Arabieren zijn gewend aan holle frasen

Heftige woorden over de problemen in de islamitische wereld voeden vooral het cynisme. Het komt aan op daden, vindt Abdelkader Benali.

De aftredende secretaris van de Islamitische Conferentie Organisatie, Abdelwahed Belkeziz, maakte gehakt van de Arabische wereld in een toespraak in Istanbul. De kloof tussen het verleden en het heden is immens, vooruitgang is nergens te bekennen, men is het lachertje van de wereld geworden. Hoe belangwekkend zijn die woorden? Hoe ver zal hun invloed reiken?

Eerst iets over de radicale toon van de toespraak. Als de Arabier het niet meer weet, dan maakt de nuance plaats voor overdrijving. Men gaat dan alles of niets spelen. Zodra volkeren alles of niets gaan spelen, dan weet je hoe laat het is.

De radeloosheid gaat verpakt in hyperbolen. Het is een vorm van communiceren die het goed doet voor een groot publiek dat je in een kort tijdbestek moet inpakken. De Arabieren zijn gewend aan deze holle frasen, het is hun dagelijks brood. Sla een dagblad open of zet de televisie aan, en je wordt er door overspoeld. Wat hier het Nederlands elftal is, zijn daar de politieke berichten: vol van verwachting en honderd procent onbetrouwbaar. Daarom zullen deze woorden weinig indruk maken, al halen ze de voorpagina. De laatste die goed was met woorden, Saddam Hussein, is in een put geëindigd. De Arabier zal ze lezen, zijn schouders ophalen en dan zeggen: ,,Moge Belkeziz in een put eindigen.''

Belkeziz wilde misschien zijn hart luchten. Hij luchtte zijn hart in het beeldschone Istanbul. Ik kan me voor een moslimleider geen betere plek voorstellen om je

melancholie een podium te bieden. Lekker veilig buiten de Arabische wereld. De plek waar, uit de as van het Ottomaanse rijk, de zieke man van Europa, het nieuwe Turkije voortkwam. Uitgerekend Istanbul dat eeuwenlang met vrij veel gemak over een lappendeken van volkeren en etniciteiten heeft geregeerd, maar het moest afleggen tegen Europa. Was Europa er niet geweest, dan had het nog steeds geregeerd over de Oriënt. Toch vraag ik me af waarom deze aftredende man zijn wanhoop zo te grabbel gooit. Het heeft iets pathetisch, deze onverhulde roep om nog meer hulp die van alle kanten zou moeten komen. Roepen om hulp is aardig, maar als het bij roepen blijft, dan hebben we er weinig aan.

Een reactie van het publiek bleef vooralsnog uit, stond in de krant. Er was niemand die onmiddellijk hulp overhad voor de Arabische wereld van Belkeziz. Ik zou ook geen reactie hebben gegeven. Je kunt moeilijk je mouwen gaan opstropen als blijk van goede wil, of zeggen: ,,Bravo'', of ,,Hear, hear.'' AMisschien komt vooruitgang pas, als je problemen begint op te lossen in plaats van ze tot hyperbool te promoveren. Misschien is dat de tweede stap na deze toespraak. Wie de problemen groot maakt, maakt oplossingen onbereikbaar.

Het is natuurlijk makkelijker praten als je een dikke bankrekening achter de hand hebt, dan wanneer je aan het einde avond gewoon weer rauwe bonen eet. Ook dit weet de Arabische krantenlezer. Het uitzicht over de Bosporus blijft na zo'n toespraak nog altijd beeldschoon. Wie het uitzicht over de Bosporus heeft, krijgt onmiddellijk zin om nog zo'n donderende toespraak te houden. Er zullen vast mensen in het publiek zijn geweest die het nog beter kunnen. Die ook zin krijgen om zo'n flitsende toespraak te houden.

Maar laat ik niet cynisch zijn, want cynisme dat uit het Westen komt, klinkt in Arabische oren altijd wat gratuit. Toch is het goed om deze cynische lijn te volgen, om uiteindelijk uit te komen bij iets dat op hoop lijkt, een vooruitzicht dat verder kijkt dan de Bosporus breed is.

Wat de Arabische wereld nodig lijkt te hebben, is minder toespraken en meer mooie uitzichten over de Bosporus. Het Turkse uitzicht ziet er veelbelovend uit. Een islamitisch land dat vanbinnenuit probeert de democratie levensvatbaar te maken. Cynici zullen zeggen dat het allemaal een grote grap is. Ze zullen proberen dat door te laten gaan voor een kat in de zak. De zak is de democratie, de gevaarlijke kat is de islam. Turkije heeft tijd nodig, maar als het de Turken lukt, dan kunnen ze zeggen dat ze als een van de weinige landen de transitie naar een volwaardige democratie zonder fluwelen of bloederige revolutie hebben volbracht.

Het Arabische uitzicht is een rivier die vol ligt met rottigheid: lekkende olievaten, verknipte landen die uitpuilen van de stammenstrijd en leegstaande boekenstalletjes. De Arabische wereld raakt haar laatste westerlingen kwijt die hielpen de olie uit de grond te krijgen. Big Brother in Arabië was het laatste dat er flopte. Men wil wel, maar men mag niet. Er zijn genoeg vrijwilligers die van de Arabische versie van ik-laat-me-in-mijn-kruis-kijken een succes wilden maken, maar er waren ook goedbetaalde vrijwilligers die wisten dat ze door een fundamentalistisch kiezelsteentje te gooien het hele huis konden neerhalen. Zo'n sterke macht wekt frustraties bij de goedwillende mensen die natuurlijk allang niet meer kunnen geloven dat wat die man in Istanbul zegt, effect zal sorteren. Het zijn dezelfde monden die lippendienst bewijzen aan de mannen en vrouwen die het allemaal best vinden dat het geen enkele kant opgaat met de Arabische wereld. Wat hij zou kunnen doen is zeggen: ,,Ik zal aan het einde van deze lezing een begin maken met het schoonvegen van mijn eigen tuintje. Ik ga zo goed als ik kan al mijn energie besteden aan het beschermen van de rechten van onderbetaalde bouwvakkers, ik wil het stof halen van de versleten schoolboekjes en ik zal proberen of ik mijn binnenlandse economie wat meer langetermijnstructuur kan geven in plaats van die een prooi te maken voor allerlei binnenlandse en uitheemse opportunisten. Ik zweer niet met mijn hart, want dat doet iedereen al in de Arabische wereld en ook niet op mijn moeders graf, want ze leeft nog, maar ik zal contractueel vastleggen dat ik hier werk van ga maken. Kortom, ik ga proberen het vertrouwen van de Arabische burger, het vertrouwen dat we al honderd jaar geleden zijn kwijtgeraakt, terug te krijgen. U zult me hier nooit meer zien in Istanbul op dit pan-Arabische samenraapsel van nietsnutten, want ik ben voortaan alleen thuis te vinden, in mijn wijk, waar ik me onder andere inspan voor de jaarlijkse braderie. Mijn idealisme gaat plaatsmaken voor pragmatisme. Dit zijn voor de rest van mijn leven mijn prioriteiten. En ik wil ook dat Big Brother terugkomt op de buis!''

Die woorden zouden de wind van cynisme in één klap tenietdoen. Als hij dat zou zeggen, verdiende hij niet alleen applaus maar ook alle steun om zijn werk goed te kunnen uitvoeren, want reken maar dat er genoeg nietsnutten zijn die dat pragmatisme om zeep willen helpen.

Abdelkader Benali is schrijver.