`De garage was onze meest intieme ruimte'

François Bon wilde zijn overleden vader portretteren, en met hem een Frans provinciedorp. Wat zijn vader profiel gaf, waren de voorwerpen uit de garage waarin hij werkte.

François Bon (1953) werd geboren in de Vendée en groeide op in de garage van zijn vader, met oude koplampen als favoriet speelgoed. In het net vertaalde Mechaniek wilde Bon het portret van zijn vader schetsen. Het werd het portret van de dingen die hem omringden: 2CV's en DS-en.

François Bon is klein en fors. Hij haat zijn zware lijf, schrijft hij in Mechaniek, waarin hij uitlegt dat het typisch de bouw is van mannen uit de winderige Vendée. Mannen uit dat moerasland aan de Atlantische kust, klein en mager geboren, worden in de loop van hun leven steeds groter en dikker `om zich te verankeren in de gladde aarde die geen houvast biedt'. Bij hun dood zijn ze weer broodmager, kon Bon vaststellen aan het sterfbed van zijn vader.

De onverwachte dood van zijn vader overrompelde Bon zo, dat hij wel moest schrijven, al kwamen de herinneringen niet altijd vanzelf. Soms moest Bon er bewust naar op zoek gaan, en hij omschrijft zijn eigen project als `se refaire mémoire': het geheugen herstellen. Speurend gaat hij zijn eigen herinneringen na: Stond er nu een Singer-naaimachine in de gang, of verzon hij die maar? `Ik herinner me een schaduw, dus ik moet het maar doen met die schaduw', schrijft hij in Mechaniek.

In zijn plattelandshuisje, weg van Parijs, legt Bon uit dat schrijven voor hem niet alleen het noteren, maar ook het creëren van herinneringen is: ,,Literatuur heeft altijd te maken gehad met het geheugen. De beelden kwamen niet allemaal vanzelf bij me op: er ontstond een spanning tussen het vrijwillige en het onvrijwillige van de herinnering. Mechaniek is het spoor van dat herinneringswerk, eerder dan het eindproduct ervan.''

Die systematische zoektocht in het eigen geheugen doet denken aan de schrijver Georges Perec (1936-1982) en diens teksten over zijn kindertijd. Diens naam valt vaak in het gesprek met Bon: ,,Perec is voor mij een leermeester: ik ben hem permanent aan het herlezen. Vooral zijn boek W of de jeugdherinnering waarin hij de biografie van zijn moeder in drie pagina's schrijft, en het dan aanvult met negen pagina's noten. Hij komt er steeds achter dat de beelden die hij van zijn moeder heeft vals of onvolledig zijn. Het klassieke beeld van de autobiografie waarin men beschikt over zijn geheugen en dat vertelt, werd vervangen door de weg die je aflegt om je eigen geheugen te leren kennen en het je toe te eigenen.''

Abstracties

Ook Bons liefde voor tastbare en concrete dingen, zijn nauwkeurige beschrijving van een hydraulisch systeem of een plattegrond van het huis, doet aan Perec denken. Hoe hij dat concrete materiaal een plaats kon geven in de literatuur, leerde Bon ook tijdens de ingenieursopleiding die hij drie jaar volgde maar niet afmaakte, al werkte hij daarna nog jaren als werktuigkundige. Bon legt uit welke betekenis die opleiding heeft bij het schrijven: ,,Men leerde ons om het materiaal aan te raken, om er een fysieke relatie mee aan te gaan. We werkten bijvoorbeeld in de gieterij of de smederij. Wat ook hielp was het vak tekenen. De vraag was daar hoe je een werkelijkheid kan representeren die te ingewikkeld is om je er een mentale voorstelling van te maken, zoals het snijvlak van een cilinder en een kegel. Dat kon dan alleen met behulp van een abstracte tekening. Het besef dat je, om het concrete te bewerken, moet steunen op abstracties, heeft me zonder twijfel geholpen bij het schrijven, want daarbij heb je ook alleen de abstractie van de taal tot je beschikking.

