Morkmon en de reis naar de toekomst

Goed nieuws, maar wel op termijn: per 2006 groeit de Nederlandse economie eindelijk weer boven haar potentieel. Die potentiële groei bedraagt ergens tussen de 2,25 procent en 2,5 procent, en in 2006 kan de economie met 2,7 procent groeien. Daarmee zal dan een van de langste periodes ooit achter de rug zijn waarin de economie ondermaats presteerde.

Bovenstaande voorspelling is afkomstig van De Nederlandsche Bank, die elk jaar in haar kwartaalbericht over juni prognoses geeft over de ontwikkeling van de economie in de eerstkomende twee jaar. Dat gebeurt met een model dat luistert naar de nogal buitenaardse naam MORKMON. `Resistance is futile', zullen Star Trek-liefhebbers daar onwillekeurig bij denken.

Nu heeft een prognose die 2,5 jaar ver kijkt, in macro-economische termen, wel iets van science fiction. 2006 is nog een eind weg. Hoe betrouwbaar is een groeiraming voor zo'n termijn? Het recente verleden van de Morkmon-prognoses is niet erg vertrouwenwekkend.

In juni 2000 voorspelde De Nederlandsche Bank dat de economie twee jaar later, in 2002 dus, met 3,2 procent zou groeien. Het werd maar 0,2 procent. In juni 2001 werd voorzien dat de economische groei over 2003 2,5 procent zou bedragen. Dat bleek naderhand een krimp van 0,7 procent te zijn. En in juni 2002 werd voorzien dat de groei in 2004 2,8 procent zou halen. De meeste ramingen voor 2004 gaan er dezer dagen van uit dat de groei de 1 procent misschien met de hakken over de sloot haalt.

De foutmarges zijn dus enorm, en de huidige raming voor 2006 moet met meer dan omzichtigheid worden benaderd. Klopt het model dus niet? Geen enkel model is correct, en Morkmon heeft een goede reputatie. Zowel de kracht als de duur van de neergang zijn de afgelopen jaren door niemand voorzien. De externe variabelen die komen kijken bij een raming zoals deze zijn simpelweg te talrijk, en te wispelturig. De Nederlandsche Bank geeft dan ook een groot aantal onzekerheidsvarianten. Dit jaar zijn het er vijf: een mogelijke stijging van de lange rente, de al dan niet zachte landing van de Chinese economie, de teloorgang van de loonmatiging, een langdurig hoge olieprijs en een hogere spaarquote van Nederlanders.

Wat nog mist is, zoals het Centraal Planbureau soms doet, een samenvatting van al die variabelen in een aantal aannemelijke scenario`s. Dat is, als het gaat om een termijn van twee jaar waar over wordt voorspeld, een welkome aanvulling op het geven van een gemiddelde uitkomst. Want de werkelijkheid houdt zich in de regel niet aan gemiddelden.

    • Maarten Schinkel