost. Er is zelfs sprake van een murder mystery, aangezien aan het begin van het verhaal wordt gesuggereerd dat Cosey geen natuurlijke dood is gestorven. Toch zul je Love niet kunnen neerleggen in een etalage ter gelegenheid van de Maand van het Spannende Boek; het zwaartepunt ligt bij de ontrafeling van de lijntjes tussen de hoofdpersonen en vooral bij de beantwoording van de vraag wat voor man Bill Cosey – vrouwenversierder en weldoener – werkelijk was. En als Cosey geen heilige was, is dan het verleden van Heed, Christine en alle andere bewoners van Sooker Bay wel zo ideaal als ze zich herinneren? `Een droom is niets anders dan een nachtmerrie met lipstick op' concludeert de geheimzinnige vertelster, die van tijd tot tijd commentaar geeft. En zij kan het weten.

Morrison wisselt in Love voortdurend van perspectief, ook binnen de hoofdstukken (waarvan de titels achtereenvolgens verwijzen naar de verschijningsvormen van Cosey als vriend, vreemdeling, weldoener, geliefde, echtgenoot, voogd, vader en geest). Daarnaast lopen heden en verleden naadloos en soms ongemerkt in elkaar over. Toch is Love een van de toegankelijkste romans van Morrison, en een waarin het magisch-realisme à la García Márquez beperkt is tot een bescheiden optreden van de geesten van Cosey en zijn kokkin. De lezers worden niet, zoals in Beloved, gedwongen om fanatiek te puzzelen; de stukjes vallen na enkele hoofdstukken vanzelf in elkaar.

Dat wil niet zeggen dat Morrison haar stijl heeft versimpeld. Op de eerste bladzijde zegt de vertelster: `Tegenwoordig wordt zwijgzaamheid gezien als iets raars en is mijn ras de schoonheid vergeten van veel zeggen met weinig woorden'; maar voor Morrison geldt dat niet. Haar muzikale proza, waarin de ritmes van haar grote voorbeelden Faulkner en Woolf doorklonken, lijkt iets minder barok dan vroeger, maar is geladen met betekenis. Én met poëzie, zoals in de innerlijke monoloog van een zwarte garagehouder die met weemoed terugdenkt aan de plaats waar hij vandaan komt: `De planologen waren van mening dat donkere mensen minder duistere dingen zouden doen als er twee keer zoveel lantaarnpalen stonden als elders. [...] Dus zelfs als de maan vol en stralend aan de hemel stond, leek ze in Sandlers ogen op de toorts van een premiejager op afstand, niet op de deken van gesmeed goud die ze ooit uitspreidde over hem en het bouwvallige hutje uit zijn jeugd en hem zo de truc van de wereld openbaarde, namelijk ons laten denken dat die van ons is.'

Precies zo'n `blanket of beaten gold' legt de schrijfster in Love over de lezer heen. Voor Morrisons bewonderaars is het verhaal over de erfenis van Bill Cosey een waardige opvolger van grote romans als Beloved en Song of Solomon. Voor iedereen die nooit iets van de 73-jarige Nobellaureaat gelezen heeft, is Love op zijn minst een goed begin.

Toni Morrison: Love. Alfred A. Knopf, 202 blz. €24,95 (geb). De Nederlandse vertaling, van Gert Jan de Vries, is verschenen bij Bert Bakker, 212 blz. €16,95