De concrete dingen spelen de hoofdrol in Mechaniek. Nieuwe technische apparaten markeren het verloop van de lineaire tijd. De eerste televisie, de eerste wasmachine, of de eerste cassetterecorder. Maar vooral de auto's. De DS is van 5 oktober 1955, en dus `een maand na mijn broer geboren'. De garage van Bons vader was aan huis, zodat het speelgoed van François en zijn twee broers bestond uit sturen en koplampen. Op zondag maakten ze tochtjes, niet naar musea of kerken, maar naar fabrieken. Of ze gingen naar het parkeerterrein van de lokale melkfabriek om de vrachtwagens daar te tellen.

Nog steeds lijkt Bon een voorkeur te hebben voor landschappen van steen en staal, zo blijkt uit Mechaniek, maar ook uit bijvoorbeeld de beschrijvingen van oude fabrieken in Paysage fer. Hoe komt het dat hij schoonheid ziet in dingen die anderen lelijk vinden? ,,Een fabriek is toch niet lelijk! Iedereen heeft zijn eigen esthetiek. Ik heb geen verhouding tot de natuur, want in mijn kindertijd kwam de keukendeur uit op de garage in plaats van op een tuin. Het landschap waar ik in leefde was een mechanisch universum.''

Het portret dat Bon in Mechaniek van zijn vader wil schetsen, draait geheel en al om deze garage. Hoe zijn vader op zondag op weg ging naar een klant met pech en andermaal zijn plaats aan de familietafel moet leeg laten. Hoe zijn vader lang en zorgvuldig de handen waste aan het einde van de werkdag. Hoe hij met Bons grootvader de trein nam naar de Citroënfabriek om midden in de nacht met twee nieuwe DS'en en 2CV's thuis te komen. Ze worden beschreven als rituele handelingen uit een verloren tijdperk. Tegelijk kan je je afvragen in hoeverre er hierdoor nog van een `portret' sprake is. Bon vertelt niets persoonlijks over zijn vader of over hun relatie. Wie de oude man daadwerkelijk was, wordt nauwelijks duidelijk. Het is zelfs de vraag of al die nadruk op de dingen niet als bedoeling heeft om die vraag te omzeilen. Verdwijnt Bons vader niet achter zijn auto's en onderdelen?

,,Misschien was er eenvoudig niet meer dan dat, en bestond mijn vader alleen maar uit de dingen waarmee hij werkte. In de maatschappij waarin hij leefde zette je niet je professionele leven aan de ene kant en het privé-leven aan de andere. De werkplaats was ook de ruimte waarin je de anderen ontving uit de kleine gemeenschap van zo'n provinciestadje. Die ruimte was het meest intieme en persoonlijke wat je had.''

Gedetineerden

Het is dit leven in een provinciestadje dat het andere onderwerp is van Mechaniek. Net als bijvoorbeeld het eerder vertaalde Gevangenis, over de schrijflessen die Bon aan gedetineerden gaf, heeft ook dit boek een sociologische dimensie: ,,Ik ben me ervan bewust dat de beelden de relatie met de persoon te buiten gaan: ze gaan ook over de grotere geschiedenis van de ruimtelijke inrichting van het land. Weet je dat die kleine stadjes waar we toen woonden nu zo goed als uitgestorven zijn? Er is niets meer: geen ziekenhuis, geen middelbare school, terwijl een stad als Poitiers drie keer zo groot is geworden. Het is voor ons een actueel probleem dat een groot deel van het Franse gebied dood land is, en dat er hele dorpen zijn die worden opgekocht door bijvoorbeeld Nederlanders. Door het over die dingen te hebben, laat ik in Mechaniek het publieke en het persoonlijke schrijven bij elkaar komen.''

Dat mengen van het publieke en het persoonlijke is Bons handelsmerk geworden. Hij deed het ook in de enorm succesvolle `biografie' die hij twee jaar geleden over de Rolling Stones schreef, en die net zozeer ging over de sensaties uit zijn eigen puberteit eind jaren zestig: ,,Ik ben nooit geïnteresseerd geweest in mezelf bij het schrijven, maar Barthes zei het al, met de volgende, ongrammaticale zin: je schrijft altijd avec de soi: met over jezelf. Om in de positie te komen waarin je kan schrijven, moet je jezelf eerst met jezelf kruisen.''

François Bon: Mechaniek. G.A. van Oorschot, 101 blz. €22,50

    • Yra van Dijk