Schimmig Kamerdebat over Erik O.

Drie uur debatteerde de Kamer met de ministers Donner en Kamp over de kwestie-Erik O. Veel bleef onduidelijk. ,,Dit moet maar even bezinken.''

In de Tweede Kamer had gisteravond een van de schimmigste debatten plaats in jaren. De ministers Donner (Justitie) en Kamp (Defensie) lieten de Kamerleden in algehele verwarring achter, na drie uur debatteren over het uitlekken van gegevens over de inzet van de marinier Erik O. bij een geheime missie in het buitenland. Een ongewone gebeurtenis, omdat beide bewindslieden doorgaans uitblinken in helderheid.

Was er nu wel of niet gevoelige informatie vrijgekomen? Lag de fout voor het lek bij Defensie of bij het openbaar ministerie, dat onder Justitie valt? Het bleef allemaal volkomen onduidelijk. ,,We moeten eerst maar eens laten bezinken wat de ministers nu precies gezegd hebben'', verzuchtte het Tweede-Kamerlid Koenders (PvdA) even na middernacht.

Aanleiding voor het debat was een uitzending van het NOS-Journaal maandag. Daarin werd melding gemaakt van een intern document van justitie over sergeant-majoor Erik O., die wordt verdacht van moord, doodslag of dood door schuld bij een schietincident met een Irakees op 27 december in Zuid-Irak. Het document stelt dat Erik O., als lid van de Bijzondere Bijstandseenheid (BBE) ,,laagdrempelig'' zou zijn geweest bij het gebruik van geweld.

De Kamerleden richtten gisteren in eerste instantie hun pijlen op Donner, omdat het bewuste document afkomstig zou zijn van procureur-generaal De Wijkerslooth, de hoogste baas van het openbaar ministerie. De Kamerleden namen aanstoot aan het lek, omdat hierdoor de veiligheid van Erik O. in gevaar kan komen. De regel is dat de identiteit van de BBE'ers buiten de openbaarheid moet blijven om hen tegen mogelijke represailles van mensen tegen wie ze optreden te beschermen. De Kamer was gebeten op Donner omdat deze zich al eerder dit jaar had moeten verantwoorden in de Kamer, nadat een brief van De Wijkerslooth over de interpretatie van de geweldsinstructies voor militairen in Irak was uitgelekt naar de NOS. De Kamer had daarop beterschap verlangd van Donner.

Donner gaf gisteren echter geen krimp. Het ging deze keer om een bijlage bij de uitgelekte brief. Zodoende was er volgens hem waarschijnlijk ook geen sprake van een nieuw lek. De NOS beschikte sinds het vorige lek al over deze bijlage, veronderstelde hij. Weliswaar betrof het ditmaal een als `vertrouwelijk' aangemerkt document, maar wat daarin over Erik O. werd gezegd was onschuldig van aard, betoogde hij. ,,Deze niet nader gepreciseerde opmerking geeft geen enkel geheim prijs dan dat de desbetreffende persoon betrokken was bij een eerder voorval elders'', aldus Donner.

Waar kwam de informatie over de `laagdrempeligheid' dan vandaan, vroeg de Kamer. Daarvoor verwees Donner naar een `hulpofficier van justitie' van de Koninklijke Marechaussee, die in Irak proces-verbaal had opgemaakt. Kortom, iemand die niet onder Justitie maar onder Defensie valt.

Enigszins moedeloos klopte de Kamer nog maar eens bij Kamp aan, maar die was nog minder mededeelzaam dan Donner. Hardnekkig ontweek hij de vraag of hij een onderzoek naar het lekken van gegevens over de rol van Erik O. in de geheime BBE-operaties had ingesteld.

,,Als ik zeg dat wij daar een onderzoek naar instellen, dan bevestig ik daarmee dat iemand lid zou zijn van een speciale eenheid.' Wel zei hij een extern onderzoek te laten doen naar lekken vanuit Defensie in het algemeen. Daarmee moest de Kamer het doen, tenzij ze bij de voortzetting vanavond de ministers tot meer duidelijkheid weet te bewegen.