Het leven in Irak is één lange western

Sinds de wisseling van het regime zijn in Bagdad vooral sjeiks, artsen, zakenlieden en intellectuelen en dan met name hun kleine kinderen handelswaar voor bendes geworden waarvoor vaak erg veel losgeld moet worden betaald.

Wie zich meldt aan de grote poort van de Iraakse Al-Obeidi familie, moet lang wachten tot er iemand open doet. Na herhaaldelijk roepen, kloppen en bellen komt sjeik Haj Ali Shaidan Al-Obeidi (55) zelf naar de deur, gekleed in zijn traditionele zomer-aba afgezet met gouden stiksels. Vroeger stuurde hij zijn blije kinderen naar de poort, maar sinds zijn zoontje twee maanden geleden door bandieten werd ontvoerd, is het afgelopen met de traditionele Arabische gastvrijheid.

Op een lome vrijdagmorgen, begin april, vertrok Al-Obeidi naar zijn werk, een kleine drukkerij niet ver van zijn huis. Een kwartier later klopten er twee mannen op de poort van het grote huis. De vierjarige Farook deed open, zoals zijn vader hem heeft geleerd. ,,In onze cultuur zijn we gastvrij, iedereen is welkom bij ons'', zegt Al-Obeidi, die leider is van een grote stam met dezelfde naam. De kleine Farook werd in een gereedstaande auto gesleurd en meegenomen.

Een paar dagen later – Al-Obeidi, zijn vrouw en zeven andere kinderen waren intussen ziek van bezorgdheid over de kleine Farook – vond hij een brief met een satelliettelefoonnummer erin. De man aan de andere kant van de lijn vertelde Al-Obeidi dat, wilde hij Farook levend terugzien, een losgeld van 100.000 dollar moest worden betaald. ,,Dat geld had ik helemaal niet'', vertelt hij. De ontvoerders zakten naar 30.000, maar Al-Obeidi weigerde en koos voor een ander plan.

,,Vanaf die dag zat ik iedere nacht met mijn kalasjnikov op schoot in de tuin, wachtend tot ze een nieuw losgeldbriefje zouden komen brengen'', vertelt hij in zijn grote woonkamer.

Niet de Amerikanen, het Iraakse verzet of de talloze bomaanslagen bezorgen families in de hogere middenklasse in Bagdad slapeloze nachten. Sinds de regimewisseling zijn artsen, zakenlieden en intellectuelen en vooral hun kinderen handelswaar geworden waarvoor soms grof geld wordt betaald. Terwijl de spectaculaire ontvoeringen van buitenlanders het internationale nieuws halen, zijn duizenden gewone Irakezen de afgelopen maanden gegijzeld voor geld.

Sinds de val van het regime van Saddam Hussein is sprake van een ware misdaadexplosie in Irak. Vóór de oorlog, in 2002, waren er gemiddeld veertien moorden per maand, tegen 357 per maand in het eerste jaar van de bezetting. Over de gijzelingen zijn nog geen cijfers bekend. De meeste mensen doen geen aangifte bij de verzwakte Iraakse politie, die al moeite heeft om het verkeer te regelen in Bagdad. De afdeling Zware Criminaliteit van de Bagdadse politie heeft de afgelopen maand dertien gijzelingszaken opgelost. Een druppel op een gloeiende plaat in een stad waar maar schatting honderden mensen op dit moment worden gegijzeld. ,,De politie raadde me aan om het losgeld gewoon te betalen, ze kon niets voor me doen'', vertelt Sjeik Al-Obeidi.

Dus gooide hij het over een andere boeg. Gedwongen door geldgebrek en verteerd door eergevoel nam hij het recht in eigen hand. Zes dagen en nachten wachtte hij in de bosjes bij de poort. Totdat de ontvoerders eindelijk een nieuwe losgeldbrief kwamen brengen. ,,Ik sprong op en begon direct te schieten, ik raakte de auto die van de weg af reed, en uiteindelijk kreeg ik een van hen te pakken'', zegt hij trots.

Degene die hij ving was de leider van de bende, de 34-jarige Salah al-Hayali. In plaats van naar de politie te gaan, sloot Al-Obeidi de man op in het huis van een bevriend stamlid. Na een paar uur vertelde de man waar Farook te vinden was. ,,We hebben hem niet gemarteld, maar hij zag in dat zijn positie uitzichtloos was.''

In totaal tien dagen na de ontvoering vond Al-Obeidi zijn zoon verwaarloosd terug in een boerderij buiten Bagdad. Farook was vies en vroeg zijn vader waar hij al die tijd was gebleven. ,,We zagen er allebei niet uit'', zegt Al-Obeidi lachend. Hij heeft geluk gehad, veel van de ontvoerden worden zelfs na het betalen van losgeld nog vermoord.

Met de bevrijding van zijn zoontje en de ontvoerder ergens in een kelder opgesloten waren de rollen opeens omgedraaid. Meer dan 30 dagen hield hij de man gevangen. In de tussentijd besloot Al-Obeidi de man zelf te berechten, volgens aloude Iraakse stammenwetten. In een grote tent op een braakliggend terrein organiseerde hij een Majlis, een stammenberaad, samen met de stam van de ontvoerder. Volgens de stamwetten eiste hij vier keer zoveel als de ontvoerder voor zijn zoontje had gevraagd, 120.000 dollar. ,,Dat hadden ze niet, dus verlaagde ik het tot 10.000. Uiteindelijk heb ik de sjeiks van de Al-Hayali stam laten garanderen dat hun criminele stamlid voortaan het rechte pad zal bewandelen. Doet hij dat niet dan heb ik recht op de volledige 120.000 dollar'', legt Al-Obeidi uit.

Majoor Moajed Saleh Hasjem van de afdeling Zware Criminaliteit van de politie in Bagdad begrijpt waarom de Irakezen soms het recht in eigen hand nemen. Volgens hem gaat er veel mis en vaak komen criminelen door communicatiefouten snel weer op vrije voeten. ,,Het is fout wat Al-Obeidi heeft gedaan, maar echt kwalijk kan ik het het niet nemen.''

Ondanks Al-Obeidi's rol als engel der wrake is zijn buurt nog steeds onveilig. Twee dagen geleden is weer een kind ontvoerd uit de wijk waar voornamelijk artsen wonen. ,,Farook doet voor niemand meer open'', zegt de sjeik die altijd zijn machinegeweer bij de hand heeft. ,,Het leven in Irak is één lange western-film geworden.''