Onliberaal dirigisme

Inwoners van Katwijk waren vorig jaar gemiddeld 30 procent meer aan onroerendezaakbelasting (OZB) kwijt dan het jaar daarvoor. Dit jaar gaat hun OZB-aanslag met nog eens 25 procent omhoog. Het lijkt een schrijnend voorbeeld hoe gemeenten hun burgers het vel over de oren halen. Maar wacht even. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 trad in de badplaats een vernieuwd college van Burgemeester en Wethouders aan. Het vorige college werd nagedragen dat het alleen maar praatte en niets deed. De bezem van het nieuwe college veegt schoon. Het pakt tal van zaken aan. De ambitieuze plannen vergen extra geld. Daarom ging de gemeenteraad in meerderheid akkoord met het stapsgewijs fors optrekken van de gemeentelijke belasting, die gebruikers en eigenaren verschuldigd zijn over de waarde van hun huis.

De gang van zaken in Katwijk illustreert treffend hoe belangrijk het is dat gemeenten eigen belastingen mogen heffen. Inwoners van de ene gemeente wensen meer voorzieningen – fraaie sportvelden, een ruimhartig armoedebeleid – dan inwoners van andere gemeenten. Geven kiezers in meerderheid de voorkeur aan sobere lokale voorzieningen – weinig groen, geen vrijliggende fietspaden, matig onderhouden schoolgebouwen, karige bijstand – dan is de OZB-aanslag lager. Kiezen inwoners in meerderheid voor royaler voorzieningen, dan zijn uiteraard ook de belastingen hoger. Het functioneren van de plaatselijke democratie is dus zeer gebaat bij de bevoegdheid van gemeenten om, binnen bepaalde grenzen, het eigen voorzieningenniveau en bijbehorende belastingpeil vast te stellen.

Het is daarom onbegrijpelijk dat juist de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie zich sterk maakt voor inperking van het gemeentelijke belastinggebied. Bij de onderhandelingen over het geldende regeerakkoord heeft de VVD bedongen dat de OZB voor woninggebruikers zal worden afgeschaft. Aanvankelijk zou dat gebeuren met ingang van het komend jaar. Het laat zich aanzien dat dit wel 2006 zal worden. Afschaffing van de OZB betekent niet alleen een aanslag op de lokale democratie, omdat baten van voorzieningen met een plaatselijk bereik straks minder kunnen worden afgewogen tegen de belastingoffers die nog zijn voor de financiering ervan. Het door de VVD geïnspireerde plan, dat gemeenten financieel afhankelijker maakt van Den Haag, bezorgt burgers ook welvaartsverlies. Inwoners van sommige gemeenten ervaren straks een voorzieningentekort, waarin niet kan worden voorzien door een hogere OZB (die zij bereid zijn te betalen). In andere gemeenten krijgen inwoners méér voorzieningen dan waarop zij belastingprijs stellen, waarvoor zij tegen hun zin rijksbelasting moeten betalen.

De VVD dwingt burgers in het hele land vaker eenheidsworst uit de Haagse gaarkeuken te eten. Vanwaar dit onliberale dirigisme? Tijdens de afgelopen verkiezingscampagne hebben de liberalen beloofd de OZB te zullen schaffen. Over de consequenties van die belofte aan de kiezers is echter onvoldoende nagedacht. Het kabinet noemt slechts één argument: de OZB wekt zoveel irritatie. Die beweegreden is voos. Vrijwel geen enkele belasting is populair. De OZB roept vooral ongenoegen op, doordat zij zo zichtbaar wordt geheven, via een aanslag die jaarlijks in de brievenbus ploft. De landelijke overheid pakt dat handiger aan. Zij heft hoofdzakelijk onzichtbare belastingen, zoals de BTW en accijnzen, die in de winkelprijzen zijn verstopt. Uit democratisch oogpunt verdienen zichtbare belastingen de voorkeur: juist de ergernis die zij vaak oproepen dwingt politici periodiek verantwoording aan hun kiezers af te leggen over de besteding van de gecollecteerde euro's.

Voor onvrede over door gemeenten opgelegde heffingen bestaat overigens weinig aanleiding. Hun opbrengst bedraagt minder dan 4 procent van alle in ons land geheven belastingen en sociale premies. Sommige kamerleden denken dat gemeenten het onheil over zichzelf hebben afgeroepen, doordat zij hun tarieven de laatste jaren veel te veel hebben verhoogd. Die volksvertegenwoordigers kennen hun cijfers niet. Uit onderzoek van Groningse economen blijkt dat de gemeentelijke woonlasten (OZB, rioolrecht en afvalstoffenheffing) sinds 1998 niet sneller zijn gestegen dan de totale woonlasten. Vooral energie en water werden duurder, doordat de rijksoverheid voortvarend heeft gewerkt aan verdere `vergroening' van het belastingstelsel. De prijs van water, gas en electriciteit bestaat voor een steeds groter deel uit door Den Haag ingevoerde

milieubelastingen. Dat valt echter nauwelijks op, omdat het rijk

ook deze belastingen op de beproefde manier opneemt in de rekening van het water- en energiebedrijf.

VVD-leider Zalm wil de gemeenten financieel ringeloren en maakt en passant de lokale democratie een kopje kleiner. De centralistische intuïtie van de schatkistbewaarder is recent nog versterkt. Door het grote tekort op de rijksbegroting dreigt Nederland in strijd te komen met de bepalingen uit het Stabiliteitspact. In 2002 en 2003 boekten ook gemeenten – voor het eerst in lange tijd – een tekort, hoofdzakelijk doordat de verkoop van bouwgrond tijdelijk tegenvalt. Daarom eist Zalm zeggenschap over de gemeentebegroting. Hij kan beter de hand in eigen boezem steken en de rijksbegroting op orde brengen. De wethouders van financiën kunnen hun eigen boontjes doppen. Anders dan het Rijk mogen gemeenten namelijk geen permanente tekorten op de begroting hebben. En wanneer kiezers de OZB te hoog vinden, laten ze dat bij de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen wel merken. Daar hebben ze de landelijke politiek niet voor nodig.

    • Flip de Kam