Snurken

,,Heb je nog veel last van snurken?''

Een ongewoon intieme vraag om in gezelschap te stellen, zeker als dat gezelschap zich in de trein tussen Den Haag en Leiden bevindt, maar sommige mensen draaien daar hun hand niet voor om. Ook de jonge man niet aan wie de vraag gesteld werd. Hij begon gedetailleerd antwoord te geven, als zo'n Amerikaanse legercommandant die de pers moet uitleggen welke vorderingen zijn jongens in een of andere vijandelijke zandbak hebben gemaakt.

Het was een dikkige jongen van half in de twintig die een zwarte honkbalpet droeg. Naast hem zat zijn vriendin, blond en eveneens iets te zwaar uitgevallen. Ze reisden samen met een al even jeugdig stelletje dat op het bankje tegenover hen had plaatsgenomen. Het bestond uit een landerige jongen en een meisje met strokleurig haar degene die de vraag had gesteld.

Ze zagen eruit of ze de warme dag gezamenlijk aan het strand van Scheveningen hadden doorgebracht: doorstoofd en vermoeid van niets.

,,Ik snurk nog altijd'', zei de dikkige jongen. ,,Een hele zware snurk. Laura moet nog vaak zeggen: ga asjeblieft op je zij liggen, ik kan er niet van slapen.''

Laura keek de vrienden aan met een vertel-mij-niets-blik. Voor haar hoefde het onderwerp niet, maar ze wilde ook niet nodeloos geheimzinnig doen.

,,Ik kan er echt niks aan doen'', vervolgde haar vriend. ,,Het kan met alcohol te maken hebben, maar zoveel drink ik niet. Ik hoorde van Ria van Henk dat Henk ook een veel te zware snurk heeft, maar bij hem komt het van het drinken.''

,,Als jij hebt gedronken, snurk je gewoon dubbel zo erg'', stelde Laura vast.

De dikkige jongen knikte. Feiten waren feiten, ook al kon hij ze niet zelf verifiëren.

,,Er moet echt iets gebeuren'', zei hij, ,,want zó kan het niet langer. Ik ben al bij de specialist geweest, hij wil me een uitgebreid snurkonderzoek laten ondergaan. Eerst maakt hij me weg en dan gaat hij met allerlei apparatuur na waar het snurken precies ontstaat.''

Hij wees vaag naar zijn neus. ,,Meestal komt het omdat de overgang van de neusholte naar de keelholte te nauw is.''

Kennelijk kreeg hij er al aardig verstand van, zoals de meeste mensen met hardnekkige kwalen. Hij begon aan een uitvoerige uiteenzetting over de behandelmethoden die hem mogelijk te wachten stonden. Er waren huiveringwekkende varianten bij, zoals stukken van de huig die met mes of laser verwijderd moesten worden en gloeiendhete naalden die in het zachte gehemelte werden gestoken.

Als ik hém was, zou ik de rest van mijn leven liever eenzaam snurkend doorbrengen, desnoods als mol onder de grond.

,,Kun je nog wel goed slapen?'' vroeg de vriendin tegenover hem plotseling.

,,Al heel lang niet meer. Vaak word ik na een halfuurtje wakker.''

Opeens kwam er een vraag bij me op die ik hem graag gesteld zou hebben. Kan een mens wakker worden van zijn eigen snurk? Laatst hoorde ik in een droom ergens ver weg een monotoon bromgeluidje. Ik werd wakker en vroeg aan mijn vrouw: ,,Snurkte ik?''

,,Jazeker'', zei ze.