Anti-toneelprijzengala

Acteur Gijs Scholten van Aschat vond het ,,wel chic'' dat hij niet aanwezig was bij de uitreiking van de Louis d'Or, waarvoor hij was genomineerd. Hij was niet de enige; twee winnaars en vier genomineerden belden af voor de feestelijke avond maandag in Amsterdam waarop de VSCD-toneelprijzen werden uitgereikt. Ariane Schluter (winnaar Theo d'Or), Halina Reijn, Marlies Heuer, Joop Keesmaat, het Ro Theater (winnaar Prosceniumprijs) en Lotte van den Berg (winnares van de Erik Vos prijs voor aanstormend talent) waren allen verhinderd.

De lange lijst afzeggingen geeft aan dat het prestige van de grote toneelprijzen zelfs onder acteurs gering is. De moeite om ze af te halen is hun al te veel. Vooruit, de meesten moesten elders toneelspelen, dat is een geldige reden om af te zeggen. Maar waarom houden toneelgezelschappen deze avond dan niet vrij in hun agenda? Zo moeilijk kan dat toch niet zijn.

Erger is: de wegblijvers kregen gelijk. Want de theatermakers die wél de moeite hadden genomen om maandag naar de Meervaart te komen, kregen daar op veel manieren ingepeperd dat de prijzenregen niets voorstelt. Als anti-toneelprijzenmanifestatie was de avond zeer geslaagd. Hoe is het mogelijk dat een prijzengala voor mensen wier beroep het is om een zaal te vermaken, zo'n onwaarschijnlijk amateuristisch schoolfeestje is. De bezoekers kregen naar verluidt (ik was zelf helaas verhinderd) een zakje snoep en lichtgevende fluitjes, de winnaars moesten op een lullige troon zitten met een slecht zittende kroon op; twee ingehuurde mannetjes zeken vanaf het balkon het prijzengala af; net als vroeger de oude mannetjes in de Muppet Show.

Ze bleken overbodig te zijn want twee winnaars waren veel beter in staat om voor mopperende Muppets te spelen. Ton Kas, winnaar van de Mimeprijs, vond het belachelijk dat hij voor de tweede keer een Mimeprijs kreeg zonder dat hij mime maakt. Pierre Bokma vond zijn Arlecchino-prijs onverdiend omdat hij de rol waarvoor hij hem kreeg niet zo geslaagd vond. Leuk om te horen voor diegene die van hem genoten hadden (blijkbaar is zijn talent groter dan zijn arbeidsvreugde). Als je een prijs niets vindt, of onverdiend, kun je hem natuurlijk ook gewoon weigeren. Dat is net iets beleefder.

Prijzen, poeha en heisa zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Ik kan natuurlijk een Wilfred Takken Prijs in het leven roepen en die ieder jaar op mijn verjaardag aan een vriend geven die ik goed vind (ik heb hele goede vrienden), zonder daar verder enige ruchtbaarheid aan te geven. Maar dat is niet de grap. Prijzen moeten uitstraling hebben. De toneelprijzen moeten begerenswaardig zijn, de bekroonden moeten verguld zijn, stralen, lachen en huilen. Belangrijk! Glamour! Prestige! Dat prestige zal dan ook overstralen op de hele toneelsector. Als je dat allemaal niet nastreeft, en de prijzen wegrelativeert, zeg je eigenlijk dat die hele toneelsector het bekronen niet waard is.

Tijdens het gala werd een filmpje vertoond waarin marktklanten werd gevraagd wie Jeroen Willems was. U raadt het al: niemand kende hem. (Ter opfrissing: Willems is een van onze grootste acteurs en de oprecht gelukkige winnaar van de Louis d'Or). Ha, ha, ha, lacht u even mee. Die domme marktlui toch. Maar als acteurs al zo over hun eigen prijzen en over hun eigen werk heen pissen, hoe kunnen ze dan verwachten dat het volk ze kent. Laat staan tegen ze opkijkt, of ze in het hart sluit.