Commissie wil minder eisen van inburgeraars

De eisen aan migranten voor inburgering moeten soepeler worden dan het kabinet van plan was. Bovendien dient de overheid meer greep te houden op het aanbod van inburgeringscursussen dan voorzien.

Dat bepleit de commissie-Franssen in een vandaag gepubliceerd advies aan minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie). Het is de tweede keer dat de commissie, die door de minister zelf om advies is gevraagd over de nieuwe eisen voor inburgering, Verdonk oproept tot matiging. In februari zei de commissie dat de plannen om nieuwkomers in al het land van herkomst te laten inburgeren duur een weinig effectief zijn.

Het advies van vandaag gaat over de eisen voor het inburgeringsexamen in Nederland. Migranten die ouder dan vijftig jaar zijn en geen sollicitatieplicht hebben, dienen volgens de commissie niet te worden verplicht in te burgeren. Het kabinet had de maximumleeftijd nog opengelaten. Bovendien moet aan oudere migranten, de zogeheten oudkomers, een lager niveau voor het nieuwe inburgeringsexamen gaan gelden dan voor nieuwkomers.

De regering wil niet alleen nieuwkomers maar ook degenen die hier al geruime tijd wonen en niet de Nederlandse nationaliteit hebben, vanaf 2006 verplichten een inburgeringsexamen af te leggen. De maatregel is bedoeld om migranten te dwingen om sneller en beter in Nederland te integreren. Naar schatting 450.000 migranten die hier al geruime tijd wonen spreken nog geen of onvoldoende Nederlands.

De commissie onder leiding van Jan Franssen, commissaris van de koningin in Zuid-Holland, wil als ijkpunt voor het inburgeringsexamen het niveau vreemde talen van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). Dit niveau, met een woordenschat van zo'n tweeduizend woorden, stelt migranten in staat in beperkte mate te communiceren over alledaagse zaken. Volgens Franssen moet het gevraagde taalniveau ,,niet te hoog zijn'', omdat dat ,,voor grote groepen niet haalbaar'' zou zijn. Aangezien de kans dat deze afhakers het land verlaten ,,niet hoog geacht'' moet worden, wordt volgens Franssen dan het tegendeel bereikt: een grote groep niet ingeburgerde immigranten.

De commissie bepleit een ,,geleidelijker'' overgang naar het vrijgeven van de markt voor inburgeringscursussen. Nu worden die voor de nieuwkomers alleen op regionale opleidingencentra (ROC's) gegeven. Voor oudkomers werken gemeenten deels al samen met commerciële bureau's. Door te snelle invoering kan marktwerking volgens Franssen leiden tot cursussen die de participatie juist niet bevorderen. ,,Als Nederland het overlaat aan moskeebesturen, is het risico dat vrouwen in een isolement blijven verkeren en niet uit de kast komen.''