De driezitsbank heeft het gedaan

Voor de negentiende keer wordt de Gouden Strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek uitgeloofd. De jury is voorzichtig in haar aanprijzingen en heeft een voorkeur voor eenvoudige plots. Hoe Stropwaardig zijn de vijf genomineerden?

Op 23 juni wordt in de Amsterdamse Stadsschouwburg de Gouden Strop uitgereikt. Eindelijk lijkt de prijs, en daarmee het genre volwassen te zijn geworden. Vroegere prijswinnaars als Tomas Ross, René Appel en Peter de Zwaan hebben duidelijk een publiek veroverd en leveren jaar na jaar kwaliteit af. Er is ook een gezonde aanwas van nieuwe namen als Saskia Noort, Elvin Post, Max Moragie, Theo IJzermans, West & Waterman, Esther Verhoef en vele anderen. Alleen de spreiding over de diverse subgenres laat nog te wensen over. Waar bijvoorbeeld, zijn onze spionageromans, en wie anders dan Moragie schrijft historische thrillers?

Het is ook wel eens anders geweest. Zo hebben de vorige achttien edities slechts twaalf winnaars opgeleverd. In de beginjaren verviel de prijs tweemaal wegens onvoldoende ingeleverde titels, en vervolgens was de top zo smal dat Bob Mendes en René Appel beiden twee van de zestien uitgereikte Stroppen binnenhaalden en Tomas Ross zelfs drie. Dat gaf te denken.

Toen de jury's in 1994 en 1995, in het besef dat de keus te beperkt was, uitweken naar literaire auteurs als Maarten 't Hart en Tim Krabbé, leverde ook dat gesteggel op. Koekoeksjongen waren het, zo klonk uit de thrillerhoek, alsof Het woeden der gehele wereld en Vertraging geen parels waren. In de loop der jaren bleek aan de Stropnominaties af te lezen hoe klein de vijver was waaruit werd gevist. Ross haalde in negentien jaar tien keer de shortlist, Appel acht keer en die andere usual suspects De Zwaan, Charles den Tex en Jac. Toes kwamen samen tot veertien nominaties.

Met een longlist van 59 titels (bijeengebracht sinds de vorige GS in november j.l.) had de jury dit jaar geen klagen over onvoldoende kwaliteit. Geroutineerde ex-winnaars als De Zwaan, Ross, Toes, Den Tex, Gerben Hellinga en Felix Thijssen werden meedogenloos gepasseerd. Ross, vorig jaar nog winnaar na een dubbele nominatie, stelde inderdaad teleur met zijn reconstructie van Mathilde Willinks levenseinde, en Thijssens Rosa was wel een goed maar geen spectaculair boek in zijn Max Winterreeks. De andere vier leverden echter boeken af die niet onderdoen voor de meeste genomineerden.

Staccatoproza

De enige oudgediende die doordrong tot de finale is René Appel, wiens Misbruik wordt gestraft gewoon goed is. Appels typische spanningsopbouw waarin schoolhoofd Frank Eggers machteloos het hoofd moet bieden aan roddel, achterklap en valse beschuldigingen, heeft als nadeel dat een lezer met verbeeldingskracht beren op Eggers weg van een afstand ziet aankomen. Die arme Eggers zien we bijna vermorzeld raken – en laat het maar aan Appel over om zonder maffia, rip-deals of supersnelle auto's de spanning hoog te laten oplopen.

Waarom Appel wel en Den Tex niet? Is Angstval de jury te experimenteel geschreven? En Hellinga? Heeft Oog om Oog waarin een `gun' op de vlucht lijkt voor zijn eigenaar een te frivole of te literaire aanpak voor deze jury? Het heeft er alle schijn van en die schijn wordt onmiddellijk bevestigd als we de volgende nominatie bekijken.

De Vlaming Patrick de Bruyn is een uitstekend verteller, die in zijn vierde boek, Verminkt, het barre avontuur vertelt van een gezin dat het slachtoffer wordt van een botsing tussen onder- en bovenwereld. Peter Bressing haalt zich de woede van een tweetal criminelen op de hals, waarna die hem achtervolgen, zijn huis binnendringen en zijn dochter verminken. Vooral in het indringende begin van zijn dikke roman overtuigt De Bruyn door levendig realisme en zijn staccatoproza. Jammer alleen dat het hoge begintempo afvlakt wanneer de drankzuchtige, werkloze Bressing onhandig gaat worstelen met angst voor herhaling en schuldgevoel over zijn falen.

De Bruyn boeit. Maar een prijs zit er voor hem niet in, evenmin als voor Appel. In het juryrapport dat de shortlist begeleidt, verantwoordt de jury haar keuze en probeert verder niets te verraden. Maar Appel (zeventien titels in zeventien jaar) en De Bruyn (vier titels sinds 1998) krijgen van de toch al niet erg juichende jury wel heel weinig loftuitingen mee. Dat zegt niet alles, maar wel veel bij een jury die zo duidelijk van plan lijkt een nieuwe tijd in te luiden.

