Eurotop start onder ongunstig gesternte

Minder dan een week na een reeks electorale afstraffingen komen de regerinsgleiders van de Europese Unie vandaag en morgen in Brussel bijeen voor beraad over twee netelige onderwerpen voor de nabije toekomst: krijgt de Unie een eigen `grondwet'? en wie wordt de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de vorige maand met tien nieuwe lidstaten uitgebreide EU?

Om de tafel scharen zich onder anderen: de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder, wiens SPD-partij bij de Europese verkiezingen van afgelopen zondag het slechtste resultaat sinds de Tweede Wereldoorlog boekte; de Britse premier Tony Blair, de aanvoerder van Labour die vorige week het slechtste resultaat sinds begin vorige eeuw behaalde; de Franse president Jacques Chirac, die de tweede electorale afstraffing binnen drie maanden incasseerde; en de Italiaanse premier Berlusconi, wiens Forza Italia afgelopen zondag als dé grote verliezer in Italië werd aangemerkt. En dan betreft het alleen nog maar de uitspraak van de mensen die de moeite hebben genomen de gang naar de stembus te maken. Want de overall-boodschap van de ruim 340 miljoen stemgerechtigden in de Europese Unie was toch dat Europa niet belangrijk genoeg is om te gaan stemmen. Ruim 55 procent van de kiezers bleef thuis.

Al naar gelang hun Europa-gezindheid leggen de deelnemers aan de top de verkiezingsuitslag op hún manier uit: de gebleken apathie is óf een aansporing niet langer te dralen en de onderhandelingen over de grondwet snel af te ronden, óf juist een waarschuwing dat het project-Europa te veel op de bevolkingen vooruitloopt en dus pas op de plaats dient te worden gemaakt. Het gesternte waaronder een Eurotop plaatsheeft is wel eens gunstiger geweest.

Behalve de beladen Europese grondwet staat ook nog de benoeming van een nieuwe voorzitter van de Europese Commissie op de agenda. Terwijl zich op het punt van de grondwet de afgelopen weken langzaam maar zeker een compromisbereidheid begon af te tekenen, verhardden de standpunten van de deelnemers zich over de naam van de nieuwe voorzitter. En zoals gebruikelijk in de politiek hangt ook nu weer alles met alles samen.

Een forse aanvaring over de benoeming van de opvolger van Romano Prodi, die nu nog voorzitter is van het dagelijks bestuur van de Unie, zal ongetwijfeld repercussies hebben voor het verloop van de besprekingen over de grondwet. Politici tonen zich nu eenmaal niet graag verliezer. Dus: wat aan de ene kant wordt verloren zal aan de andere kant met alle macht geprobeerd worden binnen te halen. Aan de Ierse premier Ahern de ondankbare taak deze twee dagen alles in enigszins goede banen te leiden.

Hij leek aanvankelijk goed op weg. Na de totaal mislukte top onder Italiaans voorzitterschap waar de verdeling van de macht tussen de lidstaten tot diepe verdeeldheid leidde, leken de Ieren op een akkoord af te stevenen. Tijdens hun `tussentop' in maart gaven alle regeringsleiders te kennen dat zij er naar streefden bij hun treffen in juni overeenstemming te bereiken. Voor Europa was het op dat moment – precies twee weken na de bomaanslagen in Madrid, het Europese equivalent van 11 september – ook wel noodzaak eenheid uit te stralen. De belofte werd bovendien vergemakkelijkt door de inschikkelijke houding van de nieuwe Spaanse premier Zapatero, die anders dan zijn voorganger Aznar bereid was de verlangens van zijn land te matigen. Vorig jaar december waren het Spanje en Polen die de grootste bezwaren maakten tegen de in de grondwet voorgestelde stemverdeling tussen de 25 lidstaten van de Unie. Beide landen vonden dat zij te veel macht moesten inleveren ten opzichte van Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië. Het belang van de onderlinge stemverdeling in de Europese Unie neemt toe omdat een essentieel onderdeel van de Europese grondwet is dat ten behoeve van een werkbare besluitvorming het vetorecht van landen op een groot aantal terreinen wordt afgeschaft. De ingewikkelde sleutel voor een zogeheten gekwalificeerde meerderheid, waarbij behalve het aantal landen ook de omvang van de bevolkingen een rol speelt, is enigszins aangepast waardoor het voor de grote landen moeilijker wordt om blokkades op te werpen. De grote landen konden zich ook soepeler opstellen omdat de afgelopen maanden voor tal van onderwerpen toch weer het unanimiteitsbeginsel is ingevoerd.

Anders ligt het als het financiële zaken betreft. Nederland eiste aanvankelijk dat het Europees Hof zou kunnen toezien op de uitvoering van de regels zoals die zijn opgenomen in het stabiliteitspact. Duitsland stond op het standpunt dat de omgang met overheidstekorten een zaak is waarover uiteindelijk politici dienen te beslissen. Nederland en Duitsland hebben de afgelopen weken aan een gezamenlijke tekst gewerkt die rekening houdt met beide opvattingen. Andere landen zijn totaal niet te spreken over hun compromistekst, zodat de regels over begrotingsdiscipline wel eens de grondwetbesprekingen kunnen gaan domineren.

Worden ze het eens over grondwet en een nieuwe voorzitter van de Commissie? Voor bijeenkomsten op dit niveau geldt: wie het eens wil worden, wordt het eens. De Europese solidariteit heeft van een ieder inschikkelijkheid gevraagd, heet het dan na afloop. Maar er is nu wel een complicerende bijkomstigheid. Voor de regeringsleiders geldt na de afgelopen verkiezingen meer dan ooit: hoe vertellen we het onze kiezers thuis. En daar wordt Europa toch duidelijk anders gewaardeerd.