Tien vliegtuigen, 29 kapers en het Witte Huis

De voorlopige conclusies van de `911'-commissie zetten de Amerikaanse regering verder onder druk. Anderen partijen halen opgelucht adem.

De onafhankelijke commissie die onderzoek doet naar de aanslagen van 11 september heeft het Witte Huis verder in het defensief gedwongen door te stellen dat van directe contacten tussen de terreurbeweging Al-Qaeda en het Iraakse regime van Saddam Hussein volgens de bestaande bewijzen geen sprake is geweest.

De Amerikaanse president George Bush en ook zijn vice-president Dick Cheney houden nog altijd vol dat die betrokkenheid wel degelijk heeft bestaan. De vermeende contacten van Al-Qaeda met Irak zijn gebruikt als een van de belangrijkste argumenten voor een uitbreiding van de Oorlog tegen de Terreur met een aanval op Irak.

De Democratische kandidaat voor de presidentsverkiezingen, senator John Kerry, greep de nieuwste conclusies van de Congrescommissie onmiddellijk aan voor zijn pleidooi tegen Bush. Volgens Kerry bewijst het tussentijdse rapport opnieuw wat hij altijd al heeft gezegd: dat president Bush het Amerikaanse volk heeft ,,misleid''.

Het tussentijdse rapport van de commissie, die vermoedelijk over een maand definitief haar conclusies presenteert, was wat dat betreft voor verscheidene partijen opmerkelijk. Hoewel onmogelijk valt na te gaan in hoeverre het ogenschijnlijk grondige onderzoek van de `911'-commissie volledig en onomstotelijk is, is op meerdere fronten nieuwe informatie aan het licht gekomen. Tenminste 1100 verhoren in tien landen hebben onder andere het volgende aan het licht gebracht:

Khaled Sheikh Mohammed, het vermoedelijke brein achter de aanslagen die ergens buiten de Verenigde Staten in gevangenschap verkeert, beschikte aanvankelijk over een aanvalsplan met tien vliegtuigen en 29 kapers. De doelen zouden zich niet alleen in de Verenigde Staten hebben bevonden, maar ook in Zuidoost-Azië. Maar het plan werd door terroristenleider Osama bin Laden persoonlijk afgewezen omdat een gelijktijdige aanval op zulke uiteenliggende plaatsen moeilijk zou zijn te coördineren. Ook het plan van Mohammed om een van de gekaapte vliegtuigen aan de grond te houden om zo een politieke verklaring te kunnen afleggen werd afgewezen. Zo zou hij hebben voorgesteld om alle mannelijke passagiers aan boord van het door hem te kapen toestel zouden worden gedood. Daarna wilde hij een toespraak houden waarin hij het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten zou afwijzen. Ten slotte zouden vrouwen en kinderen worden vrijgelaten. Het is voor het eerst dat mogelijke bewijzen zijn opgedoken van de directe betrokkenheid van Bin Laden bij de aanslagen.

Osama bin Laden zou aanvankelijk plannen hebbben gehad om de aanval op de Verenigde Staten al in mei 2001 uit te voeren. Maar zijn handlangers in de Verenigde Staten adviseerden daar tegen omdat zij meer tijd ter voorbereiding nodig zouden hebben gehad. Het was kaper Mohammed Atta die uiteindelijk koos voor 11 september als de aanvalsdatum omdat die week het Congres weer bijeen zou komen. De kapers hadden ook het Congres willen treffen. Het zou inmiddels zo goed als zeker zijn dat de kapers van het vierde vliegtuig dat vroegtijdig in Pennsylvania neerstortte het Capitool in Washington hadden beoogd. Het plan voor een aanval op het Witte Huis werd afgelast omdat het een te klein, te goed beveiligd en derhalve te moeilijk doelwit werd bevonden.

Mullah Omar, leider van de streng islamitische Talibaan in Afghanistan zou tegen een aanval op de Verenigde Staten zijn geweest uit angst voor het verliezen van de steun van Pakistan, een van de slechts drie landen waarmee de Talibaan op dat moment betrekkingen onderhielden. Het is de eerste keer dat informatie is bekend geworden waaruit het mogelijke bestaan van meningsverschillen binnen de Al-Qaeda-top en zijn bondgenoten blijkt. In ruil voor hun steun aan Bin Laden zouden de Talibaan jaarlijks tussen de tien en twintig miljoen dollar aan steun hebben ontvangen.

Bewijzen voor mogelijke samenwerking tussen Al-Qaeda en de Saoedische autoriteiten heeft de commissie niet gevonden. De vrouw van de Saoedische ambassadeur in de Verenigde Staten, prinses Haifa al-Faisal, wordt volledig vrijgepleit. Uit niets zou haar ,,directe of indirecte'' betrokkenheid bij de plot van 11 september zijn gebleken. En hoewel vijftien van de negentien kapers Saoediërs waren, zou ook niets erop hebben gewezen dat zij werden gesteund door de Saoedische regering. Desondanks, stelt de commissie, is Saoedi-Arabië wel een belangrijke plek voor fondsenwerving voor Al-Qaeda geweest. Want in dat land zijn ,,extreme religieuze standpunten gemeenplaats'' en is ,,het geven van geld voor goede doelen [...] onlosmakelijk met de cultuur verbonden''.

De mogelijke rol van Zacarias Moussaoui, de vermeende twintigste kaper die in augustus 2001 in de Verenigde Staten werd gearresteerd, wordt in twijfel getrokken. De commissie zegt bewijzen te hebben gevonden die het waarschijnlijker maken dat Moussaoui bezig was met de voorbereiding van een tweede golf aanslagen in de Verenigde Staten.

Overtuigend bewijs voor de financiering van Al-Qaeda door welke regering dan ook, of vanuit de Verenigde Staten zelf, is afwezig. Maar er zouden ,,sterke aanwijzingen'' bestaan dat ,,lieden binnen de Pakistaanse en Iraanse regering regelmatig een oogje hebben dichtgeknepen'' tijdens de doorreis van leden van Al-Qaeda over Pakistaans en Iraans grondgebied.

Hoewel sterk gedecentraliseerd na de aanslagen van 2001, zou Al-Qaeda zeer geïnteresseerd zijn gebleven in biologische, chemische of nucleaire aanslagen. Volgens bevindingen van de commissie zou Al-Qaeda al in 1994 hebben getracht voor 1,5 miljoen dollar aan uranium te kopen. Dat uranium bleek vals. Tevens zouden er ook plannen hebben bestaan om de Verenigde Staten vanuit Rusland aan te vallen met behulp van daar gekaapte kernwapens.