Geen inspraak bij Nota Ruimte

De meerderheid in de Tweede Kamer wil geen nieuwe inspraakronde over de Nota Ruimte, het kabinetsplan voor de ruimtelijke inrichting van Nederland in de komende decennia. De Kamer verwierp gisteren een motie van de PvdA om alsnog de inspraak te organiseren.

Volgens minister Dekker (VROM) kan een zware inspraakprocedure nu achterwege blijven omdat haar nota voortborduurt op de Vijfde Nota van oud-minister Pronk. Het door haar gevraagde advies van de landsadvocaat heeft dezelfde strekking. Het Kamerlid Duyvesteijn (PvdA), indiener van de motie, hoopt dat burgers en betrokken natuurorganisaties nu naar de Raad van State gaan om de inspraak langs die weg af te dwingen. De Tweede Kamer voert eind deze maand een eerste discussie over het plan.

Bij de presentatie van de Nota Ruimte, twee maanden geleden, benadrukte minister Dekker dat het stuk moest worden gezien als het derde deel van de planologische kernbeslissing van de Vijfde Nota voor de Ruimtelijke Ordening. Ze schreef toen dat de destijds verzamelde inspraakreacties ,,nog onverkort relevant zijn'' en in het kabinetsstandpunt over de Nota Ruimte waren ,,meegewogen''.

Een aantal uitgangspunten van de Vijfde Nota is echter gewijzigd, zoals bijvoorbeeld de grotere rol voor lagere overheden. Voor de vaststelling van dat nieuwe, gedecentraliseerde beleid is geen formele inspraakronde georganiseerd. Dekker heeft wel met maatschappelijke organisaties om de tafel gezeten. In de Tweede Kamer bleken alleen de oppositiepartijen voorstander van een uitgebreide inspraakronde.

In een vandaag gepubliceerde toets van de Nota Ruimte plaatst het Centraal Planbureau kritische kanttekeningen bij het beleidsplan van het kabinet. ,,Een actiever optreden van de overheid om de nationale landschappen te beschermen, lijkt gewenst'', aldus het CPB. Een ernstig manco is volgens het CPB dat de Nota Ruimte niet aangeeft ,,welke betekenis het Europese beleid heeft voor de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland''. Vooral de positie van de landbouw had meer aandacht verdiend, stelt het CPB.