De nieuwe tijd wordt vertegenwoordigd door de drie resterende auteurs op de shortlist: Esther Verhoef, Saskia Noort en Elvin Post. Ze zijn jonger dan veertig, het zijn twee vrouwen en een man (in 2001 stonden er voor het eerst en laatst twee vrouwen tegelijk op de shortlist), twee van hen debuteren en de derde (Noort) is genomineerd met haar tweede boek nadat ze vorig jaar al met haar debuut meedong. Verhoef schrijft hard-boiled actie, Noort schrijft damessuspense en Post een soort postmodern hardboiled. Tussen deze drie zal het gaan.

Maar zijn ze wel zo goed, wel beter dan de rest? Is het veelgeroemde duo West & Waterman bijvoorbeeld niet ingenieuzer, stijlvaster? Ja, maar deze jury geeft een begrijpelijke voorkeur aan eenvoudige plots die hier ongelukkig uitpakt.

Verhoefs debuut is verfrissend doordat het zo onnederlands gewelddadig is. Onrust gaat over een nietsontziende eenling Sil Maier en zijn strijd tegen de Russische maffia. Verhoef weet die weinig realistische krachtsverhoudingen (en uitkomst) aannemelijk te maken dankzij een razende vertelstijl. Op haar actiescènes valt niets af te dingen. Maar de platonische relatie van de hoofdpersoon wil maar niet intrigerend worden en al te vaak laat Verhoef het effectvol doordenderende proza (op haar goede momenten van dezelfde dwingendheid als De Bruyn) varen voor bloedeloze clichés.

Terecht is de jury voorzichtig in haar aanprijzingen. `Een boek vol vaart' noteert ze koeltjes en ook komt ze aan met het dodelijke `veelbelovend'; wat in de eindstrijd voor een grote prijs toch niets anders kan zijn dan een eufemisme voor `nog niet goed genoeg'.

Is Saskia Noort dan de gedoodverfde winnaar? Haar debuut Terug naar de kust (40.000 ex. verkocht) werd vorig jaar genomineerd. Haar tweede, De eetclub, gaat over het uiteenvallen van een groepje welgestelde bewoners van een trendy dorp aan de kust. Van de tien mensen over wie het boek gaat, vijf stellen, komen er twee tragisch om het leven. Reden genoeg voor de nabestaanden om wijndrinkend en vreemdgaand ieder onderzoek naar de toedracht te mijden.

Was het probleem bij Noorts eersteling dat de plot zich al halverwege liet raden, ditmaal blijven de verwikkelingen ook na complete lezing onwaarschijnlijk, onbegrijpelijk en onnavoelbaar. Bovendien slaagt Noort erin om pakkend proza af te wisselen met boeketreekszinnen van het ergste soort. Dat zal de verkoop van het boek niet schaden, maar je mag van een jury verwachten dat die een kwalitatief oordeel velt.

Zedenschets

Wat heeft de jury dan toch bezield? De enige waarderende woorden die de voltallige jury aan De eetclub wijdt, luiden `rake zedenschets', `de wat naïeve vertelster' en `meedogenloos'. Is dat Stropwaardig? Natuurlijk niet. Maar het juryrapport meldt dat één jurylid De eetclub `een volvette thriller' vindt, `uitmuntend geschreven, puntig en vol vaart'.

Nee, de Gouden Strop is op zijn negentiende nog niet volwassen en het genre al evenmin. De oude garde is nog altijd oppermachtig, maar dat ligt niet aan Elvin Post, want die schreef als enig `jonkie' een volwaardig boek. Het licht absurdistische hard-boiled-verhaal Groene vrijdag is een eigentijds gewelddadig maar ook humoristisch sprookje over een man die in de zware criminaliteit belandt. De aanleiding daarvoor is te gek om los te lopen: Winston Malone kan de driezitsbank die hij zijn vrouw cadeau deed niet afbetalen en berooft daarom een bank.

Posts personages refereren veel aan films, vooral aan Pulp Fiction, waarmee het boek een stripverhaallogica deelt, die zich onder andere uit in overmatige wreedheid. Het is een bijzonder genrestukje en daarvan lijkt ook de Stropjury overtuigd. Als pluspunten noteert ze: `een mooi gedoseerde melange van spanning en humor', valt haar op dat de auteur `van zijn hoofdpersonen houdt en ze koestert'.

Wegens gebrek aan competitie of onvoldoende aanzuigende werking is diverse malen betoogd dat de Gouden Strop maar moest worden afgeschaft. Met een originele, eigenzinnige belofte voor de toekomst als Elvin Post kan dat gesprek verstommen.

René Appel: Misbruik wordt gestraft. Prometheus, 282 blz. €16,95

Patrick de Bruyn: Verminkt. Prometheus/De Boekerij. 423 blz. €18,90

Saskia Noort: De eetclub. Ambo/Anthos, 239 blz. €18,95

Esther Verhoef: Onrust. Karakter, 332 blz. €17,99

Elvin Post: Groene Vrijdag. Ambo/Anthos, 285 blz. €18,95.

Bij het schrijven van dit artikel is gebruik gemaakt van Jos van Canns `Moordgids' (Signature, 335 blz. €19,95).