Danseressen met vervaarlijk knakkende botten

De danseressen dribbelen voorbij en zeggen: ,,I am human.'' Altijd goed om te weten. Ze lijken immers op poppen, met hun witte jurkjes en witte kruisbandschoentjes. Daarbij zijn ze ook nog exotisch. Ze komen uit Japan – en regisseur Sanne van Rijn zet hen in een ruimte die hun haar extra zwart maakt en hun verschijning bevreemdender dan ooit.

Die ruimte is een witte doos. Een in een grote hal gedropte kubus die in alles het tegendeel is van wat je van een theaterzaal verwacht. Hier heerst geen duisternis die je de illusie in zuigt. Hier is het genadeloos licht. De danseressen kunnen zich nergens verbergen en ook wij zitten lelijk te kijk. Twee partijen zijn blootgesteld aan elkaars blikken.

Dat wekt onbehagen. Lekker in het pluche wegzakken is er niet bij, want het pluche is vervangen door iets hards met hoge, rechte leuning. In de massa opgaan lukt ook niet, want de danseressen weten ieder van ons te vinden.

Er zit dus niets anders op dan de gêne om te zetten in nieuwsgierigheid. We verwachten toch weer iets imposants, net als in een echt theater.

En even gaat het goed: een van de danseresssen steekt een mes in haar buik en bloedt. Dondert niet dat het maar theaterbloed is dat het blanke schootje bevuilt; de emotie is heftig genoeg. Alleen wordt ze al snel afgebroken. Een collega verschijnt op spitzen. Ook zij ruimt gauw weer het veld. Er komt nog een Hollands boerinnetje langs, een non op een fiets, een bejaarde man met baard: nummers uit de oude doos, hier letterlijk op te vatten.

Humor en vaart in dit eerste deel; later vertraagt het tempo en wordt de stemming serieuzer, vooral wanneer de danseressen hun botten vervaarlijk laten knakken in de witte stilte. Maar de intentie blijft hetzelfde: zij doen een kunstje en wij kijken, zoals iedereen een kunstje doet waarnaar gekeken moet worden.

Ineens valt de titel op z'n plaats. Vormsnoei – dat heeft niet alleen met het snoeien van boompjes te maken maar ook met de neiging om jezelf te modelleren naar de vorm die men verwacht te zien, bonsai in het groot.

Kopiëren, lijkt Sanne van Rijn te willen zeggen, is onvermijdelijk en aangezien Japanners doorgaan voor top-kopieerders is het logisch dat zij haar artiesten daarvandaan haalde. Zij kregen in Nederland echter geen werkvergunning, want het Centrum voor Werk en Inkomen was van mening dat het stuk net zo goed door Hollandse danseressen gedanst kon worden. De voorstelling moest in België in première gaan en nu hij hier zogenaamd op tournee gaat is er ineens geen probleem meer omdat de werkvergunningen in een andere beoordelingscategorie zijn terechtgekomen.

Een vervreemdende beslissing die ongewild bij de sfeer van deze performance past.

Voorstelling: Vormsnoei, door ZT Hollandia. Regie: Sanne van Rijn. Gezien: 16/6 W-hal, Technische Universiteit, Eindhoven. Aldaar t/m 26/6. Inl: 040-2460725 of www.zthollandia.nl.